Elke dag opnieuw is het 1958

Stephen Kings halve mislukkingen zijn nog boeiender dan de megasellers van zijn collega-auteurs.

Zijn laatste thriller is merkwaardig poëtisch.

Wat nou als je de moord op president Kennedy met terugwerkende kracht kunt voorkomen? Ben je daartoe moreel verplicht, en wat richt je aan als je antwoord ‘ja’ is? Al Templeton is in 2011 eigenaar van een kleine hamburgertent in Lisbon, New Engeland. Zijn burgers zijn lekker en goedkoop. Want sinds hij ontdekte dat er een metafysische maar praktische tijdpoort in de bijkeuken van zijn restaurant zit, betrekt Al zijn vlees bij een slager in 1958, toen de kwaliteit hoog en de prijs laag was. Dit ‘konijnenhol in de tijd’, zoals Al het noemt, is geen fysiek deurtje maar een fenomeen: loop naar het einde van de bijkeuken en je struikelt naar Lisbon op dinsdag 9 september 1958. Meisjes in petticoats, splinternieuwe oude Cadillacs, sinaasappelgazeuse voor tien cent.

Het konijnenhol kent simpele wetten: het is altijd 9 september 1958 als je erdoor bent gestapt, iedere betreding maakt de effecten van de vorige ongedaan en als je naar 2011 terugstruikelt, is het daar twee minuten na vertrek, ongeacht de duur van je verblijf in het verleden. Na vele kilo’s rundvlees vraagt Al zich af wat hij nog meer zou kunnen doen met zijn geheime hol. Zoals zich in 1958 vestigen om vóór 22 november 1963 in Dallas het miezerig mannetje Lee Harvey Oswald om te leggen opdat diens fatale en invloedrijke schot op John F. Kennedy die dag uitblijft en uit de geschiedenis verdwijnt.

Stephen King is de interessantste onder de megaseller-auteurs. Hoewel vele van zijn talrijke thrillers aan zichzelf ten onder gaan, zijn Kings halve mislukkingen boeiender dan het glansloze werk van de collega’s die naast hem op de boekentafels liggen. Zijn fantasie is eindeloos en hij heeft het vermogen de lezer op sleeptouw te nemen, hoe ongeloofwaardig de premisse ook steeds weer is. King gaat altijd uit van de vraag ‘Wat nou als…?’ Vaak lijdt zijn werk aan wat hij zelf ‘diarree van de typemachine’ noemt. Hij vindt het zo leuk om te vertellen dat hij een overdaad aan woorden en personages gebruikt. Zo weet de lezer in Gevangen op den duur van elke bijfiguur waarom hij vroeger verliefd was op Mary-Jane en welke honkbalplaatjes hij spaarde. Een ander probleem is dat Kings mirakels en monsters niet geheel bevredigen. Ze kúnnen tenslotte niet echt zijn.

Maar 22-11-1963 slaagt veel beter dan veel van Kings recente boeken doordat hij de lezer zo’n enorme gemeenschap aan hoofdpersonen bespaart. De focus blijft, ondanks de aanzienlijke lengte van het boek, intact. Als Al Templeton longkanker krijgt en voortijdig moet terugkeren naar 2011, vraagt hij zijn klant Jake, leraar Engels in Lisbon, de JFK-missie op zich te nemen. Jake is bedachtzamer dan Al en stelt zich de terechte vragen over rommelen met het verleden die iedereen zich zou stellen.

Wíl het verleden wel veranderd worden? Als Jake zich in 1958 vestigt en jarenlang intrigerend experimenteert met aard en effect van het konijnenhol en de tijd neemt om verliefd te worden en zich aan (en in) het verleden te hechten, blijkt het verhaal tot verrassing van de lezer en Jake zelf niet in de eerste plaats te draaien om het voorkomen van de moord op Kennedy of om de fysieke en fysische aspecten van tijdreizen. Dit is een merkwaardig poëtische thriller met een steeds melancholiekere hoofdpersoon die vooral de emotionele en persoonlijke kanten ervaart van tijdsverloop en de manipulatie ervan. Konijnenhol of niet, Jake leert na vele trips dat het verleden weerbarstig is en dat je de tijd, als die op is, nooit meer terugkrijgt.

Stephen King: 22-11-1963. Vertaald door Hugo Kuipers. Luitingh, 879 blz. € 24,95 ***

    • Robert Gooijer