Er woont geen mens, hond, koe of kat meer

In de Russische stad Sotsji zijn straks de Winterspelen.

Fotograaf Rob Hornstra en schrijver/filmmaker Arnold van Bruggen kijken er vijf jaar rond, zo ook in Zuid-Ossetië.

Zuid-Ossetië is moeilijk een land te noemen. Er wonen zo’n 50.000 mensen in een provinciestadje met enkele dorpen hieromheen. Het is net iets groter dan Luxemburg en het doorkruisen van Zuid-Ossetië kost toch ongeveer zes uur, over steile bergkammen en moeizame wegen. Er is ook een snelle weg, die duurt twintig minuten. Maar die loopt door Georgië en kan sinds de oorlog niet meer worden gebruikt.

Sinds augustus 2008 is deze onmogelijke uithoek officieel een land, nadat het Russische leger de aanvallende Georgische troepen eruit vocht. Het heeft een parlement, een president, een leger en een rechtbank en het wordt diplomatiek erkend door een vreemdsoortige rijtje landen: Rusland, Nicaragua, Venezuela, Tuvalu en Nauru. Een paar honderd kilometer verwijderd van Zuid-Ossetië ligt de Russische kuststad Sotsji, waar in 2014 de Olympische Winterspelen worden gehouden. Daarom hoort Zuid-Ossetië bij het gebied dat wij bestrijken met The Sochi Project.

Tijdens de Sovjet-Unie was Zuid-Ossetië onderdeel van de Sovjetrepubliek Georgië. Van de vele Georgiërs die hier woonden is sinds de oorlog van 2008 nauwelijks meer een spoor te vinden. De dorpen die als Georgisch bekend stonden zijn op zo’n grondige wijze geruïneerd dat een wandeling erdoorheen meer aanvoelt als een bezoek aan Pompeii dan aan een dorp dat kort geleden nog bewoond was. Er woont geen mens, hond, koe of kat meer.

Vlak buiten een van die vernietigde dorpjes begint de Zuid-Ossetische hoofdstad Tschinvali. Met Russische steun zijn compleet nieuwe stadswijken verrezen. In het stadscentrum doet de fontein het weer – voor het door de Georgiërs gebombardeerde theater. Vlak ertegenover zetelt president Eduard Kokoity. Hij ontvangt ons in zijn kantoor en weet, kapotgemaakt door een overdaad aan mediatraining, in een half uur tijd weinig boeiende vergezichten te schetsen. Wel zegt hij: „de afgelopen achttien jaar hebben wij een Georgische blokkade overleefd. Ook al kost het ons veel tijd om de economie op te bouwen, wij overleven toch wel. Al moeten we zelfvoorzienend worden.”

Dat brengen ze aan de andere kant van Zuid-Ossetië al bijna in praktijk. Aan het uiteinde van de zes uur durende bergroute, in dorpen als Leningori, leven de mensen vrijwel geïsoleerd. De grens met Georgië is officieel dicht. Alleen het handjevol Georgiërs dat hier nog woont kan de grens over, zij smokkelen soms goederen terug naar Zuid-Ossetië. De economie is hier goeddeels kapot, maar de vruchtbare grond maakt autarkisch leven makkelijker.

Een paar honderd meter verderop ligt de gloednieuwe snelweg Tbilisi-Gori. Binnen een half uur rijd je vanaf hier naar het centrum van Tbilisi. Vanuit de Ossetische huizen horen we de auto’s suizen, soms blinken ze in de zon. Maar her en der staat een Russisch vlaggetje in de velden. Dat zijn de legerposten die deze nieuwe grens bewaken. Piepkleine boerendorpen zijn hier veranderd in een klein Berlijn. Er lopen dan geen muren door de straten, de dorpelingen kunnen ons precies aanwijzen waar de grens loopt. Ze durven er niet overheen. „Onze telefoons worden afgeluisterd en je weet nooit wanneer de Russen in de buurt zijn”, zegt een vrouw, die ook haar naam niet durft te zeggen. „Vroeger gingen we naar alle verjaardagen, bruiloften en begrafenissen. Nu durven we niet eens meer naar elkaar te roepen.”

Dit weekend zijn in Zuid-Ossetië de presidentsverkiezingen gehouden. Met veel moeite hebben oppositiekrachten, de rechtbank en naar verluidt Moskou de president en voormalig beroepsworstelaar Kokoity van een derde termijn af kunnen houden. De miljarden roebels steun uit Moskou verdwijnen voor zo’n groot deel in de zakken van zijn clan dat het zelfs Moskou te gortig werd. Ook de nieuwe president zal met handen en voeten aan Moskou gebonden zijn. Daar komen de wapens, het gas, het voedsel en geld vandaan. De enige manier waarop dit landje levensvatbaar kan worden is door banden met Georgië aan te gaan. „Als gelijkwaardige buren”, zal elke Osseet je bezweren. Maar voor Georgië hier aan toe is zullen vele jaren verstrijken.