Greenpeace was spil in info over 'gifschip'

Greenpeace had stevig grip op de informatie over de Probo Koala, het schip dat dodelijk afval in Ivoorkust zou hebben gedumpt. Vandaag begint een hoger beroep.

Het was geen giframp maar een stankincident dat de Probo Koala in augustus 2006 in Ivoorkust veroorzaakte. Nog geen twee weken nadat het boek Het gifschip van Jaffe Vink dit heeft uitgelegd, is een nieuwe consensus ontstaan.

De stinkende dampen uit het afval bereikten geen levensbedreigende concentraties, er waren geen sterfgevallen, geen verwondingen. Zelfs milieuorganisatie Greenpeace, die vooraan liep in de strijd tegen afvaleigenaar Trafigura, geeft nu toe dat er geen bewijzen zijn voor het breed uitgemeten malheur in Abidjan. Zij houdt het erop dat niet meer is te achterhalen wat er is gebeurd.

Hoe kon de berichtgeving zo fout lopen? Bibi Bleekemolen van de Universiteit van Amsterdam wijst in haar masterscriptie journalistiek Gif en griep in Ivoorkust expliciet Greenpeace aan als de bron van de agressieve toonzetting. Misschien niet helemaal terecht: de termen ‘gifschip’, ‘giframp’, ‘gifdoden’ en ‘gifdump’ circuleerden al voor de organisatie een kik had gegeven, maar Greenpeace is ze gretig en voortdurend blijven gebruiken. En vaststaat dat Greenpeace een stevige greep kreeg op de informatievoorziening rond de Probo Koala.

Nog geen drie weken nadat de eerste berichten over de ‘giframp’ door het Franse persbureau AFP en de Britse omroep BBC naar Europa werden gestuurd, verschenen foto’s van Greenpeaceactivisten die met hun actieschip Arctic Sunrise de Probo Koala beletten weg te varen uit de haven van Paldiski in Estland. ‘Europa vergiftigt Afrika’, hadden activisten van Greenpeace voor de duidelijkheid op het schip geschreven. Dat was een vreemde wending, want Greenpeace International had net tien dagen eerder in een evaluatie vastgesteld dat het niet waarschijnlijk was dat de dampen uit het afval dodelijke concentraties bereikten.

In Estland veranderde de toon voorgoed, mede door Europees milieucommissaris Stavros Dimas die de Arctic Sunrise een bezoek bracht. Vanaf de brug maakte hij bekend dat het afval „zwaar giftig” was en het gedrag van Trafigura „crimineel”, waarna hij Greenpeace bedankte voor de inspanning. Een paar dagen eerder had Greenpeace aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie.

De Volkskrant had bekendgemaakt dat ‘het gif’ van de Probo Koala op een ‘nog kwalijker manier’ was ontstaan dan vermoed: er was geraffineerd op zee. Dat kwam uit een conceptstudie naar theoretische effecten van het afval, die derden vermoedelijk per abuis als een heuse reconstructie hadden doorgegeven. Ondertussen meldden ‘lokale autoriteiten’ in Ivoorkust gifdode op gifdode.

Eind september 2006 was Greenpeace zichtbaar op dreef. Het sprak dan ook bijna vanzelf dat een Ivoriaanse onderzoekscommissie Greenpeacejurist Jasper Teulings als adviseur aantrok. Toen de Ivorianen vervolgens een advocatenkantoor zochten dat de gedupeerden van het stankincident kon bijstaan, kwamen ze terecht bij Leigh Day & Co. Dat zette advocaat Martyn Day op de zaak. „Het had elke andere advocaat kunnen zijn”, zegt campagneleider Marietta Harjono van Greenpeace. „Het was toeval.”

Misschien ook niet: Martyn Day was net tien jaar bestuursvoorzitter van Greenpeace UK geweest. Hij zit nog steeds bij Greenpeace. Wat opvalt, is dat het journalistencollectief dat zich later rond Greenpeace vormde, er nooit met een woord over heeft gerept.

Ook bleef het Greenpeaceverleden ongenoemd van officier van justitie Luuk Boogert die in Nederland het strafproces tegen Trafigura leidde. Hij was van 1993 tot 1995, tijdens zijn opleiding tot officier, bij wijze van stage als jurist aan Greenpeace verbonden. Het Openbaar Ministerie onderstreept dat zijn stage geen enkel beletsel vormt om op te treden in zaken waarbij Greenpeace is betrokken.

Vormen een campagneleider, een adviseur en een advocaat samen een netwerk? Er valt een parlementslid aan toe te voegen. Niemand die zo tegen Trafigura heeft gefulmineerd als Kamerlid Diederik Samsom (PvdA), voormalig campagneleider van Greenpeace. Hij was het die in 2008 Okechukwu Ibeanu, de speciale VN-rapporteur voor de ‘gifdump’, naar de Kamer haalde. Hoeveel politici de Nigeriaan er ontmoette, bleef ongedocumenteerd. Maar zeker trof hij er Marietta Harjono. En Martyn Day.

De periode tussen september 2006 en het Amsterdamse Probo Koala-proces in juli 2010 kenmerkte zich door plotselinge explosies van schokkend nieuws dat Trafigura zwaar in de verdediging drukte. Een campagne. Soms barstte het nieuws in Groot-Brittannië naar buiten, soms in Nederland. De bron leek onzichtbaar, tot je beter keek: het nieuws kwam steeds uit het Amsterdamse strafdossier of het Londense procesdossier.

Die dossiers waren ook niet ontoegankelijk. Martyn Day vroeg belangrijke delen van het Amsterdamse strafdossier op voor zijn civiele zaak in Londen. Daar kon iedere belangstellende de stukken bij de rechtbank afhalen, want dat kan in Engeland. Dan moet je wel weten dat ze er zijn. Langs die weg bracht Greenpeace UK onthullende interne e-mails bij het journalistencollectief. Ook de chemische analyse die het Nederlands Forensisch Instituut van het afval maakte, kwam misschien zo bij de BBC.

Er zijn ook kortere routes denkbaar. De kortste route werd zichtbaar in het officiële ‘Beklag over het niet vervolgen van een strafbaar feit’ dat Greenpeace in september 2009 indiende. Het beklag blijkt voor een deel gebaseerd op het strafdossier en het procesdossier. Het journalistencollectief kreeg zijn informatie op een presenteerblaadje aangereikt.

En dat de Nederlandse rechter uiteindelijk scherp heeft geoordeeld over de campagne met zijn onbewezen conclusies, heeft het collectief ook discreet verzwegen.

Zoals het geen aandacht schonk aan de onkostendeclaratie die Martyn Day aan Trafigura voorlegde: 105 miljoen Britse pond, ruim drie keer zo veel als de schadevergoeding die de Ivoriaanse ‘slachtoffers’ ontvingen.