Creatieve energie is onuitputtelijk

Vorige week noemde het Internationaal Energie Agentschap het gebruik van fossiele energie rampzalig.

Econoom Yergin gelooft heilig in een goede afloop.

Eindelijk goed nieuws: de peak oil-theorie klopt niet. Terwijl wij de afgelopen anderhalve eeuw steeds afhankelijker zijn geworden van olie en zijn derivaten, slaat om de zoveel jaar de paniek toe over die verslaving. De olievoorraden raken snel op, luidt de peak oil-theorie, en er zijn niet voldoende alternatieven om economische groei te blijven ondersteunen.

De bekendste profeet van deze theorie was de Texaanse geoloog Marion King Hubbert, die in 1956 voorspelde dat de Amerikaanse olieproductie tussen 1965 en 1970 zijn top zou bereiken. Het ging de geschiedenis in als Hubbert’s Peak. Het olietijdperk zou achteraf niet meer dan ‘een korte flits in de geschiedenis van de mensheid’ blijken te zijn.

Die voorspelling is niet uitgekomen. In 2010, schrijft Daniel Yergin in zijn omvangrijke boek over de speurtocht naar energiebronnen The Quest, produceerden de Verenigde Staten vier keer zoveel olie als Hubbert had voorspeld. Hoe kan dat?

Hubbert en zijn volgelingen, zegt de Amerikaanse schrijver en economisch onderzoeker Yergin, hielden geen rekening met een eenvoudige wet: als prijzen stijgen, stijgen ook de investeringen in innovatie. En dat leidt steeds weer tot verrassende ontdekkingen. Een recent onderzoek van 70.000 olievelden en 350 nieuwe olieprojecten wijst uit dat ‘de wereld overduidelijk niet door zijn olie heen raakt. Integendeel. De schattingen van de totale olievoorraad nemen alleen maar toe’, aldus Yergin, die voor zijn eerdere energieboek The Prize de Pulitzerprijs won.

Over energie en klimaatverandering verschijnen vrijwel alleen alarmistische boeken waarin met cijfers wordt aangetoond dat de grenzen aan de groei bereikt zijn. Voedsel, energiebronnen, milieuvervuiling en overbevolking tonen: de aarde raakt op. Ook het doorgaans zo gematigde Internationaal Energie Agentschap noemt in de vorige week woensdag gepubliceerde World Energy Outlook 2011 het snel toenemende gebruik van fossiele energie ‘rampzalig’. Inmiddels is er geen serieus mens die nog betwijfelt dat het wereldwijde energieverbruik verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde.

Daniel Yergin is geen moralist. Hij spreekt zich niet uit voor of tegen de ene of de andere politiek. Bij hem geen apocalyptische toekomstvisioenen. Met een overweldigende feitenkennis en een brede blik toont hij aan hoe ingewikkeld de energiewereld in elkaar zit; anders dan de IT-sector met zijn snelle doorbraken vergt energiewinning langdurige investeringen en eindeloze research.

Je kunt The Quest lezen als een lofzang op de inventiviteit van de mens. Raakt de conventionele olie op, dan gaat men in de diepzee boren. Vervolgens wordt een techniek ontwikkeld om olie te winnen vanonder een kilometersdikke zoutlaag onder de zeebodem. Canada en Noord-Amerika storten zich op de oppervlaktewinning van teerzandolie. Er zijn onvermoede voorraden aan schalieolie, dat losgetrild wordt uit gesteente met behulp van horizontaal boren en waterkracht. Ook de gasexploratie staat niet stil. Door de ontwikkeling van LNG (Liquefied Natural Gas, vloeibaar, samengeperst gas dat in tankers wordt vervoerd) zijn landen minder afhankelijk geworden van pijpleidingen die kunnen worden afgesloten door boze Russen of gesaboteerd door Nigeriaanse rebellen. En ook gas kan met enige moeite uit de rotsen worden geslagen. Maar feit blijft dat elke nieuwe winningsmethode meer energie kost.

Dat de energiebehoefte van de mens alleen maar toeneemt, snapt ook Yergin. Hij wordt er alleen niet zenuwachtig van. Hij sluit zijn ogen niet voor de milieugevolgen van de grondstoffenwinning, maar opnieuw suggereert hij dat voor elk probleem een oplossing is te vinden. De meeste olie die wegliep na de ramp met BP in de Golf van Mexico vorig jaar is al geabsorbeerd door de zee, aldus Yergin. Dat klopt overigens niet: onlangs verscheen een rapport waaruit juist blijkt dat de ramp veel meer schade heeft aangericht dan aanvankelijk werd gedacht.

