Elke school doet het anders

De ene school heeft een ‘pedagogische beveiliger’ rondlopen, de andere school haalt de veiligheid ‘uit de motivatie’. Fysiek ingrijpen of niet is een dilemma.

Joke Mat

Op veel vmbo-scholen, zeker die voor leerlingen met gedragsproblemen, is boos en obstinaat gedrag aan de orde van de dag. „Veel van onze leerlingen hebben een fors probleem met het beheersen van boosheid”, zegt adjunct-directeur Joost van Caam van het Altracollege in Amsterdam, een school voor middelbaar speciaal onderwijs. „Onze docenten maken regelmatig de afweging: fysiek ingrijpen of niet. Dat dilemma doet zich op alle scholen voor.”

Van Caam maakte nog niet mee dat een ouder de politie belde wegens mishandeling, zoals vorige week op het Anna van Rijn College in Nieuwegein. Maar, zegt hij, dat had bij hem op school ook kunnen gebeuren.

De veiligheid van de leerlingen staat voorop, zegt oud-directeur Bart Engbers van het Vader Rijn College in Utrecht. Van álle leerlingen. „Het zijn niet alleen rouwdouwers. Er zijn ook stille muisjes, die geen zin hebben in leren en maar een beetje naar hun nageltjes zitten te kijken. Die worden nog banger van geweld.” Hij heeft weleens de politie gebeld voor moeilijke jongens die leraren bedreigden. Maar dat vindt hij een zwaktebod. „De school is het domein van de pedagoog, daar moet de politie buiten blijven. De school moet het pedagogisch klimaat zo organiseren dat je geen 112 hoeft te bellen.”

Hoe doe je dat? Op het Vader Rijn College in Utrecht (inmiddels met een andere school gefuseerd tot Trajectum College) loopt een ‘pedagogisch beveiliger’ rond. Iemand die bij calamiteiten wordt opgeroepen en dan doortastend optreedt. „Het is op dit soort scholen goud waard om daar een goed getraind iemand voor te hebben.” Geen uitsmijter, wel iemand die handelt vanuit pedagogische beginselen. „Hij kent de kinderen, voert gesprekjes met hen, zodat ze weten dat er een ‘grote aap’ rondloopt. Dat maakt indruk.”

Het Altra College heeft geen ‘grote aap’, daar moet de veiligheid volgens Joost van Caam uit de relatie tussen docenten en leerlingen komen. „Maar als een leerling weigert instructies op te volgen en ook de veiligheid van anderen in gevaar brengt, grijpen wij in. Eerst door een kind te motiveren toch de instructie op te volgen. Maar als dat aan dovemansoren gericht is, dan helpen we een jongen soms het lokaal te verlaten. Of we halen de rest van de groep eruit om de les elders voort te zetten. Omdat we inschatten dat we hem toch niet van zijn plek krijgen. En om fysiek ingrijpen te vermijden.”

Wat vindt hij van het pleidooi voor effectiever straffen van orthopedagoog Astrid Boon, bijvoorbeeld met strafregels? Zou dat zijn leerlingen kunnen disciplineren? Ordeproblemen kunnen oplossen? „Strafregels schrijven is bij onze leerlingen een gepasseerd station”, zegt Joost van Caam. „Zij hebben als ze bij ons komen al meerdere scholen achter de rug. Bij hen moet je respect voor volwassenen en gezag niet opleggen. Je moet je richten op herstel van het vertrouwen.”

En dan zijn er nog de ouders. Bart Engbers maakte ook nooit mee dat ze de politie belden. Wel, vaak: dat ze zich tegen de school keerden als het om sancties tegen hun kinderen ging. „Het is belangrijk dat een mentor meteen vanaf het begin contact maakt met de ouders, vóór er incidenten zijn.” Maar dat is geen garantie dat school en ouders één lijn zullen trekken. „Het gebeurt wel dat we met de ouders afspreken dat een leerling pilletjes gaat slikken tegen adhd, maar dat zij zich daar niet aan houden. Dan heb je toch weer van die stuiterballetjes in de klas.”

Wat vindt hij van het idee ouders al bij de inschrijving de schoolregels te laten ondertekenen? Zou dat iets oplossen? „Dat is ongeveer wat wij nastreven. Maar je moet oppassen dat de administratieve druk, waar leraren toch al veel last van hebben, niet te groot wordt om het werkelijke gesprek aan te gaan. Daar moet het toch vandaan komen. Een kind moet zich gehoord en erkend voelen. Zodat hij zin krijgt om te werken voor die mentor of die leraar. En denkt: goh, ik heb iemand die me begrijpt.”