De ritualisering van het persoonlijke

Na de dood van haar man Hans van Mierlo hield schrijfster Connie Palmen haar Logboek van een onbarmhartig jaar bij. Het boek is een vorm van projectie, waarbij haar eigen betekenis voor de geliefde doden centraal komt te staan. Lees de recensie van Elsbeth Etty en reageer in het kader van NRC Leesclub.

In 1999, bijna vier jaar na de dood van Ischa Meijer, die toen haar geliefde was, begon schrijfster Connie Palmen (1955) een relatie met de oprichter van D66 en oud-minister van Buitenlandse Zaken Hans van Mierlo. Ze scheelden 24 jaar, hij was niet gezond, moest een levertransplantatie ondergaan en waarschuwde haar dat hun liefde misschien niet lang kon duren. Zou de hypersensitieve, zich extreem afhankelijk voelende schrijfster het overleven als ze voor een tweede maal weduwe werd? Na Meijers overlijden schreef ze de autobiografische roman I.M. waarin ze het uitschreeuwde van de pijn over het gemis van haar geliefde zonder wie ze niet verder kon. Tot Van Mierlo in haar leven kwam. Ze werden intens gelukkig. Toen ze 11 jaar en 11 dagen samen waren, trouwden ze op 11-11-2009, hij 78 jaar oud, zij 54. Vier maanden later, op 11 maart 2010, stierf hij.

Het getal elf speelt een prominente rol in Logboek van een onbarmhartig jaar, waarin Connie Palmen beschrijft hoe zij voor de tweede keer haar man verloor, maar ook diens zus Doll, zijn dochter Marieke en allerlei beroemheden die tot hun gemeenschappelijke vriendenkring behoorden zoals Jan Blokker, Harry Mulisch en musicus Willem Breuker. Al dit sterven wordt door Palmen geboekstaafd en van commentaar voorzien. Haar fascinatie met de dood neemt tegelijkertijd een vorm van projectie aan, waarbij haar eigen betekenis voor de geliefde doden centraal komt te staan.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 11 november 2011, pagina 10 - 11. U kunt de hele recensie hier lezen en het boek bestellen.

Abonnees kunnen hier het interview lezen dat Birgit Donker had met Connie Palmen. Het interview werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 11 november 2011, pagina 8 - 9.