België deelt in 'Europese malaise'

Een nieuw Belgisch kabinet zal nog even op zich laten wachten. Maar de financiële markten willen nú een geloofwaardige begroting voor 2012.

Al dagenlang hadden Belgische politici elkaar dringend gewaarschuwd: als er niet héél snel een begroting was voor 2012, zoals de Europese Commissie eist, zou hun land terechtkomen in „het oog van de eurostorm”. Ze gaven elkaar daarvan de schuld.

De partijen die onderhandelen over een nieuwe regering – en die de begroting proberen te maken – verweten elkaar „kwade wil” en „struisvogelachtig” gedrag. Formateur Elio Di Rupo haalde zijn eigen deadline voor de begroting niet (zondagavond), demissionair premier Yves Leterme stelde voor dat zíjn regering die dan maar zou maken, Vlaamse commentatoren dachten hardop na over een ‘zakenkabinet’ voor België.

En zo kwam het belangrijkste Belgische nieuws van gistermiddag nauwelijks nog als een verrassing: de financiële markten wantrouwen België weer. De rente op staatsleningen van tien jaar steeg tot 4,59 procent. De spread, het renteverschil met Duitsland, bereikte een historisch record (279 basispunten).

Ook de rentes van Spanje, Italië, Portugal en Ierland liepen gisteren op. Volgens analisten had België last van de „Europese malaise”, het „besmettingseffect” van Italië. Met de begroting zelf had het misschien niet veel te maken.

Maar juist vorige week nog had Jean Deboutte, directeur van het Agentschap van de Belgische Schuld, in dagblad De Standaard gezegd dat de Italiaanse „besmetting” eraan zat te komen. „Daarom moet er nu absoluut direct een geloofwaardige begroting komen.”

Die kwam er nog niet. Minister van Klimaat en Energie Paul Magnette, van de Franstalige socialisten (de partij van Di Rupo), zei gisteren dat de onderhandelaars nog wel een paar dagen tijd hadden. Hij vond het ook onzin om de hervormingen die de Europese Commissie van België verlangt – over de automatische koppeling van de lonen aan prijsstijgingen, de pensioenleeftijd, de duur van de werkloosheidsuitkeringen – als eisen te zien. Ze waren een „inspiratiebron”. Zijn collega Steven Vanackere, minister van Buitenlandse Zaken en Vlaams christen-democraat, vond die uitspraak „onverantwoordelijk”.

Om het tekort terug te dringen tot 2,8 procent van het bruto binnenlands product moeten de aanstaande regeringspartijen op zoek naar 11,3 miljard euro aan bezuinigingen en extra inkomsten. Vooral de Vlaamse liberalen en christen-democraten vinden dat formateur Di Rupo te veel belastingen voorstelt en weinig hervormt aan de arbeidsmarkt.

De voorzitter van de Vlaamse socialisten, Bruno Tobback, zei gisteren dat „iedereen kampeert in zijn ideologische standpunten”. Minister van Financiën Didier Reynders, van de Franstalige liberalen, zei dat de socialisten hun taboes dan maar eens moesten opgeven.

De Gentse politicoloog Carl Devos ziet het geruzie als „licht absurd theater”. „En toch denken de politici nog steeds dat de mensen hen serieus nemen.”

Het zijn de drie traditionele politieke ‘families’ die met elkaar onderhandelen over een nieuwe regering: de Franstalige en Vlaamse socialisten, de Franstalige en Vlaamse liberalen en de Franstalige conservatieven (CDH) en Vlaamse christen-democraten (CD&V). Ze kwamen in september tot belangrijke akkoorden over onderwerpen die Franstalig België en Vlaanderen al heel lang diep verdelen, zoals het tweetalige kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde.

De politieke instabiliteit van België leek voorbij te zijn, het land zou eindelijk een regering krijgen. Iedereen wist dat Di Rupo traag verder zou werken – zo werkt hij altijd – maar een weg terug was er niet.

De grootste partij van Vlaanderen, de Vlaams-nationalistische N-VA die streeft naar het einde van België, deed niet meer aan de onderhandelingen mee, maar groeit in de peilingen. Als de formatie toch nog zou mislukken, was het land terug bij af of nog erger: België zou van zichzelf dan wel een heel makkelijk slachtoffer maken van de financiële markten.

De Vlaamse liberalen deden vorige week nog even alsof zo’n einde van de onderhandelingen toch mogelijk was – om druk te zetten op Di Rupo. „Maar dan zou de partij gekwetst en gehavend aan de kant komen te staan en alle verwijten over zich heen krijgen”, zegt politicoloog Devos.

Het waren ook de Vlaamse liberalen die in het voorjaar van 2010 de regering-Leterme lieten vallen. Officieel omdat er geen oplossing kwam voor ‘Brussel-Halle-Vilvoorde’. „Maar eigenlijk omdat het de regering niet lukte de arbeidsmarkt te hervormen”, zegt Devos. „De liberalen moeten nu wel wat binnenhalen.”

De Franstalige socialisten, de grootste partij van Wallonië, verdedigen fel de belangen van hun eigen kiezers. „Het loopt dus nu vast op een klassieke links-rechts-botsing”, zegt Devos. „De relaties raken verzuurd. Alle ingrediënten zijn er voor een kwakkelkabinet.”

De zes partijen zullen nu wel verder praten. Er komt vast ook een begroting, maar het is niet zeker dat het Belgische parlement die nog vóór het einde van het jaar kan goedkeuren. Misschien is demissionair premier Leterme er dan toch met zíjn begroting.