Goudgele rakkers in de jaren tachtig

Jouke Turpijn: 80’s dilemma. Nederland in de jaren tachtig. Bert Bakker, 304 blz. € 19,95 *

80’s dilemma: spreek deze woorden een beetje op z’n Engels uit en je hoort jezelf bijna ‘ethisch dilemma’ zeggen. De jaren tachtig werden beheerst door een ethisch dilemma – dit moet Jouke Turpijn hebben bedoeld met de titel van zijn boek over Nederland in dit decennium. Maar welk ethisch dilemma wordt niet duidelijk. Dat komt mede doordat Turpijn niet precies weet wat een dilemma is. Vaak gebruikt hij het begrip dilemma voor doodgewone kwesties. Zo schrijft hij in zijn inleiding dat zijn boek ‘gaat over macht en het dilemma wie deze wanneer op welke manier moest hebben’.

In 80’s dilemma wil Turpijn (1976), die in 2007 zijn proefschrift Mannen van gezag (over de 19de-eeuwse parlementaire geschiedenis) publiceerde, het bestaande beeld bijstellen van de jaren tachtig: het verwarrende tijdperk van krakers en doemdenkers en van marktfundamentalisten en yuppies.

Aan de hand van twee begrippen uit het werk van de Duitse socioloog Max Weber (1864-1920) wil hij laten zien dat Gesinnungspolitik toen veranderde in Verantwortungspolitik. Dit houdt in dat iedereen aan het einde van het decennium de politiek pragmatisch benaderde. Niet alleen politici – zelfs sociaal-democratische als Wim Kok – hadden de Grote Verhalen afgezworen en waren in de ban geraakt van het idee dat de markt alles beter kon dan de overheid, maar ook burgers – zelfs ex-krakers – geloofden niet meer dat ze met politieke acties de wereld konden veranderen. In dit allesbeheersende pragmatisme wortelt de huidige kloof tussen politiek en burgers, aldus Turpijn.

Probleem van 80’s dilemma is dat Turpijn niet duidelijk kan maken wat nieuw is aan deze analyse. Dat komt vooral door een tekort dat hij zijn collega-historici en sociale wetenschappers nadrukkelijk verwijt: hij schrijft belabberd. Zijn wens om een jonge, wilde historicus te zijn die zegt waar het op staat, leidt tot jolige taal (een glas pils is een ‘goudgele rakker’ en PvdA-leider Den Uyl is ‘de goede man’) en onmogelijke beeldspraken (zijn boek wil ‘een touwbrug tussen twee kloven’ zijn). Soms is hij onbegrijpelijk: ‘Het lijkt mij onverstandig om de geschiedenis aan deze periode waarin een belangrijk deel van de wortels van deze problemen rusten aan deze ontwikkelingen over te leveren’.

Vaak is de tekst zo omslachtig dat het een paar keer lezen vergt om te begrijpen wat Turpijn bedoelt. Heb je ten slotte een betekenis aan zijn proza ontworsteld, dan volgt steevast de verzuchting: ‘Is dit alles?’

Bernard Hulsman

    • Bernard Hulsman