1. Vraag om redactionele ruimte

Volgens het Vlaamse onderzoek gebeurt dit een op de drie dagbladjournalisten minstens eens per maand. Het verzoek kan komen van de adverteerder zelf, via de marketingafdeling van de krant of via de hoofdredactie. Dat wil nog niet zeggen dat journalisten er ook gehoor aan geven, hoewel het in dat laatste geval vaak wel gebeurt. Twaalf procent van de Vlaamse dagbladjournalisten denkt dat adverteerders er werkelijk in slagen om op deze manier invloed te krijgen op een stuk.

Bart Brouwers, verantwoordelijk voor de online activiteiten van Telegraaf Mediagroep, vindt het maar weinig, die een op drie. Hij stimuleert zijn journalisten juist om bij elk stuk na te denken over de commerciële mogelijkheden. „Als je een wethouder interviewt over een nieuw industrieterrein, verwacht ik van mijn verslaggever dat hij al die informatie doorgeeft aan onze salesafdeling, zodat die een deal kan sluiten met een van de nieuwe ondernemers op dat industrieterrein.”

Naarmate het slechter gaat met kranten neemt de ruimte voor commercie toe. Brouwers was vier jaar lang hoofdredacteur van Spits, ook daar pleitte hij voor het opheffen van die scheiding. Gratis dagbladen zijn volledig afhankelijk van advertentie-inkomsten, daar krijgen adverteerders dan ook makkelijker zeggenschap.

Brouwers: „Ik denk dat media zichzelf kansen ontnemen als ze weigeren na te denken over commerciële mogelijkheden van berichtgeving. Maar de journalist moet wel journalistieke afwegingen blijven maken. Dat is lastig, we zijn er ook regelmatig mee de fout in gegaan. Op een website van Dichtbij (online lokale journalistiek van Telegraaf Media Groep, red.) stond onlangs nog een ronkend stuk over een plaatselijke parketboer, het was echt reclame. Dat is niet de bedoeling.”

Van Nederlandse dagbladen is bekend dat de strikte scheiding tussen commercie en redactie vaak ook nog per redactie verschilt. De invloed van commerciële partijen is bijvoorbeeld veel groter in reisbijlagen en zogenaamde servicejournalistiek dan op de ‘harde’ nieuwspagina’s.