Boermans glorieert met vette 'Midzomernacht'

Theater

Midzomernachtdroom van Shakespeare. Regie: Theu Boermans. Gezien: 11/11. Inl. nationaletoneel.nl. ****

Een imposante, zwarte partytent, eerder dreigend dan opgewekt, lange, wit gedekte tafels eronder. Hier is in Theu Boermans’ regie van Shakespeares Midzomernachtdroom (A Mid-summer Night’s Dream) het huwelijksfeest van Theseus en Hippolyta aanstonds. En het is meteen duidelijk: dit feest heeft een grimmig kantje. Boermans maakt van de voorbereidingen een gepast prozaïsche bedoening: werklui banjeren af en aan terwijl hun transistorradio hitjes tettert. Theseus en Hippolyta zijn hier mediamagnaten: radiozender BNR rept over de fusie van Theseus Publishing en Hippolyta’s bedrijf Amazonegroep, en het – mogelijk door zakelijke belangen ingegeven – huwelijk van de twee CEO’s. Zo haalt Boermans Shakespeares personages (hij is eigenlijk hertog, zij Amazonekoningin) radicaal naar het nu.

De regisseur, die dezelfde enscenering in 2007 al maakte voor het Weense Burgtheater, plaatst zich met zijn interpretatie van het verhaal in de traditie van Peter Brooks’ regie uit 1971. Hij beschouwt elfenkoning Oberon en diens vrouw Titania, die in het betoverd bos hun eigen strijd der seksen uitvechten, als alter ego’s van Theseus en Hippolyta. Ze worden door dezelfde acteurs gespeeld. Stefan de Walle is treffend als de harde topman en geestig als macho-gekwelde elfenkoning. Ariane Schluter is als Hippolyta een heerlijk onwillige, sarcastische bruid en als Titania een hitsige verleidster, continu kortademig van geilheid.

Oberon en Titania jagen elkaar na en wijzen elkaar af, ze manipuleren, konkelen en toveren om de ander te verslaan. In hun titanische strijd raken onschuldige omstanders betrokken. Vier jongelingen, verdwaald in het bos (Anniek Pheifer, Jeroen Spitzenberger, Matteo van der Grijn en Bracha van Doesburgh) worden slachtoffer van een verkeerd toegepast magisch liefdesdrankje, met vele tragikomische verwikkelingen tot gevolg. En Bok (Pierre Bokma), een van de technici die in het bos een toneelstuk ter ere van het huwelijk repeteren, wordt tot ezel omgetoverd.

Boermans regisseert Shakespeares kolderieke liefdesles uit circa 1600 nadrukkelijk op de lach, en zegeviert groots: Midzomernachtdroom is twee uur lang hilarisch, van het type tranen van het lachen. Hij rijgt de ene seksuele zinspeling aan de andere, wat de vraag opwerpt of het nu over liefde gaat, of enkel lust. Maar dankzij het knappe, gelaagde spel van veel van de acteurs is de voorstelling weliswaar vet, maar zeker niet plat.

Twee van hen verdienen bijzondere lof. Antoinette Jelgersma geeft blijk van een verrassend komisch talent als het nukkige, domme hulpje van Oberon, Puck, tegelijk slaafs en opstandig naar haar heer. Op een cruciaal moment zingt Jelgersma breekbaar een gevoelig lied, en zorgt zo voor de hoognodige ontroering.

Pierre Bokma maakt van de onfortuinlijke Bok een onwaarschijnlijk hartveroverende sukkel. Hij is het soort klusjesman dat iedereen wel kent: type grote woorden, klein hartje. Het gezicht stoer-zelfverzekerd, met toch altijd iets van een vraag erop. De onverschillige lichaamshouding, holle rug, bierbuik vooruit. De brede armgebaren, de luidruchtige bluf waar steeds de onzekerheid doorheen schemert. Zelfs als ezel is Bokma innemend. Het dwaze toneelstuk dat de technici opvoeren is een dolkomisch hoogtepunt.

Boermans’ debuut bij het Nationale Toneel is een frisse spektakelvoorstelling die drijft op de lach en de sensationele effecten: de feesttent stort dramatisch in, het regent minutenlang kurksnippers. Het is lang wachten op wat diepgang, maar als die eenmaal komt, is het ook meteen een ijzingwekkende kentering. In haar slotmonoloog richt Puck zich tot het publiek. Heel slim keert ze al het voorgaande om – plots blijkt dat wij naar onze eigen liefdesangsten hebben gekeken. En daarbij is het nooit: eind goed, al goed. Midzomernachtdroom mag eindigen met drie huwelijken, niet één heeft de garantie van succes; de huwelijken uit liefde net zo min als de zakelijke variant. Will you still love me tomorrow? zingt Jelgersma beverig. En dan vloeien ook die andere tranen.