Enter: de leunstoel- generaal

Buitenlandse journalisten die over Nederland schrijven, hebben inheemse woordvoerders nodig. Publieke intellectuelen met een goede reputatie – het liefst in bezit van een universitaire aanstelling – worden ingezet om in gepeperde citaten te bevestigen wat de correspondent of bezoekende verslaggever al had geconcludeerd, maar wat hij uit naam van objectieve verslaggeving niet voor eigen rekening kan nemen. Enter: de leunstoelgeneraal.

Toen ik vijf jaar geleden de bundel Nederland op scherp samenstelde, met ‘buitenlandse beschouwingen over een stuurloos land’, ontdekte ik dat buitenlandse journalisten bij voorkeur dezelfde Nederlanders als nationale woordvoerders gebruiken. Er viel zelfs een stelregel te ontdekken: als een verslaggever van het Amerikaanse weekblad The New Yorker Nederlanders had geraadpleegd, verschenen die Nederlanders daarna ook in artikelen van Fransen, Duitsers en zelfs Egyptenaren.

Destijds was Paul Scheffer onze meest geliefde woordvoerder. Het woord ‘geitenneuker’ heeft hij naar eigen zeggen in 60 talen gebruikt.

Vandaag de dag is politicoloog André Krouwel razend populair, niet alleen bij onze eigen journalisten, maar ook in het buitenland. Begrijpelijk. Krouwel, verbonden aan de Vrije Universiteit, is de ideale leunstoelgeneraal, altijd bereid een gepeperde mening te geven en dikwijls in de richting die de journalist wenst – maar dat kan toeval zijn. Vraag is wel, sinds de laatste editie van The Economist: hoe erg mag een leunstoelgeneraal overdrijven? Een verslaggever van het Britse weekblad ziet dat het Nederlandse politieke midden in een vrije val is beland. Tegelijk, zo vertelt de Nederlandse politicoloog hem, gaat veertig procent van de vaderlandse politieke verslaggeving over tweets van Geert Wilders.

Veertig procent, dat is niet niks. Interessant. Zou het echt zo zijn? Krouwel gebeld. Hij blijkt in Kairo, voor de lancering van zijn kieskompas in Egypte. „Nee, veertig procent van de voorpagina-artikelen in de eerste vijf maanden van 2008 ging over Wilders, niet over zijn tweets.” Vergissing van de journalist; The Economist is ook niet meer wat het is geweest. Krouwel: „Je weet hoe dat gaat: als een journalist het woord tweet hoort, en daarna ‘artikelen over Wilders’, dan maakt hij van het een het ander.”

Nee, eigenlijk weten we niet hoe dat gaat. Maar de coulance van Krouwel is wel begrijpelijk – en in stijl. De leunstoelgeneraal kent een paar regels. Een daarvan: nooit boos worden op journalisten. De telefoon moet per slot van rekening wel blijven rinkelen.

Pieter van Os

In deze rubriek schrijft de politieke redactie in Den Haag over de verhouding tussen media en politiek

    • Pieter van Os