Iedereen bleef zwijgen

Greenpeace had stevig grip op de informatie over het schip dat stinkend afval, maar géén gif, in Ivoorkust dumpte.

Hoe kon het zo fout lopen in de berichtgeving?

In this photo released by Greenpeace, activists of Greenpeace paint a slogan on the cargo vessel Probo Koala in the harbour of Paldiski Port, Estonia, Tuesday, Sept. 26, 2006, on the second day of the Greenpeace blockade of the ship. Estonia, which joined the EU in 2004 is holding the tanker linked to a toxic waste discharge in Ivory Coast. Ivory Coast officials claim eight people died from exposure to waste shipped by the tanker and dumped last month in the commercial capital of Abidjan. The company that chartered the ship, however, said its cargo consisted of material with little toxicity at most. Ivory Coast and Greenpeace activists forced Estonia to impound the ship. (AP Photo/ Christian Aslund/ Greenpeace/ HO ) GREENPEACE HANDOUT, NO ARCHIVE, NO RESALE, CREDIT LINE COMPULSORY AP

Het was geen giframp maar een stankincident dat de Probo Koala in augustus 2006 in Ivoorkust veroorzaakte. Nog geen twee weken nadat het boek Het gifschip van Jaffe Vink dit heeft uitgelegd, is hier een nieuwe consensus over ontstaan. De stinkende dampen uit het afval bereikten geen levensbedreigende concentraties, er waren geen sterfgevallen, geen verwondingen. Zelfs milieuorganisatie Greenpeace, die vooropliep in de strijd tegen Trafigura, eigenaar van het afval, geeft nu toe dat er geen bewijzen zijn voor de breed uitgemeten malheur in Abidjan.

Hoe kon de berichtgeving zo fout lopen? Bibi Bleekemolen van de Universiteit van Amsterdam wijst in haar masterscriptie journalistiek Gif en griep in Ivoorkust expliciet Greenpeace aan als de bron van de agressieve toonzetting. Misschien niet helemaal terecht: termen als ‘gifdump’ en ‘gifdoden’ circuleerden al voor de organisatie een kik had gegeven, maar Greenpeace bleef ze gretig gebruiken. En vast staat dat Greenpeace een stevige greep kreeg op de informatievoorziening rond de Probo Koala.

Nog geen drie weken nadat de eerste berichten over de ‘giframp’ naar Europa werden gestuurd, verschenen foto’s van Greenpeace-activisten die met hun actieschip Arctic Sunrise de Probo Koala beletten weg te varen uit de haven in Estland. ‘Europa vergiftigt Afrika’, had een ‘Greenpeace toxic patrol’ voor de duidelijkheid op het schip geschilderd. Dat was even een vreemde wending geweest, want het wetenschappelijk bureau van Greenpeace in Exeter had tien dagen eerder laten weten dat het niet waarschijnlijk was dat de afvaldampen dodelijke concentraties bereikten.

In Estland veranderde de toon voorgoed, ook dankzij Europees milieucommissaris Stavros Dimas die de Arctic Sunrise een bezoek bracht. Vanaf de brug maakte hij bekend dat het afval ‘zwaar giftig’ was en het gedrag van Trafigura ‘crimineel’, waarna hij Greenpeace bedankte voor de inspanning. Een paar dagen eerder had Greenpeace aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie. De Volkskrant had bekend gemaakt dat ‘het gif’ van de Probo Koala op een nog kwalijker manier was ontstaan dan vermoed: er was geraffineerd op zee. Dat kwam uit een concept-bureaustudie naar theoretische effecten van het afval die derden vermoedelijk per abuis als een heuse reconstructie hadden doorgegeven. Ondertussen meldden ‘lokale autoriteiten’ in Ivoorkust gifdode op gifdode.

Eind september 2006 was Greenpeace zichtbaar op dreef. Het sprak dan ook bijna vanzelf dat een Ivoriaanse onderzoekscommissie Greenpeace-jurist Jasper Teulings als adviseur aantrok. Als de Ivorianen vervolgens een advocatenkantoor zoeken dat de 30.000 gedupeerden van het stankincident kan bijstaan, beveelt Teulings het Londense Leigh Day & Co aan. Die zet advocaat Martyn Day op de zaak. „Het had ook elke andere advocaat kunnen zijn”, zegt campagneleider Marietta Harjono van Greenpeace. „Het was toeval.” Misschien ook niet: Martyn Day was net tien jaar bestuursvoorzitter van Greenpeace UK geweest. Hij zit nog steeds bij Greenpeace. Wat de buitenstaander treft, is dat het journalistencollectief dat zich later rond Greenpeace vormde, er met geen woord over heeft gerept. Even discreet is gezwegen over het Greenpeace-verleden van officier van justitie Luuk Boogert die in Nederland het strafproces tegen Trafigura leidde. Hij was van 1993 tot 1995, tijdens zijn opleiding tot officier, als jurist aan Greenpeace verbonden. Zijn een adviseur, een advocaat en een officier samen een netwerk? Er valt een parlementslid aan toe te voegen. Niemand die zo tegen Trafigura heeft gefulmineerd als Kamerlid Diederik Samsom, voormalig campagneleider van Greenpeace. Hij is het die in 2008 Okechukwu Ibeanu, de speciale VN-rapporteur voor de ‘gifdump’, naar de Kamer haalt. Hoeveel politici de Nigeriaan er ontmoette, bleef ongedocumenteerd. Maar zeker trof hij er Marietta Harjono. En Martyn Day.

De periode tussen september 2006 en het eerste Probo Koala-proces in juli 2010 kenmerkte zich door plotselinge explosies van schokkend nieuws dat Trafigura zwaar in de verdediging drukt. Een campagne. De bron leek onzichtbaar, tot je beter keek: het nieuws kwam steeds uit het Amsterdamse strafdossier of het Londense procesdossier. Die dossiers waren ook niet zo ontoegankelijk. Martyn Day vroeg belangrijke delen van het Amsterdamse strafdossier op voor zijn civiele zaak in Londen. En in Engeland kan iedere belangstellende de stukken bij de rechtbank afhalen. Langs die weg bracht Greenpeace UK de beruchte, onthullende interne e-mails bij het journalistencollectief.

Dat de Nederlandse rechter uiteindelijk scherp heeft geoordeeld over de campagne met zijn onbewezen conclusies, heeft het collectief ook discreet verzwegen. Net als de onkostendeclaratie van Martyn Day. Die bedroeg 105 miljoen Britse pond, ruim drie keer zo veel als de schadevergoeding die aan de Ivoriaanse ‘slachtoffers’ is uitbetaald.