De slavernij is niet voorbij, ook niet voor Zwarte Piet

In tien jaar veranderde het Nederlandse slavernijverleden van verzwegen episode tot gewild debatthema. Vandaag verschijnt een boek met persoonlijke verhalen over de omgang met het slavernijverleden.

Een incident in Dordrecht, afgelopen zaterdag. In de schaduw van de intocht van Sinterklaas werd een demonstrant gearresteerd door drie agenten. Dat ging nogal hardhandig, toont een filmpje op YouTube. Reden voor de arrestatie: de zwarte man droeg eenT-shirt met de tekst ‘Zwarte Piet is racisme’.

Het had een publiciteitsstunt kunnen zijn voor het boek Meerstemmig verleden. Persoonlijke verhalen over (de omgang met) het Nederlandse slavernijverleden, dat vanavond in gebouw De Nieuwe Liefde in Amsterdam wordt gepresenteerd. Geen mooier bewijs immers voor het vertrekpunt van dit boek: de slavernij is levend verleden, dat voor veel mensen nog een grote rol speelt.

In 21 interviews vertellen Surinamers, Antillianen en Nederlanders hoe de erfenis van de slavernij doorwerkt in hun dagelijks leven. De selectie van geïnterviewden is tamelijk willekeurig, het enige criterium is dat ze een relatie hebben met het onderwerp. Slechts een enkeling is militant in zijn afwijzing van de Nederlandse cultuur, het gros is mild. Desondanks worden twee dingen heel duidelijk. De integratie van Caraïbische Nederlanders is minder ver gevorderd dan vaak wordt verondersteld. En slavernij is geen exotische misstand uit een ver verleden.

Het is hard gegaan met de verwerking van het Nederlandse slavernijverleden. Vijftien jaar geleden nog een verzwegen episode, nu het onderwerp van een prestigieuze tv-serie bij de NTR. De tussenliggende periode biedt een rijke oogst: onthulling van een nationaal monument in het Amsterdamse Oosterpark (2002), oprichting van onderzoeksinstituut NiNsee (2003), tientallen wetenschappelijke publicaties, hoofdstukken in schoolboeken, tentoonstellingen, toneelstukken, wandel- en fietsroutes langs erfgoed, back to the roots-reizen naar Afrika.

En er kwam de laatste tien jaar debat, heel veel debat. Vooral de Afro-Surinaamse gemeenschap liet zich horen. Over de hekken met zwarte zeilen in het Oosterpark die de genodigden scheidden van belangstellenden, waardoor de onthulling van het monument ontaardde in rellerigheid. Over de vergelijking van slavenschepen met een Boeing 747 (economy class) door historicus Piet Emmer. Over de verdiensten van het NinSee, dat als het aan staatssecretaris Zijlstra ligt in 2013 dichtgaat. En, vorige week nog, over de parallel met hedendaagse vormen van slavernij in de tv-serie De Slavernij.

Dat er vanaf midden jaren ’90 een omslag plaatsvond, verklaart Gert Oostindie, hoogleraar Caraïbische geschiedenis, uit de economisch voltooide integratie van sinds 1975 gearriveerde Surinamers. De primaire behoeften waren vervuld, er kwam ruimte voor immateriële zaken. Afro-Surinamers organiseerden zich en kregen toegang tot politiek en bestuur.

Letterlijk boegbeeld van de erkenning van het Nederlandse slavernijverleden is het Nationaal Monument. En de drijvende kracht achter het monument is Barryl Biekman, die als voorzitter van het Landelijk Platform Slavernijverleden alle obstakels heeft overwonnen. Haar strijd is nog niet gestreden, bleek toen ze onlangs met Mariko Peters en Harry van Bommel pleitte voor het verwijderen van het ‘slavernijpaneel’ van de Gouden Koets. Anderen strijden nog over het monument. Was het geen makkelijke manier van de Nederlandse staat om het schuldgevoel af te kopen? En waarom staat het niet op de Dam?

Perez Jong Loy in Meerstemmig verleden: „Je moet je voorstellen dat boer Gerrit uit Groningen een dagje Amsterdam komt doen. Denk je dat hij naar het Oosterpark gaat om het standbeeld van de afschaffing van de slavernij te bewonderen? No way!”

Misschien zijn de interviews in Meerstemmig verleden – gemaakt door studenten van de master ‘Publieksgeschiedenis’ van de Universiteit van Amsterdam – de opmaat voor een derde fase in de omgang met ons slavernijverleden. Tot nu toe ging het vooral om wetenschap en instituties, minder om mensen.

Academisch onderzoek zorgde voor feiten en cijfers. De belangrijkste zijn intussen gemeengoed: de Republiek (Nederland) vervoerde in de 17de en 18de eeuw circa 550.000 slaven van Afrika naar Zuid-Amerika en de Caraïben, en zorgde daarmee voor 5 procent van de Europese slavenhandel. Parallel ontwikkelde zich het institutionele domein, met de discussie over monumenten, herdenken, schadevergoedingen, excuses.

En dan zijn er nog de persoonlijke ervaringen, herinneringen en emoties, in een publicatie over sporen van het Nederlandse slavernijverleden aangeduid als ‘mentaal erfgoed’. Zorgden cijfers en beelden al voor debat over relativering van het leed, dat is niets vergeleken met wat ons te wachten staat als we ruimte geven aan deze informele Vergangenheitsbewältigung. Juist hier, in het informele domein van angst en frustratie, is de kloof tussen wit en zwart het grootst.

Aan de ene kant staan Surinamers en Antillianen die nog dagelijks het effect voelen van de raciale ongelijkheid die de slavernij heeft gevestigd. Een ambivalent gevoel: ze voelen zich slachtoffer van opgelegde inferioriteit, maar ontlenen tegelijk een strijdbare houding aan die achterstelling. Aan de andere kant staan autochtone Nederlanders die aandacht voor slavernij gezeur vinden, want het is al zo lang geleden, we kunnen er toch niets meer aan doen en we moeten vooruit kijken. En Zwarte Piet is onschuldig.

De interviews in Meerstemmig verleden, wellicht juist dankzij de willekeurige selectie, tonen de mogelijke middenweg tussen zwarte woede en witte relativering. Niet iedere nazaat is boos, niet iedere bakra is een hork. Maar wat deze bescheiden oral history vooral laat zien, is dat hun relatie gekleurd is door de slavernij.

Mark Duursma

Paul Knevel, Sara Polak, Sara Tilstra (red.): Meerstemmig verleden. Persoonlijke verhalen over (de omgang met) het Nederlandse slavernijverleden. KIT, 136 blz. € 15.