Het is afgelopen met de kleine muziekensembles

De bezuinigingen op cultuur gaan vooral ten koste van de kleine muziekgezelschappen. Voor een klein bedrag wordt veel schade aangericht, zegt Dimitri van der Werf.

Net als de andere sectoren in het culturele leven ontkomt het muziekleven niet aan de bezuinigingen van dit kabinet. Op 2 november heeft het Fonds Podiumkunsten zijn nieuwe subsidieregeling bekendgemaakt. De gevolgen voor het muziekleven zijn desastreus. Het meeste geld gaat naar operagezelschappen en orkesten die veelal geijkte klassiekers spelen, net als overal ter wereld. Hiermee dreigt iets waarmee Nederland zich internationaal onderscheidt – de oude muziek en de ensemblecultuur – in één klap omver gekegeld te worden.

Het ministerie subsidieert rechtstreeks operagezelschappen, begeleidingsorkesten en symfonieorkesten. Deze vallen onder de zogeheten basisinfrastructuur. Ze krijgen vanaf 2013 een totaalbedrag van 72 miljoen euro. Dit was 100 miljoen. De overige tientallen muziekgezelschappen – de barokorkesten, de vocale ensembles, een strijkorkest als Amsterdam Sinfonietta en de ensembles voor nieuwe muziek – krijgen subsidie van het Fonds Podiumkunsten. Dit fonds heeft vanaf 2013 slechts 5,8 miljoen per jaar beschikbaar voor muziek (was 10,8 miljoen).

Dit totaalbedrag is gereserveerd voor vermaarde ensembles als De Nederlandse Bachvereniging, het Orkest van de Achttiende Eeuw, het Nederlands Kamerkoor, het Nederlands Blazersensemble, ASKO Schönberg en het Nieuw Ensemble. Ook bevlogen gezelschappen in opkomst als Lunapark en de Holland Baroque Society zijn aangewezen op dit potje.

Het bedrag voor de ensembles staat in geen verhouding tot de subsidiebedragen voor symfonieorkesten. Het Noord Nederlands Orkest bijvoorbeeld ontvangt vanaf 2013 zes miljoen euro subsidie. Dat is voor een orkest een reëel bedrag, maar wel meer dan alle ensembles bij elkaar. Het orkest trekt in het noorden des lands jaarlijks 80.000 bezoekers en organiseert 140 activiteiten. De ensembles, die 200.000 euro minder ontvangen, spelen 1.200 concerten voor 500.000 mensen, tot in de verste uithoeken van het land.

Het Noord Nederlands Orkest kreeg 6,9 miljoen subsidie en gaat terug naar 6 miljoen – een korting van 14 procent. Veel topensembles worden door de nieuwe regeling van het fonds gekort met 60 tot 70 procent.

Beleidsmakers lijken er onvoldoende van doordrongen dat klassieke muziek meer inhoudt dan opera en het symfonisch repertoire van na 1800. De grote orkesten spelen nog maar weinig Haydn, Mozart en Bach. Die vertrouwen we liever toe aan barokorkesten.

Er dreigt een eenzijdig aanbod te ontstaan met orkesten die veelal dezelfde stukken spelen. Ensembles die schatgraven naar waardevolle oude muziek moeten het stellen met een zeer bescheiden bijdrage. Het Festival Oude Muziek, internationaal het beste in zijn soort, verliest 75 procent subsidie.

Het besef lijkt bovendien te ontbreken dat muziek levend moet worden gehouden door vernieuwing. Ook de ensembles voor nieuwe muziek worden bedreigd in hun voortbestaan door de kortingen.

Het publiek zal minder vaak worden verrast door premières van nieuwe stukken. Jonge componisten komen in de kou te staan. Pas nadat ze zich hebben bewezen, kunnen ze aankloppen bij een symfonieorkest. Met een nieuw orkestwerk is immers veel geld gemoeid. In de nieuwe situatie kunnen nieuwe componisten veel moeilijker ‘warmdraaien’.

Hoe zouden we het vinden als bioscopen nog uitsluitend klassiekers als Gone with the Wind vertonen en er geen nieuwe films in première gaan? Wat zouden we ervan denken als het Stedelijk Museum nu maar voorgoed dichtgaat, of als Rembrandt en Vermeer worden opgeslagen in het depot en dat slechts af en toe enkele doeken worden tentoongesteld? Het zou te bizar voor woorden zijn. Toch dreigt het deze kant op te gaan met het muziekleven.

De bezuinigingen zouden culturele instellingen moeten stimuleren om te zoeken naar alternatieve bronnen van inkomsten, zoals sponsoren en mecenassen. Dit vraagt tijd. Onderzoeken wijzen het uit. Ervaren fondsenwervers uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk betogen het. Dit zijn landen die onze beleidsmakers om hun cultuurbeleid graag aanhalen als lichtende voorbeelden. Met kortingen van 60 tot 75 procent zijn de bezuinigingen geen stimulans, maar een kille sanering.

Het is triest dat we in het muziekleven voor een gering bedrag – 5 miljoen euro – veel opofferen: vernieuwing, het koesteren van cultureel erfgoed, ensembles op internationaal topniveau en hoogwaardig aanbod door het hele land, ook buiten de Randstad. Dit is een welvarend en beschaafd land onwaardig.

Dimitri van der Werf is verbonden aan het Nieuw Ensemble.