Bestrijden van dat casinokapitalisme was geen gek plan

God zij geprezen dat Monti en Papademos de belangrijke functies bekleden. Zij zijn de juiste mensen om perverse ‘financiële innovaties’ tegen te gaan, stelt Ruud Lubbers.

Het is monetair een heel bijzonder najaar geworden – tijd voor een persoonlijke ontboezeming.

Vijftig jaar geleden studeerde ik af bij professor Johan Witteveen. Mijn doctoraalscriptie ging over het effect van divergentie in productiviteitsontwikkeling op de lopende rekeningen van betalingsbalansen. Vijftien jaar later had ik als jong minister van Economische Zaken het voorrecht namens Nederland de kandidatuur van Witteveen als nieuwe directeur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) te bepleiten bij mijn toenmalige Franse collega Giscard d’Estaing. Nu, weer een generatie later, is deze voormalige directeur van het IMF volop in het nieuws met opvattingen over de eigentijdse monetaire problematiek.

Witteveen werd geen casinokapitalist, integendeel. Als soefiman staat hij voor ethiek. Tegelijkertijd is hij monetair vakman en IMF-man gebleven, maar dan wel een IMF- nieuwe-stijl, dus in een multipolaire wereld. Dit wil zeggen: met inbegrip van de landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling en de BRICS-landen.

Zelf word ik dit najaar, twintig jaar na Maastricht, fors bevraagd waar het fout is gegaan.

Het antwoord luidt: na Delors als Commissievoorzitter en na Lubbers als voorzitter van de Europese Raad, gedurende een half jaar, ging het fout met het noodzakelijke vervolg aan financiële discipline. De ministers van Financiën in de eurolanden, de Europese Raad, de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank (ECB) ‘lieten het liggen’. Dit werd vooral zichtbaar en op den duur fataal toen de euro eenmaal was ingevoerd.

Enkele weken geleden was ik in Warschau, op uitnodiging van de president van de Poolse Centrale Bank. Daar hoorde ik van Philipp Hildebrand – nu voorzitter van de Zwitserse Centrale Bank, maar indertijd een vooraanstaand internationaal bankier, die veel te maken had met financiële innovaties (door sommigen wel aangeduid als casinokapitalisme) – dat deze nieuwe vorm van bankieren al in 1995 zo sterk groeide dat aan de bel werd getrokken in ‘Basel’; tevergeefs. Governance werd niet nodig geacht. De markt zou het wel regelen. Dat hebben we geweten!

Ik ontmoette in Warschau ook Mario Monti, voormalig lid van de Europese Commissie. Hij placht mij, tezamen met Delors, te consulteren als scheppers van de interne markt, de voorloper van de eenheidsmunt dus.

Nu ging het over de euro en Italië. God zij geprezen dat Monti nu minister-president van Italië is, Hildebrand vicevoorzitter van de Financial Stability Board (FSB) en het voormalige Griekse directielid van de ECB Lucas Papademos premier van Griekenland.

Aan het begin van dit najaar ontving ik nog veel kritiek als ik wees op het IMF als de hoeder van het internationale monetaire stelsel, als ik wees op het „nog af te maken karwei” van de FSB om het casinokapitalisme definitief te beteugelen en als ik een volledig mandaat voor de ECB alsmede een effectieve financiële autoriteit in Brussel bepleitte. (Zou Wolgang Schäuble dat niet kunnen zijn?) Nu merk ik dat de ene commentator na de andere zich positief hierover uitlaat – met dank aan mijn vroegere hoogleraar Witteveen.

Ruud Lubbers is oud-premier.

    • Ruud Lubbers