Blanken bezitten Surinaamse ziel

Emma Veenstra woont in Amsterdam-Zuidoost en leidt ontmoetingen tussen bewoners, waardoor ze veel over slavernij spreekt. Ze heeft twee zonen van een Surinaamse man.

‘De vader van mijn kinderen was een échte Surinaamse man, als je dat mag generaliseren. Ik had geen idee wat hij allemaal uitspookte, dat heb ik pas later gemerkt. Hij had twee werelden, de echte wereld en de wereld die hij fantaseerde – een dubbelleven. Ik was heel naïef en jong en ik ben, denk ik, altijd met wishful thinking bezig geweest. Pas later heb ik begrepen dat ik nog niet toe was aan het zien van de realiteit. Dat heeft me achteraf ook gered.

Ik heb door onze scheiding eigenlijk zonder het doelbewust te willen, de rol van een Creoolse Surinaamse moeder gekregen. Ik heb het allemaal alleen gered, zonder alimentatie. Achteraf bekeken snap ik ook niet hoe ik het heb gedaan, maar het is het helemaal waard geweest.

Wat ik bitter vind, is dat de Tweede Wereldoorlog nu al meer dan 60 jaar wordt herdacht. De oorlog was natuurlijk heel erg, maar die heeft vijf jaar geduurd en de slavernij bijna 300 jaar. Dus generaties lang, van vader op zoon, moeder en kind, in slavernij geboren, zonder enig perspectief op verbetering. Ik denk dat dit de Creools-Surinaamse cultuur heel sterk heeft bepaald. Bijvoorbeeld ook het gedrag van mannen. Een Surinaamse cabaretière, Jetty Mathurin, zei ooit chargerend: „Het zijn dékhengsten!”, maar het zijn volgens mij dingen die verklaarbaar zijn uit het verleden. Als je vrouw kan worden verkocht of verkracht door de baas, als je kinderen kunnen worden doorverkocht, of je wordt zelf verhandeld, dan heb je geen veilige basis. Een ander beschikt over jou, mentaal en fysiek. Ik kan me voorstellen dat je je dan indekt, dat je het niet alleen bij die ene houdt, want als die wegvalt, valt alles weg.

In de slavernij werden gezinnen versplinterd, dus een echt gezinsleven hebben de mensen in die tijd niet gekend. De vader van mijn kinderen kende ook zijn vader niet. Zijn moeder heeft één keer op straat naar een man gewezen en zei: „Dat is je vader”. Het kost gewoon generaties om daar vanaf te komen. Die slavernij is zo lang nog niet geleden. Een paar generaties.

Je bent een onderdeel van een groter geheel. Je hebt niet alles te bepalen. Ik denk dat cultuur, je geschiedenis, in dat opzicht een enorme impact heeft. Een opmerking van een Surinaamse vrouw zette me aan het denken. Zij had van haar moeder geleerd: de blanken hebben je ziel. Als je zo 300 jaar lang, van generatie op generatie, zelf niets in te brengen hebt omdat je weet dat jouw eigenaar beschikt en beslist, dat heeft natuurlijk emotioneel en gevoelsmatig een enorme invloed op je.

Ik leid socratische dialogen; de methode van doorvragen, luisteren, niet in discussie treden. Het is een mooie manier om over de pijn van het slavernijverleden te praten. Verhalen vertellen kan tot verbinding en begrip leiden omdat andere mensen het kunnen herkennen. Nelson Mandela deed dat ook: hij bracht slachtoffers en daders bij elkaar. Het slachtoffer voelt zich erkend in zijn verhaal en verdriet en dat heelt. Soms hoef je ook de daadwerkelijke dader niet te spreken. Als er een persoon is die de dader representeert, dan kan iemand zijn pijn kwijt. Over het slavernijverleden kan je ook niet meer met de daders praten. Natuurlijk zijn niet alle Hollanders van nu schuldigen. Maar onbewust eigenen veel Hollanders zich toch een vanzelfsprekende meerwaarde toe.

Het slavernijverleden wordt vaak gebagatelliseerd en dat doet pijn, zeggen Surinaamse vrienden. Sommige Hollanders zeggen: „Waarom moet dat nú nog zo nodig, na al die tijd?” Ik denk dat je pas over je pijn kunt praten als je er niet meer van instort. En beseft dat ook jij bestaansrecht hebt. Als je zo lang onderdrukt bent geweest kost het tijd om dat besef te ontwikkelen. Zoals een kind, dat zonder liefde is opgegroeid, minderwaardigheidscomplexen krijgt. Dat durft ook pas later, als het ‘vrij’ is, voor zichzelf op te komen en te zeggen: „Ik mag er zijn, net zo goed als de rest!” Pas als dat zelfvertrouwen er is, durf je jezelf ook het recht op erkenning toe te eigenen.”

Fragment uit: ‘Meerstemming verleden’. Interview: Sara Polak