De correcties van Janus Secundus

De jong gestorven Nederlandse dichter Janus Secundus schreef ook schuine verzen. In het Latijn, waardoor alleen echte kenners ze snapten. Vandaag is zijn 500ste geboortedag.

De belangrijkste Nederlandse dichter van de zestiende eeuw werd vandaag precies vijfhonderd jaar geleden geboren. Janus Secundus, in het dagelijks leven Jan Nicolai, schreef virtuoze liefdesgedichten in het Latijn en werd daarmee beroemd bij de Europese elite. Hij overleed jong: op 24-jarige leeftijd.

Vijfhonderd jaar later zijn er weinig Nederlanders die zijn naam kennen. Zijn geboortedag wordt deze week in kleine kring gevierd. Aan de Nijmeegse Radboud Universiteit komen twintig specialisten van het humanistisch Latijn bijeen, op uitnodiging van Werner Gelderblom, die zelf binnenkort promoveert op een manuscript van Secundus.

„Een uniek manuscript”, vertelt Gelderblom. „Het is de drukkerskopij van de Verzamelde werken uit 1541 die veel wijzigingen en toevoegingen bevat. We zien de dichter aan het werk. Voor het eerst kunnen we het schrijfproces bij een Latijnse dichter uit onze contreien bestuderen.”

Secundus heeft bijvoorbeeld nog flink gesleuteld aan zijn gedichtencyclus rondom een zekere Julia. Gelderblom: „Dat is echt een liefdesgeschiedenis, die van begin tot eind beschreven wordt. De dichter leert een vrouw kennen, Julia dus, zoent met haar en zij belooft meer. Maar ze vindt een nieuwe liefde, met wie ze trouwt en de dichter blijft alleen achter. In het laatste gedicht beschrijft hij hoe hij haar in een droom ontmoet en hoe ze dan met hem het bed deelt.”

Het manuscript laat zien dat Secundus op de valreep een nieuw gedicht heeft toegevoegd, halverwege het liefdesverhaal. „Julia wil dat Secundus haar uitbeeldt in een beeldhouwwerk, maar Secundus zegt: dat gaat niet lukken, want een godin kan niet in steen uitgebeeld worden. Volgens mij moet je dat zo opvatten: niet in steen, maar wél in poëzie. Want de lezer die het boek in handen heeft, heeft daarmee ook een beeld van Julia in handen.” Zo tilt Secundus de betekenis van zijn gedichten naar een hoger niveau, en benadrukt hij ook zijn eigen vaardigheden als dichter.

„Je ziet verder dat hij ingrijpt in seksueel expliciete passages. Hij heeft bijvoorbeeld een grappig gedichtje over twee jongens die verliefd zijn op een getrouwde vrouw. Ze geven haar echtgenoot een nieuwe toga. Die is zo trots op zijn toga dat hij naar alle kroegen en andere openbare gelegenheden gaat om die toga te laten zien. Ondertussen hebben die twee jongens alle tijd om zijn vrouw te dolare – wat letterlijk ‘met een bijl bewerken’ betekent. Maar hier is het in een afgeleide betekenis gebruikt: stevig neuken. Een betekenis waarvan maar twee vindplaatsen in de Romeinse literatuur bekend zijn. Je moest een zeer belezen humanist zijn om met die betekenis bekend te zijn.” Iets voor de fijnproevers dus. In de kopij voor het boek verandert Secundus dat in het veel gewonere frui: genieten.

De belangrijkste ingreep in het seksueel expliciete is echter van de hand (letterlijk) van Secundus’ broer Marius, die het manuscript, na het plotselinge overlijden van de dichter, definitief persklaar maakt. „Als Secundus droomt dat hij met Julia in bed ligt, schrijft hij: de goden stemmen in en Jupiter zelf stemt ook in en gaat met zijn Ganymedes naar bed. Marius heeft die verzen weggestreept. Ganymedes was een mooi jongetje, dat door Jupiter naar de hemel was meegenomen. Een homoseksuele verwijzing dus, die ook nog eens betrekking heeft op een obsceen gedicht van Martialis, waarin sprake is van het penetreren in de anus, in zeer expliciete bewoordingen. Dan moet je als ingewijde humanist wel even gegrinnikt hebben: zo, dat is een stevige verwijzing.”

Naar schatting 15 tot 20 procent van de Nederlandse mannen kon in die tijd Latijn lezen, maar de kring van humanistische geleerden, die dergelijke toespelingen begreep, was kleiner. „Dat die literaire verwijzingen alleen door een kleine elite begrepen werden, was een deel van de pret”, zegt Gelderblom.