De 'Pacific Century' breekt aan

Negen dagen besteedt president Obama aan de betrekkingen met Azië.

Anders dan in Europa en het Midden-Oosten valt daar voor hem nog iets te winnen.

US President Barack Obama (R) and First Lady Michelle Obama (L) pose with Australian Prime Minister Julia Gillard (2nd R) and her partner Tim Mathieson during a welcoming ceremony ahead of the APEC Leaders' dinner in Honolulu, Hawaii, on November 12, 2011 during the Asia-Pacific Economic Cooperation (APEC) Summit. The United States hosts this year's APEC forum for the first time since 1993, with leaders from the 21 member economies convening on the island of Oahu on November 12-13. AFP PHOTO Saul LOEB AFP

De Verenigde Staten moeten, om een grootmacht te blijven, een ‘draai’ maken, zei minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton onlangs. Na een decennium waarin de buitenlandse politiek gedomineerd werd door de Amerikaanse oorlogen in Irak en Afghanistan, is het volgens de Amerikaanse regering nu tijd de prioriteit te verleggen naar Zuidoost-Azië.

Het is wat vroeg om na een paar jaar al van een Pacific Century te spreken, zoals Clinton zelf graag doet. Maar het negen dagen durende bezoek van president Barack Obama aan Hawaii, Indonesië en Australië, dat afgelopen vrijdag begon, is wel een teken dat deze lang verwaarloosde regio centraal is komen te staan in Amerika’s buitenlandse beleid.

Obama’s belangstelling voor deze regio gaat verder dan alleen zijn persoonlijke. Hij werd geboren op Hawaii, waar hij dit weekend de APEC-top voorzat. In zijn geboortestad Honolulu ontmoetten de leiders van 21 landen rondom de Stille Oceaan, waaronder China, elkaar voor een economische top. Obama bracht zijn kindertijd door in Indonesië, en vormde daar, zei hij eens, ideeën over de wereld. Maar de belangrijkste reden voor de uitzonderlijk lange buitenlandse reis is de economie. Obama heeft Azië nodig als economische partner, met name China. Een economisch instabiel Europa heeft de buitenlandse blik in Washington westwaarts getrokken. „Deze reis wordt een belangrijke kans voor de president om banen te creëren in Amerika”, zei Obama’s adviseur Benjamin Rhodes deze week.

‘All politics is local’, het principe van de Democraat Tip O’Neill (1912-1994), geldt in een jaar voor presidentsverkiezingen nog sterker dan normaal. Obama kijkt wel uit zich nog langer bezig te houden met dossiers die een hoog afbreukrisico hebben, en weinig enthousiasme losmaken bij kiezers. Toen hij net aantrad, leek Obama zich nog vooral te richten op de Arabische wereld. Met veel tromgeroffel kondigde hij vlak na zijn aantreden in de Egyptische hoofdstad Kaïro een nieuwe tijd aan van ontspanning tussen Amerika en de islamitische wereld. Hij maakte veel werk van bemiddeling tussen Israël en de Palestijnen – een dossier dat zijn voorganger George W. Bush pas in zijn laatste jaar begon te interesseren. Maar zoals eerdere presidenten beet hij zijn tanden stuk op dit dossier. Het vroegtijdige vertrek, vorige week, van zijn belangrijkste Midden-Oostenadviseur, Dennis Ross, onderstreept de onmacht om iets te forceren.

Obama weet nu dat buitenlandse politiek alleen interessant gevonden wordt als het iets oplevert. In het geval van Azië zijn dat banen. De Amerikaanse export gaat voor 60 procent naar landen rondom de Stille Oceaan. Het aanhalen van economische banden met grootmachten als China, Japan en Taiwan heeft hij nodig om de deplorabele staat van de Amerikaanse arbeidsmarkt te herstellen. De werkloosheid in Amerika staat op 9 procent, en de zorgen onder kiezers hierover zijn zo groot dat de verkiezingen wel eens op een banen-referendum kunnen uitlopen.

Obama is er dus veel aan gelegen met resultaten terug te komen. Hij is onder meer van plan handelsakkoorden te tekenen met acht landen, waaronder Japan. Dit akkoord moet een groeiende export naar Japan mogelijk maken. Ook wil Obama Amerika’s militaire aanwezigheid in het gebied versterken, onder meer als signaal aan de groeiende wereldmacht China. De president zal naar verwachting met Australië overeenkomen dat daar meer militairen zullen worden gelegerd.

Het is een gok die Obama neemt door zo lang weg te zijn. Juist deze weken proberen Democraten en Republikeinen in een zogeheten Supercommissie een oplossing te vinden voor de Amerikaanse schuldencrisis, die Washington sinds de zomer in een wurggreep houdt. Beide partijen spraken af gezamenlijk posten voor een bezuiniging van 1,2 biljoen dollar te vinden. Lukt dat niet, is de afspraak, dan zal de Amerikaanse regering moeten snijden in onder meer Defensie en Onderwijs. Alom wordt het slagen van deze commissie gezien als een ultieme poging om de politieke verlamming van de Amerikaanse politiek tegen te gaan. Obama, die deze zomer hard moest werken om dit compromis mogelijk te maken, neemt nu een risico: hij is in Azië tot vier dagen voor de deadline van de commissie, op 23 november.

Europa en het Midden-Oosten zullen het met heel wat minder warme belangstelling moeten doen. Hij weet dat hij niet de president zal worden die het Israëlisch-Palestijns conflict heeft opgelost. En wat Europa betreft: Obama heeft al meermalen zijn irritatie laten blijken over de eurocrisis, die ook de zwakke Amerikaanse economie bedreigt. Op docerende toon zei Obama begin deze maand, bij een G20-top in Cannes, dat Europa moet hervormen om slagvaardig met de crisis om te gaan. Alleen in Azië valt nog iets te halen voor een president die resultaten moet boeken om kans op herverkiezing te maken.

    • Guus Valk