Kim, je scoort er toch wel weer vier hè?

Spits Kim Lammers stevent bij hockeyclub Laren af op een doelpuntenrecord.

De emotionele speelster leerde de afgelopen jaren voor zichzelf op te komen.

Zelfs als ze niet speelt is ze van grote waarde voor haar team. „Iemand bij de tweede paal”, gilde Kim Lammers gistermiddag, kort nadat ze met een hamstringblessure was uitgevallen in de hockeytopper tegen Amsterdam. Nog geen vijf seconden na haar waarschuwing rolde de bal precies op die plek langs het Amsterdamse doel, maar er stond niemand om hem binnen te tikken.

Meestal doet ze het zelf – scoren. Met 24 goals in tien duels is ze hard op weg naar een record. ‘Je maakt er wel weer vier hè?’, krijgt ze vaak te horen bij Laren, koploper in de hoofdklasse. Uitgerekend gisteren, in de met 3-0 gewonnen uitwedstrijd tegen Amsterdam, lukte het een keertje niet.

Lammers is gebouwd voor de cirkel. Scoren noemt ze „een trucje” dat ze altijd al kon. Loeren op een moment. Ze heeft niet de sierlijkheid van Naomi van As of Ellen Hoog. En daar zit ze ook niet mee. Vlak voor het interview sprak ze even met ploeggenoot Van As. „Naomi vroeg aan me of er ook een foto genomen werd. Ik zei: nee hoor, bij mij zetten ze er altijd een actiefoto uit de wedstrijd bij.”

Lammers lacht erom. Ze hoeft niet zo nodig te poseren. „Daar ben ik het type ook niet voor. Dan krijg ik alleen maar trillippen. Maar die anderen vinden het heerlijk”, zegt ze. Ze doelt op haar teamgenoten in de Nederlandse ploeg. „En dat is ook goed. Die bekendheid van ons voor een merk of bedrijf, die wil ik gebruiken voor workshops en presentaties, in de hoop dat mensen het leuk vinden naar Kim Lammers te luisteren. En als ze het leuk vinden om naar me te kijken, ook prima.”

Met oud-international Sylvia Karres runt ze een bedrijf in topsportbegeleiding, vooral gericht op jonge talenten. Dat is ontzettend belangrijk, vindt ze. „Het zit voor een groot deel tussen de oren. Ik was vroeger bang dat anderen beter waren dan ik. Nu denk ik: ik ben op mijn gebied de beste en ik wil hier ook de beste in zijn. Dat is wel een andere instelling dan vijf jaar geleden.”

Ze put uit eigen ervaring. Het missen van de Spelen in 2008 was voor haar een catastrofe, nadat ze voor de Spelen van 2004 ook al was gepasseerd. Een gescheurde kruisband verpestte de voorbereiding op ‘Peking’. Ze knokte keihard om op tijd fit te zijn. Zelf vond ze dat ze er wel klaar voor was, of in ieder geval een kans had verdiend. Maar toenmalig bondscoach Marc Lammers (geen familie) dacht daar anders over.

„Ik heb tot heel diep moeten voelen dat je team daar olympisch kampioen werd en ik daar gewoon niet meer bij hoorde”, blikt ze nu terug. „Ik heb het Marc kwalijk genomen dat hij me nooit heeft gebeld in die periode van blessure en revalidatie. Maar dat kon ik pas twee jaar later, toen hij allang geen bondscoach meer was, tegen hem zeggen. Had ik dat maar eerder gedaan. En Marc was op zijn beurt weer bang geweest om mij dingen te beloven. Dan gaat het dus mis in de communicatie. Maar ik heb gewoon betrokkenheid nodig.”

Het waren kille lessen voor Kim Lammers, die zichzelf deze middag „één en al emotie” noemt. „Je moet als sporter voor jezelf zorgen, want het gaat in topsport niet eerlijk. Coaches maken beslissingen waarvan je zegt: huh? Daar heb je mee te dealen. En als ik niks zeg en hij verandert niet, dan ligt het niet aan hem. Nee, dan ligt het toch echt aan mij. Als je 24 of 25 jaar oud bent is dat doodeng. Dat is mijn les geweest, ik laat het nooit meer zo ver komen. Maar ik denk niet: had ik toen maar dit of dat gedaan.”

„Het heeft wel iets gaafs om als mens zo te groeien”, zegt ze. Dit jaar oogstte ze succes door met de Nederlandse vrouwenploeg het Europees kampioenschap en de Champions Trophy te winnen. Buiten het hockeyveld trok ze de aandacht door op 1 april met haar vriendin te trouwen, de dag van het tienjarige jubileum van het homohuwelijk in Nederland. De symboliek van de huwelijksdatum was niet per se een statement, maar maakte haar wel even tot het gezicht van het homohuwelijk. „Af en toe hoor ik wel eens dat onze trouwfoto weer ergens opduikt.”

De reacties vond ze mooi. Meiden die worstelen met hun coming out en die zich gesterkt voelden. „Ik denk dat iedereen wel een bepaalde worsteling heeft meegemaakt. Ik was er niet altijd heel comfortabel mee, het duurde wel even om daar aan te wennen. Misschien heeft het meegespeeld dat toen ik mijn vriendin ontmoette er een last van mijn schouders is afgevallen. Dat is een proces dat meer onbewust gaat. Dat je zoekend bent.”

Maar dat geldt eigenlijk voor iedereen, wil Lammers zeggen. „Ik weet niet of jij wel eens verliefd bent geweest? Wat doet dat met een mens? Dan word je gewoon hartstikke gelukkig. En dat is heerlijk.”

    • Bart Hinke