Cynisme is meest giftige erfenis van Silvio Berlusconi

Kamerlid Frans Timmermans, die opgroeide in Italië, was als staatssecretaris voor Europese Zaken en buitenland-specialist van de PvdA veel in het land van ‘Berlu-haters en Berlu-fans’. Een terugblik.

‘A self-made man is usually also unmade by himself’.

Deze uitdrukking lijkt perfect van toepassing op de zaterdag afgetreden ‘cavaliere’ Silvio Berlusconi. Zeventien jaar geleden ging hij de politiek in om uit handen van justitie te blijven en om zijn zakelijke belangen veilig te stellen. In die opzet is hij geslaagd. Hij is niet achter de tralies beland en hij is rijker dan ooit. Maar in welke staat laat hij Italië achter, deze langst regerende premier van na de oorlog?

Niets heeft hij gedaan aan Italië’s kwalen.

Hij zou de bestuurlijke verlamming doorbreken en de macht van de vermolmde instituties breken. De verlamming is groter dan ooit. Hij zou het imago van Italië in de wereld verbeteren; hij gaf de wereld bunga-bunga.Hij zou de belastingen verlagen; ze zijn hoger dan zeventien jaar geleden. Hij zou de gigantische verschillen tussen Noord en Zuid, de meest verlammende van alle Italiaanse kwalen, eindelijk verkleinen; de verschillen zijn gegroeid en hij heeft zijn kabinetten politiek afhankelijk gemaakt van de Lega Nord, die Italië wil opbreken.

Geen enkele premier in 150 jaar Italiaanse eenheid had een betere positie om noodzakelijke hervormingen door te voeren. Buiten Italië zijn we geneigd Berlusconi alleen als een clown te zien, maar dat is onzin.

In de Europese Raad heb ik zelf ervaren dat hij een gewiekst politicus en goed onderhandelaar is, die meestal beter dan anderen in staat is binnen te halen wat hij wil.

Bot en hard, of juist heel charmant, met een indrukwekkend register aan houdingen wist hij mensen over de tafel te trekken of voor zich te winnen.

In Italië was hij populair, had hij een onaantastbare positie in de media (en niet alleen omdat hij een groot deel ervan in bezit had), overheerste hij met speels gemak de politiek. En sprak hij de taal van de mensen, leefde hij het leven dat veel mensen zichzelf ook toewensten.

Zijn grappen waren grof, vaak onsmakelijk, altijd politiek incorrect. En dus bleef hij, de politicus pur sang, in de ogen van de meeste Italianen iemand van buiten de verfoeide politieke kaste.

Berlusconi schiep zo een imago waar de meeste politici alleen maar van kunnen dromen. Hij had de sleutel van een ander, beter Italië in handen.

Hij deed er helemaal niets mee. Om de simpele reden dat hij niet de politiek in is gegaan om iets voor een ander of voor zijn land te doen. Hij is de politiek ingegaan puur en alleen om er zelf beter van te worden.

Dat weten Italianen en dat heeft hen, in die zeventien jaar, steeds cynischer gemaakt. De Italianen waar ik in Rome mee opgroeide, in de ‘loden’ jaren zeventig, waren toen allemaal linkse adolescenten en zijn nu verdeeld in twee onverzoenlijke kampen: Berlu-haters en Berlu-fans.

Maar cynisch zijn ze allemaal.

Dat is uiteindelijk de grootste en meest giftige erfenis die Berlusconi achterlaat.