Soepel Wilco extreem veelzijdig

Pop

Wilco. 13/11 Vredenburg Leidsche Rijn. Herhaling 14/11 013, Tilburg. ****

Zo nadrukkelijk probeert de Amerikaanse groep Wilco op het laatste album The Whole Love weer een gewone liedjesband te zijn, dat hun dwarse trekken zouden verdwijnen. Ware het niet dat de groep uit Chicago op het podium al haar facetten laat zien, van het Beatlesachtige Dawned on me tot de donderwolken die in Via Chicago bijna letterlijk over de band neerdalen.

Wilco’s veelzijdige klankenpalet – van steelgitaar tot een kapotte stofzuiger – krijgt samenhang door de melancholieke zang van Jeff Tweedy. „Sadness is my luxury”, zingt hij in Born alone, een nummer dat neigt naar countryrock waaruit de band zich in het zeventienjarig bestaan grotendeels heeft losgewrongen. Gezapig wordt het nooit, want gitarist Nels Cline geselt zijn snaren en haalt er geluiden uit die sinds de gloriedagen van Jimi Hendrix niet meer voor mogelijk werden gehouden.

In Vredenburg laveerde het tussen folk en jazzfusion, met complexe songstructuren die net zo makkelijk plaatsmaakten voor Velvet Underground-achtige monotonie. In de Amerikaanse indierock kent Wilco zijn gelijke niet, want geen andere band kan al die stijlen en sferen zo soepel kneden tot een boeiend concert met een twee uur lange spanningsboog.