Allemaal netjes in de rij

Vijf jaar was onze oudste zoon, toen we voor het eerst bij de schooldirecteur op het matje werden geroepen. Die had hem tijdens het speelkwartier gevraagd zijn jas van de grond op te ruimen, waarop zoon had geantwoord: „ja, natuurlijk.” Zijn antwoord getuigde van een ongekende brutaliteit, vond de directeur, vanwege het woord natuurlijk. „Hij sprak me aan alsof ik dom was.” Een aantal keer kregen we een vermanende brief. Zoon zelf moest regelmatig in de hoek staan, in het kantoor van de directeur.

Als de culturele verschillen tussen Nederlanders en Belgen ergens zichtbaar zijn, dan is het wel in het onderwijs. Een Vlaamse vriend woonde tot zijn achtste in Nederland en ging daar naar school. Terug in België had hij grote aanpassingsproblemen. Zo keek hij een leraar eens recht in de ogen, toen hij vertelde dat hij zijn huiswerk niet had gemaakt omdat er onverwacht familie op bezoek was gekomen. En meteen stelde hij voor de volgende dag dan wat extra huiswerk te maken – als een Hollandse handelaar. Zoveel directheid was de leraar niet gewend. De vriend bleek niet te handhaven op de school.

De anekdote is dertig jaar oud, maar ook nu gaat het er op scholen in België ordelijker aan toe dan in Nederland. Om die reden zijn Vlaamse scholen in de grensstreek populair bij Nederlandse ouders. Op sommige wordt gewerkt met puntensystemen of rode kaarten. En als je het goed doet, kun je ‘leerling van de week’ worden. De Antwerpse school waar mijn zoon nu op zit doet daar niet aan, het gaat er voor Belgische begrippen vrij losjes aan toe. Maar de Nederlandse bezoeker zal waarschijnlijk verbaasd zijn als hij ziet dat de leerlingen zich ook daar voor aanvang van de les – per klas – in een rij opstellen, om collectief naar binnen te gaan.

Jeroen van der kris