#Occupy - what's next?

De Nederlandse Occupy-beweging lijkt te verzanden in een potpourri van meningen.

De Occupyers moeten hun plannen via politieke partijen gaan realiseren.

De Occupy-beweging lijkt in Nederland op haar retour te zijn. Wat in de VS begon als een protest van „de 99 procent” tegen banken, bonussen en de graaicultuur waaide over naar Nederland en heeft ons een paar weken bezig gehouden. Maar gezien de tanende media-aandacht voor Occupy lijkt het erop dat we over de piek heen zijn. Het was niet per se een eensgezinde beweging tegen graaiers en bonussen, eerder een rijkgeschakeerd geheel van moderne individualisten die vooral begaan waren met wat zij als Het Grootste Probleem of De Alomvattende Oplossing zagen. De één stond te protesteren tegen de Chinese bezetting van Tibet, een ander wilde de geldeconomie afschaffen en ruilhandel invoeren en een derde deed mee omdat zij van mening was dat Nederland beter af zou zijn zonder leger en politie.

Eén ding is wel duidelijk geworden: er broeit onvrede in de samenleving. Want hoewel de Occupyers vooral uit de ‘usual suspects’ van anti-globalisten, krakers en beroepsdemonstranten lijken te bestaan, blijkt uit het maatschappelijk debat dat de onvrede breder gedeeld wordt. Nu de beweging langzaam terrein lijkt te verliezen – op het Beursplein en het Museumplein zelfs letterlijk – dringt de vraag zich op: hoe nu verder?

Als we de maatschappelijke onvrede waaruit de beweging is ontstaan serieus willen nemen dan zal die een plek moeten krijgen in het politieke debat. Fundamentele veranderingen moeten immers bij wet worden vastgelegd om effectief te zijn en daarvoor is een welwillende minister en een meerderheid in het parlement nodig. Dat is deels een taak van politici, zij worden immers gekozen om de Nederlandse burger te vertegenwoordigen. Maar het is ook de verantwoordelijkheid van de demonstranten zelf om hun invloed te doen gelden.

Om dat voor elkaar te krijgen kun je ervoor kiezen om te demonstreren, zoals dat door Occupy is gedaan. Het rendement van demonstraties is over het algemeen echter laag. Politici zijn tegenwoordig minder gevoelig voor een vol Malieveld, laat staan voor tentjes op het Beursplein die ’s nachts onbeslapen blijken. Bovendien loop je de kans dat het Journaal-kijkend publiek verveeld raakt: weg breder draagvlak in de samenleving. Op zo’n moment ziet een burgemeester zijn kans schoon en grijpt de omzetderving van een winkelier aan om je met tent en al naar de buitenrand van de stad te bonjouren.

Een effectiever middel is het lidmaatschap van een politieke partij. Het is dé manier om als individu invloed te hebben. Als lid bepaal je mede de politieke koers van die partij en kun je formeel en informeel zaken op de agenda zetten. Een partij is bovendien een uitstekende plek om je ideeën te toetsen aan gelijkgestemden. Blijkt er weinig animo voor te zijn, dan is er volop ruimte voor debat om je partijgenoten te overtuigen.

Uit cijfers van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen blijkt dat nog geen 2,5 procent van de stemgerechtigde Nederlanders lid is van een politieke partij. Dat betekent dat ruim 97 procent van de kiezers een kleine groep partijleden het mandaat geeft om het beleid te bepalen. Dat is een gemiste kans. Want wie niet meepraat wordt ook niet gehoord. Dus: Occupyers aller landen, verenigt u! Wordt actief bij politieke partijen en probeer jullie toekomstplannen via democratische weg te realiseren. Gebruik ons politieke systeem waar het voor bedoeld is.

Jelmer Alberts is raadslid voor D66 in Amsterdam Oost.

    • Jelmer Alberts