Zeker de helft van Yergins boek gaat over alternatieve energie. Bedrijfsleven en overheden investeren miljarden om hun concurrentiepositie én de toekomst van de mensheid veilig te stellen. Elke ontdekking leidt tot nieuwe problemen. Bekend is het voorbeeld van Brazilië en de biobrandstoffen. Het oliearme suikerland propageerde van suikerriet gemaakte ethanol als biobrandstof. De overheid garandeerde de productie van ethanol en drukte de verkoop van benzine door een forse belasting. In 1985 reed 95% van de nieuwe auto’s in Brazilië uitsluitend op ethanol. Maar toen de olieprijs weer inzakte, werd de ethanol te duur, de productie nam sterk af en de autobezitters waren furieus: hun wagens stonden aan de kant. Dus kwamen er auto’s die op beide brandstoffen konden rijden. Nu rijdt weer bijna iedereen op ethanol en ‘heeft Brazilië het nirvana van energieonafhankelijkheid bereikt’, schrijft Yergin.

Maar energie maken kost energie. Is suiker telen voor biobrandstof beter voor het milieu of beter voor de boeren? Hoeveel voedingsgewassen kun je opofferen aan biobrandstof? Hoe maak je de balans op?

Yergin geeft talloze voorbeelden van dit soort gecompliceerde dilemma’s rondom de winning van energiebronnen en dat alleen al maakt zijn boek lezenswaard. Hij laat zien dat niet alleen milieuactivisten, maar ook bedrijfsleven en overheid zich serieus het hoofd breken over milieu en klimaat.

Het puurste ideaal voor schone energie is zonne-energie. Maar dat is duur en, net als windkracht, afhankelijk van natuurlijke omstandigheden: de zon moet wel schijnen. Een heel belangrijke stimulans bedachten de Groenen in Duitsland, waar men de nutsbedrijven bij wet dwong wind- en zonne-energie te kopen tegen veel hogere prijzen en die prijzen vervolgens te vereffenen met de reguliere elektriciteitsprijzen. Dit soort politieke doorbraken moet de alternatieve energiebronnen uiteindelijk kans van slagen geven, aldus Yergin.

Inmiddels is China de grote pionier in zonne-energie: het profiteert van het feit dat arbeid er goedkoper is dan dure machines. Maar ‘als we tegen 2050 tien procent van onze elektriciteit uit zonnecellen kunnen halen, is dat een enorme prestatie’, zegt een Amerikaanse zonnecellenexpert tegen Yergin. Ook hier is uithoudingsvermogen het enige wat erop zit.

Juist deze week kreeg de optimist Yergin de wind in de zeilen: de European Climate Foundation, een denktank voor klimaatbeleid, berekende dat het opwekken van duurzame elektriciteit met wind- en zonne-energie over tien jaar amper meer zal kosten dan stroom uit fossiele brandstoffen als kolen en gas. Goed nieuws voor doemdenkers.

Hoewel The Quest vooral gericht is op techniek, geologie en wetenschappelijke doorbraken, gaat Yergin natuurlijk ook uitgebreid in op alle geopolitiek rondom energieveiligheid. Hij beschrijft de gasoorlog tussen Rusland en Oekraïne, schetst de Great Game tussen Europa, Rusland en China rondom de olie- en gasrijke Kaspische Zee. Hij behandelt het Midden-Oosten en de effecten van de oorlog in Irak en de Arabische lente.

Ook onderzoekt hij het uit nood geboren milieubewustzijn van het almaar groeiende China. De communistische reus, geplaagd door smog, vervuild water en mijnrampen, investeert inmiddels miljarden in onderzoek naar schone steenkool en de elektrische auto. Hij wijst op Obama’s verbod op diepzeeboringen na de ramp met het olieplatform van BP in de Golf van Mexico. En hij staat stil bij Merkels opmerkelijke ommezwaai na de kernontploffing in e Fukushima: kernenergie is in Duitsland opnieuw in de ban gedaan en zelfs energiebedrijf Siemens besloot recent er geen cent meer in te investeren.

Maar net als de milieubezwaren tegen de uitputting van de aarde lijkt Yergin politieke tegenslagen eerder te zien als onvermijdelijke golfbewegingen die de menselijke evolutie kenmerken. We kunnen steeds meer, we willen steeds meer en we zijn met steeds meer. Noem het een uitdaging, want de belangrijkste grondstof ter wereld is de menselijke creativiteit en die vormt het hart van de zoektocht naar energie. Aan die queeste zal nooit een einde komen.

Daniel Yergin: The Quest. Energy, Security, and the Remaking of the Modern World. The Penguin Press, 800 blz. €32,–

    • Laura Starink