‘Betrek lokale organisaties bij Mauro-kwesties’

De 18-jarige Angolese asielzoeker Mauro Manuel tijdens het Kamerdebat over zijn zaak. Foto NRC / Roel Rozenburg

Lokale organisaties moeten worden betrokken bij de vraag of uitgeprocedeerde asielzoekers in schrijnende gevallen mogen blijven. Dat vindt de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken, meldt de NOS vandaag. Minister voor Immigratie en Asiel Gerd Leers (CDA) had om het advies gevraagd.

In de commissie voor schrijnende gevallen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zouden ook burgemeesters, vluchtelingenorganisaties en kerken hun zegje moeten kunnen doen. Er zou minder ambtelijk, en meer maatschappelijk naar de schrijnende gevallen moeten worden gekeken. Door de lokale organisaties erbij te betrekken, wordt meer gekeken naar hoe de asielzoeker in de lokale gemeenschap functioneert.

Advies naar Duits voorbeeld

Het rapport wordt 6 december officieel gepresenteerd. De adviescommissie keek ervoor naar de deelstaten Beieren en Noordrijn-Westfalen. Duitsland kent sinds de jaren negentig commissies voor ‘moeilijke gevallen’, waarin ambtenaren van de deelstaat en immigratiediensten, kerken, vluchtelingenorganisaties, sociale diensten en artsen zitten.

Vooral Noordrijn-Westfalen zou op het gebied van inwoneraantal en de instroom van asielzoekers goed met Nederland te vergelijken zijn. De commissie in die deelstaat buigt zich jaarlijks over ongeveer vierhonderd schrijnende gevallen. Gemiddeld adviseert de commissie in tachtig zaken toch een verblijfsvergunning te geven. De autoriteiten volgen dat advies vrijwel altijd op.