Kijken naar het scherm

Gisteren is er voor de tweede keer op een dag iemand tegen me opgelopen. In gezwinde spoed, frontaal. Niets ernstigs, maar sinds een generatie gebukt door het leven gaat – omdat het kleine beeldscherm van een mobiele telefoon nu eenmaal beter te lezen is met je neus er bovenop – iets van alle dag. Althans in China.

China, ik zit er weer. En ik vind het land bij tijden een indringend voorbeeld voor een weg die je beter niet kunt gaan. Neem de obsessie voor nieuwe beltechnieken. Wie aan onze kant van de aardkloot gelooft dat wij al behoorlijk mobiel zijn, moet eens over straat in een Chinese stad. Daar is sms’en onder het lopen zo normaal als eten met twee stokjes. Meestal gaat dat goed, dat lopen zonder kijken – met de stroom mee, in opperste afwezigheid, meegesleurd door een massa die aanvoelt als een permanente intocht van Sinterklaas – maar waag het niet er tegenin te gaan.

Nu is er niets mis met een obsessie voor technologie. Zolang je maar niet vergeet dat praten helpt. En af en toe om je heen te kijken. Menselijk contact van de primitieve soort kent een lange en verdienstelijke traditie. Maar vertel dat de schermverslaafden; waar ook ter wereld.

De mondiale mobielsnuiver klampt zich vast aan zijn telefoon als aan de reling van een roestig schip op open zee. Nooit verliest hij grip. Turend naar zijn mobiele horizon. Niets dat aan zijn oog ontglipt. Behalve de hele wereld.

Het gebrek aan vertrouwen dat het uitstraalt, is verontrustend. Want wat vertelt de telefoon die onafscheidelijk is? Dat de blik in de wereld maar één richting kent. Want kijken doe je naar je scherm. Communiceren doe je met Het Ding. Niet omdat er voortdurend wat loos is, maar omdat het veilig is: stap een leven vol vreemden binnen en grijp onmiddellijk naar het signaal. Laat niemand je op je blik betrappen. Kijk nooit in onbekende ogen. En ga in godsnaam geen gesprek met je buren aan.

Sluit je op – en af.

Floris-Jan van Luyn