Obama is nu in Azië, bij de winnaars

Negen dagen lang besteedt president Obama aan de betrekkingen met Azië. Anders dan in Europa en het Midden-Oosten valt daar voor de VS nog iets te winnen.

De Verenigde Staten moeten, om een grote mogendheid te blijven, een ‘draai’ maken, zei minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton onlangs. Na een decennium waarin de buitenlandse politiek gedomineerd werd door de oorlogen in Irak en Afghanistan, is het volgens de Amerikanen nu tijd de prioriteit te verleggen naar Zuidoost-Azië.

Het is wat vroeg om na een paar jaar al van een Pacific Century te spreken, zoals Clinton zelf graag doet. Maar het negen dagen durende bezoek van president Barack Obama aan Hawaii, Indonesië en Australië, dat afgelopen vrijdag begon, is wel een teken dat deze lang verwaarloosde regio centraal is komen te staan in Amerika’s buitenlandse beleid.

Obama’s belangstelling voor deze regio gaat verder dan alleen zijn persoonlijke. Hij werd geboren op Hawaii, waar hij dit weekend de APEC-top voorzat. In zijn geboortestad Honolulu ontmoetten de leiders van 21 landen rondom de Stille Oceaan, waaronder China, elkaar voor een economische top. Obama bracht zijn kindertijd door in Indonesië, en vormde daar, zei hij eens, ideeën over de wereld. Maar de belangrijkste reden voor de uitzonderlijk lange buitenlandse reis is de economie.

Obama heeft Azië nodig als economische partner, met name China. Een economisch instabiel Europa heeft de buitenlandse blik in Washington naar het westen getrokken. „Deze reis wordt een belangrijke kans voor de president om banen te creëren in Amerika”, zei Obama’s adviseur Benjamin Rhodes deze week.

Obama kijkt een jaar voor de presidentsverkiezingen wel uit zich nog langer bezig te houden met dossiers die een hoog afbreukrisico hebben, en weinig enthousiasme losmaken bij kiezers. Toen hij net aantrad, leek hij zich nog vooral te richten op de Arabische wereld. Met veel tromgeroffel kondigde hij in Kairo een nieuwe tijd aan van ontspanning tussen Amerika en de islamitische wereld. Hij maakte veel werk van de bemiddeling tussen Israël en de Palestijnen – een dossier dat zijn voorganger George W. Bush pas in zijn laatste jaar opnam. Maar zoals eerdere presidenten beet hij zijn tanden stuk op dit dossier.

Het vroegtijdige vertrek, vorige week, van zijn voornaamste Midden-Oostenadviseur, Dennis Ross, onderstreept de onmacht iets te forceren.

Obama weet nu dat buitenlandse politiek alleen interessant gevonden wordt als die iets oplevert. In het geval van Azië zijn dat banen. De Amerikaanse export gaat voor 60 procent naar landen rond de Stille Oceaan.

Het aanhalen van economische banden met grote mogendheden als China, Japan en Taiwan heeft hij nodig om de deplorabele staat van de Amerikaanse arbeidsmarkt te herstellen. De werkloosheid in Amerika staat op 9 procent, en de zorgen onder kiezers hierover zijn zo groot dat de verkiezingen wel eens op een banenreferendum kunnen uitlopen.

Obama is er dus veel aan gelegen met resultaten terug te komen. Hij is onder meer van plan handelsakkoorden te tekenen met acht landen, waaronder Japan. Dit akkoord moet een groeiende export naar Japan mogelijk maken.

Ook wil Obama Amerika’s militaire aanwezigheid in het gebied versterken, onder meer als signaal aan China. De president zal naar verwachting met Australië overeenkomen dat daar meer militairen zullen worden gelegerd.

Het is een gok die Obama neemt door zo lang weg te zijn. Juist deze weken proberen Democraten en Republikeinen een oplossing te vinden voor de Amerikaanse schuldencrisis, die Washington sinds de zomer in een wurggreep houdt.

De partijen spraken af gezamenlijk posten voor een bezuiniging van 1,2 biljoen dollar te vinden. Lukt dat niet, is de afspraak, dan moet de regering snijden in onder meer Defensie en Onderwijs. Alom wordt het slagen van de commissie, die zich hiermee bezighoudt, gezien als een ultieme poging de verlamming van de Amerikaanse politiek tegen te gaan.

Obama, die deze zomer hard moest werken om dit compromis te bereiken, neemt een risico: hij is in Azië tot vier dagen voor de deadline van de commissie, op 23 november.

Europa en het Midden-Oosten moeten het met heel wat minder warme belangstelling doen. Obama weet dat hij niet de president wordt die het Israëlisch-Palestijns conflict oplost. En wat Europa betreft: Obama heeft al vaker zijn irritatie laten blijken over de eurocrisis, die ook de zwakke Amerikaanse economie bedreigt. Alleen in Azië valt nog iets te halen voor een president die resultaten moet boeken om kans op herverkiezing te maken.