Antropologie, ofzo

Ouders wier kinderen de eerste studenten in de familie zijn, bezochten zaterdag de Vrije Universiteit.

Ze leerden er begrijpen hoe de academische wereld werkt.

„Ze studeert iets waarvan ik de naam niet eens kan uitspreken”, zegt Marcel Esveldt (51) uit Hillegom. Hij neemt een flinke hap uit zijn krentenbol. „Antropologie, pap”, zegt dochter Michelle (19). „Je kan ook volkenkunde zeggen, toch? Dat is tenminste gewoon Hollands”, reageert haar moeder Coby (44).

De familie Esveldt is een van de tientallen families die zich zaterdag hebben verzameld in de foyer van de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam voor een familiedag. Michelle Estveldt: „Eindelijk zien mijn ouders waar ik studeer. En wat mijn studie inhoudt.”

Want dat is het doel van de VU: ‘mensen informeren en betrekken bij de studie van hun kind’. Daarom krijgen ouders een proefcollege, een rondleiding door het gebouw en een speech van rector magnificus Lex Bouter over, bijvoorbeeld, het belang van nevenactiviteiten en studeren in het buitenland.

Maar niet alle families van VU-studenten zijn deze zaterdag welkom. Alleen studenten met ouders die geen hbo- of universitaire opleiding hebben genoten, de zogenoemde eerstegeneratiestudenten, zijn uitgenodigd. Naar schatting van de VU is de helft van hun studenten eerstegeneratiestudent is. Aan de VU studeren bijna 25.000 studenten.

Ook de ouders van Michelle Esveldt hebben nooit een universiteit bezocht. „Alleen af en toe voor m’n werk, om dingen te installeren”, zegt haar vader. Hij is ondernemer en heeft een mbo-opleiding afgerond. De moeder van Michelle heeft een havo-diploma en is administratief medewerker.

Uit onderzoek blijkt dat eerstegeneratiestudenten meer kans op studievertraging en uitval hebben dan andere studenten, zegt Wim Haan, coördinator diversiteitsbeleid op de VU. Eerstegeneratiestudenten kunnen zich moeilijk aanpassen aan hun academische omgeving, omdat zij en hun ouders er onbekend mee zijn. „Ook hebben ze vaak last van een slechte taalbeheersing. En ze hebben geen netwerk dat hen kan helpen met maken van studieopdrachten.”

De VU hoopt, vertelt Haan, dat ouders door de familiedag „leren begrijpen hoe de academische wereld werkt en hoe de kinderen hun kansen op de arbeidsmarkt kunnen vergroten”.

Bovendien biedt de VU sinds 2010 een zomercursus aan waarin eerste- generatiestudenten leren academisch te schrijven en wat het doen van onderzoek inhoudt. Dat is voortgekomen uit een samenwerking met de Amerikaanse universiteit UCLA (University of California, Los Angeles), die veel ervaring heeft op het gebied van diversiteitsproblemen. UCLA organiseert zelf al jaren zomercursussen voor eerstegeneratiestudenten.

Het initiatief van de VU om aandacht te besteden aan de problemen van deze studenten, past in de emancipatoire functie die de universiteit van oudsher vervult. Abraham Kuyper, oprichter van de VU en van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), wilde de ‘kleine luyden’ emanciperen (gereformeerde boeren, arbeiders en middenstanders). Nu richt de Vrije Universiteit zich vooral op allochtonen, die zo’n 20 procent van de studenten vormen, en op de eerstegeneratiestudenten.

Volgens Wim Haan is het een misverstand om te denken dat met name allochtonen eerstegeneratiestudenten zijn. „Veel eerstegeneratiestudenten zijn autochtoon en komen bijvoorbeeld uit de Kop van Noord-Holland.”

Dat beeld wordt bevestigd in de foyer van de VU: het aantal allochtone families is op één hand te tellen. Maar of dat komt omdat Haans stelling klopt, of omdat ze domweg niet gekomen zijn, is niet duidelijk.

De vader van Michelle Esveldt vindt de dag geslaagd. „Ik vond het heel interessant, al heb ik nog steeds geen idee wat ze later wordt. Voor mijn part wordt ze kassière. Die hebben we toch ook nodig? Het maakt me echt niks uit. Als ze maar iets doet wat ze leuk vindt, toch?”

    • Yasmina Aboutaleb