Italiaanse crisis zit veel dieper. Bevolking is oud, frauduleus en kleinburgerlijk

Italiaanse parlementsleden met elkaar op de vuist. Foto Reuters

Italianen zijn 14 procent van het nationale inkomen kwijt aan pensioenen, krijgen te weinig kinderen (1,4 per vrouw), gooien hun arbeidsmarkt op slot voor jongeren, concurreren slecht door al die kleine familiebedrijfjes en cultiveren een zwarte markt die de staat in geldnood brengt.

Tot deze opsomming komt het tijdschrift Foreign Policy in een verontrustend betoog. Niet het wanbestuur zou het grootste probleem van de achtste economie van de wereld zijn, maar veel fundamentelere zaken als demografie en cultuur. Italianen hebben de op één na oudste bevolking van Europa, schrijft Uri Friedman, een gegeven dat slecht is voor de consumptie: gepensioneerden besteden over het algemeen minder dan werkenden.

Daarbij frustreren veel ouderen de carrière van de nieuwe generatie. Zij menen recht te hebben op een baan-voor-het-leven, terwijl jongeren van rotbaantje naar rotbaantje moeten hoppen. Jonge mensen die iets van hun leven willen maken, vluchten naar het buitenland, een proces dat bekend staat als brain drain.

Griekenland en Italië zijn familie-economieën

Silvio Berlusconi, onlangs teruggetreden als premier, stelde in 2004 dat hoge belastingen mensen tot het ontduiken ervan aanzetten. Hij noemde dat zelfs een “natuurlijk recht”, memoreert Friedman. Deze moraal zou diep verankerd liggen in de Italiaanse samenleving. Het is gebruikelijk dat trouwerijen volledig zwart betaald worden, weet hij. Van de catering tot de fotograaf. Bovendien zijn de inkomsten van Italianen niet af te lezen aan de belastingaangiftes. In 2007 schatte de econoom Friedrich Schneider de schaduweconomie op 22 procent van het Bruto Nationaal Product. In Europa is alleen de zwarte markt van Griekenland nog omvangrijker.

Hoewel familiebedrijven veelal geprezen worden om hun continuïteit en degelijkheid is het volgens Friedman nog maar de vraag of Italië - net als Griekenland een ‘familie-economie’ – er bij gebaat is. Het behoudende ondernemerskarakter zou alleen maar barrières opwerpen voor internationale competitie. “Als kleine bedrijven echt zo fantastisch zijn”, zo citeert hij de econoom Tyler Cowen, “dan hadden Italië en Griekenland nu moeten floreren als de economische supersterren van het Westen.”

Genotzucht gaat voor zelfdiscipline

Friedman ziet ook positieve ontwikkelingen. Er is nu politiek debat over verhoging van de pensioenleeftijd en er zijn overheidscampagnes tegen belastingontduiking. Eén zo’n campagne wees op het astronomische bedrag van 100 miljard euro, zo veel zou de overheid jaarlijks mislopen. “Met 100 miljard euro’s kan Italië zeshonderd nieuwe ziekenhuizen bouwen”, sprak de publieksvoorlichter.  “Een miljoen nieuwe huizen neerzetten of de investeringen in veiligheid verdriedubbelen.”

Het is echter maar de vraag hoe voortvarend Italië gaat hervormen. Volgens de Italiaanse Beppe Severgnini, auteur van Mamma Mia! (uitgeverij Rizzoli Ex Libris, 2011), is Berlusconi niet zozeer een vreemde politieke vogel als wel een symptoom van de volksaard. “Genotzucht gaat voor zelfdiscipline”, zo karakteriseert de journalist zijn medeburgers. Het is dus nog maar de vraag of er met het vertrek van Berlusconi een nieuwe wind gaat waaien.