Hard werken, een huis kopen, wat geld sparen

Sinds de eeuwwisseling was Spanje dé migrantenmagneet van Europa.

Nu de economische crisis doorbijt, komt er een massale exodus op gang.

Toen Wilson Gómez Iñalgo (35) vijftien jaar geleden naar Spanje kwam, was dit zijn plan: „Hard werken, een eigen huis kopen, misschien wat geld sparen.”

De eerste tien jaar verliepen voor de Dominicaan voorspoedig. In de florerende Spaanse bouwsector maakte hij altijd overuren. In 2001 zette hij met zijn vriendin de eerste van twee dochters op de wereld. Een jaar later verwierf hij de Spaanse nationaliteit. En in 2006 kocht Gómez voor zijn gezin een appartement.

Deze sociale opmars stokte abrupt toen drie jaar geleden de crisis uitbrak. Gómez raakte werkloos, kwam in betalingsproblemen en de bank liet beslag leggen op zijn huis.

Hij is nu een van de honderdduizenden immigranten die serieus overwegen Spanje weer te verlaten. „Als ik vertrek, dan het liefst naar een ander Europees land, Frankrijk ofzo. Als dat niet lukt, ga ik desnoods terug naar de Dominicaanse Republiek”, vertelt hij in zijn kale koopflat. Gómez heeft nog steeds de sleutels en spreekt liever hier af. Hij woont nu met zijn vriendin in zijn schoonmoeders huis, een krap tweekamerappartement dat ze moeten delen met nog vier anderen.

Sinds de eeuwwisseling was er geen land in Europa dat zo veel huizen bouwde, banen creëerde en immigranten aantrok als Spanje. Maar sinds het uitbreken van de mondiale kredietcrisis is er ook geen land waar de werkloosheid zo hoog opliep (tot 22 procent). Nu het er niet naar uitziet dat de economie snel aantrekt, komt een exodus op gang onder de vijf miljoen migranten die het in de eerste tien jaar van deze eeuw opnam.

Dit jaar heeft Spanje voor het eerst sinds 2001 een negatief migratiesaldo. Er komen dit jaar nog 450.000 mensen het land binnen, maar er vertrekken er meer. Het is een trend die volgens het Spaanse statistiekbureau INE zeker tot 2020 doorzet. Samen met de zwakke natuurlijke bevolkingsgroei leidt dit er toe dat Spanje dit decennium ruim een half miljoen inwoners zal verliezen.

De landelijke media hebben vooral veel aandacht voor Spanjaarden die nu de crisis ontvluchten. Het herinnert aan de vorige eeuw, toen miljoenen als gastarbeider noordwaarts trokken. Maar waar Spanjaarden destijds in Nederlandse fabrieken of de Duitse bouw aan de slag gingen, zijn het nu vooral hoogopgeleide, jonge Spanjaarden die, geplaagd door de jeugdwerkloosheid van 45 procent, hun heil in het buitenland zoeken. Het gaat ook om veel kleinere aantallen: circa 7.000 per maand.

Veel groter is de groep buitenlanders die vertrekt. „Negen van de tien emigranten zijn immigranten zonder Spaanse nationaliteit”, zegt statisticus Miguel Ángel Martínez van het INE. „De belangrijkste twee groepen die vertrekken zijn de Latijns-Amerikanen en de Oost-Europeanen.” Meer dan de Noord-Afrikanen (de derde grote groep immigranten in Spanje) en Afrikanen zien zij mogelijkheden om elders in Europa aan de slag te gaan of terug te keren naar hun geboorteland.

Op korte termijn is het gunstig dat migranten het economisch herstel in Spanje niet afwachten, zegt Josep Oliver Alonso, een in migratie gespecialiseerde econoom van de universiteit van Barcelona. „Het verlicht de druk op de arbeidsmarkt, zeker onder jongeren, omdat vooral mensen tussen de twintig en veertig zullen vertrekken.”

Maar op de middellange termijn, zegt Oliver, is de leegloop slecht nieuws. „Als zo veel jonge migranten vertrekken en alleen de ouderen blijven, wordt het voor de Spaanse verzorgingsstaat nóg moeilijker de vergrijzing op te vangen. De pensioenen en de volksgezondheid worden dan heel snel onbetaalbaar.”

Bovendien zorgden juist jonge migranten er in het afgelopen decennium voor dat het lage Spaanse geboortecijfer weer een beetje opleefde.

Wilson Gómez zal de bank na de executieveiling van zijn flatje zeker een ton verschuldigd zijn. „Ik kom mijn problemen het liefst hier onder ogen. En zo lang ik geen inkomen heb, valt er bij mij niet veel te halen”, zegt hij laconiek in zijn zware Spaans-Caraïbische accent.

Zijn vriendin werkt nog wel, maar hij zelf heeft alleen nog een uitkering van 426 euro. Hun gezamenlijk inkomen is daarmee gedaald van 3.000 euro voor de crisis naar zo’n 1.000 euro nu. Ze besparen op alles: eten, kleren, speelgoed en uitgaan. Ze zien hun dochters noodgedwongen alleen nog in het weekend. Het bleek goedkoper om hen onder te brengen in een internaat van de nonnen dan ze thuis te houden.

Valeria Guerrero Rumipamba denkt er ook aan terug te gaan, naar Ecuador. De 20-jarige studente reisde in 2008 haar oudere zus achterna richting Spanje. De laatste regularisatieronde van immigranten zonder papieren miste ze. Inmiddels is haar verblijfsvergunning verlopen en is ze illegaal in het land. Ze hoopt in ieder geval haar studie verpleegkunde nog af te kunnen maken. „Als ik daarna een vaste baan vind, kan ik misschien alsnog papieren regelen”, zegt ze.

Guerrero’s situatie is nu moeilijk. Haar vriend, die in de bouw werkt, kan amper nog uren maken. Zijn koopflat dreigt hem door de bank te worden afgenomen. Ze denkt er wel eens aan terug te gaan naar Riobamba, haar geboortestad in de Andes.

Omdat haar zwager en vriendje voor elkaar borg stonden bij het afsluiten van de hypotheek, moeten ze dan wel met de hele familie tegelijk vertrekken. De restschuld van de in beslag genomen flat kan de bank dan nooit meer innen – een praktijk die nu veel voorkomt in Spanje. „Als we gaan, dan allemaal ineens.”

Volgens econoom Oliver zal Spanje zodra het uit de crisis geraakt, een tweede immigratiegolf nodig hebben. „Nu, midden in de crisis, is niet het juiste moment het hierover te hebben. Maar in de tweede helft van dit decennium, als de groei terug is en de werkloosheid gedaald, is een debat hierover onontkoombaar.”