Tijdens repetities ben ik weer even helemaal kind

Theaterregisseur Julie van den Berghe (30) won de belangrijke Ton Lutz Award voor haar regie van de voorstelling De Coup/e en kwam daarna snel terecht bij vooraanstaande gezelschappen als de Münchner Kammerspiele en NTGent. Nu regisseert ze Salomé uit 1891 van Oscar Wilde bij het Noord Nederlands Toneel.

Waarom kies je voor dit stuk?

„Omdat het over vrijheid gaat. De vrouwelijk hoofdpersoon uit het stuk, Salomé, danst voor haar stiefvader koning Herodes een erotische dans met zeven sluiers. Ze mag ervoor vragen wat ze wil. Ze eist het afgehakte hoofd van Johannes de Doper, de man op wie zij verliefd is maar die haar afwijst. Salomé doet iets wat ik nooit zou durven, ze volgt haar eigen stem. Ze breekt uit de sleur ende verplichtingen van het dagelijkse leven.”

Wat betekent toneel voor jou?

„In het theater kan ik bereiken wat in het normale leven onmogelijk is. Binnen de veilige muren van het theater kan ik de tijd stilzetten. Ik heb een dochter van drie jaar. Als ik naar haar kijk, dan ervaar ik dat ze helemaal in het moment leeft. In de volwassen wereld worden we overvallen door een stortvloed aan verplichtingen, informatie. Alles komt op je af. Gedurende een repetitieperiode van 25 dagen ben ik weer helemaal het kind dat ik zo vaak vergeet te zijn.”

Waarom koos je voor het regisseren en niet voor het spelen?

„Als je toneelspeelt ben je onderdeel van het kunstwerk. Als regisseur sta je buiten het kunstwerk, je kijkt ernaar en bewaakt het overzicht. Het is als het bouwen van je eigen speeltuin.

„Ik houd van grote gebaren, van gooien met verf, lampen erbij, licht, muziek. En dat mag ik allemaal zelf kiezen. Ik werk graag met beelden, nu eens barok, dan weer verstild en ingetogen, net zoals mijn regie van Salomé is.”

In het theater ben je afhankelijk van veel andere mensen. De spelers, decor- en kostuumontwerpers, muzikanten. Is dat juist geen beperking van de vrijheid?

„Ik probeer met iedereen op dezelfde lijn te komen. Het is alsof we samen een dans uitvoeren, eerst schuchter en voorzichtig, daarna wordt het extremer. Iedereen danst anders, niemand heeft gelijke benen. Tijdens het repetitieproces laat ik lange tijd veel ruimte en vrijheid aan alle betrokkenen. Gaandeweg destilleer ik een structuur die aan het eind van de rit strak in elkaar wordt gecomponeerd.”

Door wie ben je geïnspireerd?

„Ik ging al naar theater op de lagere en middelbare school. Maar de eerste keer dat ik echt werd gegrepen door toneel was bij Woyzeck van Büchner in de regie van Johan Simons. Bert Luppes als Woyzeck lag in een bak water. Niet alleen dat ene beeld, de hele voorstelling was rijk en krachtig. Ik werd er deelgenoot van.”

Wat ga je na Salomé doen?

„Ik ben vast verbonden aan NTGent. Maar ik mag overspel plegen bij de Münchner Kammerspiele, waarvan Johan Simons artistiek directeur is. Ook werk ik graag in Amsterdam bij Theater Frascati. Daar ga ik binnenkort een stuk van Maeterlinck doen. Voor NTGent maak ik mijn eerste grote zaal-voorstelling. In Duitsland is alles strak georganiseerd en ligt er veel van tevoren vast. Bij Theater Frascati gaan alle remmen los. Ik besef dat dat voor een jonge regisseur een luxepositie is. Voor mij betekent het ook dat het één niet zonder het ander kan bestaan.”

Salomé door het Noord Nederlands Toneel in samenwerking met Project Wildeman. Regie: Julie Van den Berghe. Te zien t/m 19 nov. in de Machinefabriek, Groningen. www.nnt.nl

    • Kester Freriks