Beperk het aantal commissariaten niet

Nieuwe regels zeggen dat commissarissen nog maar vijf commissariaten mogen vervullen. Dit is bijzonder schadelijk en ook kostbaar, betoogt Barbara Baarsma.

Misschien is het aan u voorbijgegaan, maar in toezichtland voltrekt zich een kleine revolutie.

Afgelopen zomer werden nieuwe regels van kracht over bestuur en toezicht in grote vennootschappen en in stichtingen die een jaarrekeningenplicht kennen. Over deze wet is al veel geschreven. Het ging dan vaak om het vrouwenquotum, dat ook in de wet zit.

Een ander onderdeel van de wet is net zo schadelijk en net zo paternalistisch, maar is nog minder bekend. In een poging het old boys network te doorbreken, mogen commissarissen van grote vennootschappen en stichtingen per 1 januari aanstaande nog slechts vijf commissariaten vervullen, waarbij een voorzitterschap dubbel telt.

Het maximeren van het aantal commissariaten zal negatieve effecten hebben.

Het animo van veelgevraagde, ervaren commissarissen voor de minder goed betaalde commissariaten zal sterk afnemen. Het gaat dan om commissariaten bij organisaties in bijvoorbeeld de zorg en het onderwijs. Dit gaat ten koste van de kwaliteit van het toezicht.

Bovendien zal de beloning voor commissariaten stijgen. In een poging om de ervaren commissaris aan zich te binden, wordt meer geld geboden.

Beide effecten zullen nog sterker gelden voor voorzitters. Steeds minder mensen zullen bereid zijn voorzitter te blijven of te worden. Omdat het voorzitterschap voor twee telt, maar doorgaans niet twee keer zo veel verdient, zal daar een ‘inhaalslag’ in de beloning worden gemaakt.

Een ander negatief effect is dat nieuwe organisatiestructuren zullen worden bedacht die wel de ervaren krachten aan boord brengt, maar die niet vallen onder de nieuwe wet. Zo kunnen raden van advies worden gecreëerd naast raden van toezicht, waarbij de raad van toezicht bestaat uit een deelverzameling van de raad van advies en waarbij de besluiten in feite in de raad van advies worden genomen.

Weer een andere uitvalsroute verloopt via het buitenland. Omdat toezichthoudende functies in het buitenland in deze wet niet worden meegeteld, kan een commissaris rustig tien nevenfuncties in het buitenland hebben.

In zijn streven het toezicht te verbeteren, slaat de wet de plank mis. Toezichthouders weten zelf heel goed hoeveel tijd ze kunnen en willen besteden aan nevenfuncties. Als zij zelf over onvoldoende realiteitszin beschikken, mag erop worden gerekend dat de medecommissarissen, het bestuur en de ondernemingsraad corrigerend zullen optreden.

Het is belangrijk dat het old boys netwerk wordt doorbroken. Hiervoor is evenwel geen wet nodig. Wel is enig geduld vereist.

Op dit moment is al een duidelijke afname te bespeuren van het ouwe-jongens-krentenbroodgedrag. Nieuwe mensen worden gevraagd voor toezichthoudende functies. De wet zet dit proces nodeloos op scherp, gaat ten koste van kwaliteit en zal uiteindelijk leiden tot hogere beloningen.

Prof.dr. B.E. Baarsma is algemeen directeur van SEO Economisch Onderzoek.

    • Barbara Baarsma