Zoek geen schuldige voor deze crisis

Decennialang dachten we dat onze welvaart ons kwam aanwaaien. Dit strookt niet met de werkelijkheid. Kredietkrimp, hoe onaangenaam ook, is onvermijdelijk als eb na de vloed, betoogt Johan Schaberg.

NEW YORK, NY - NOVEMBER 01: Businessmen and shoppers walk along Madison Avenue, one of Manhattan's premier shopping and residential streets on November 1, 2011 in New York City. According to a new Census Bureau report, income inequality is greater in New York State and in the New York City region than in any other state or metropolitan area in the country. The report found that in three Manhattan neighborhoods, the Upper East and West Sides and Greenwich Village, the top 5 percent of households make an average of over $1 million. Inequality in America has become a campaign issue following the rise of the Occupy Wall Street movement and the continued high nationwide unemployment rate. Spencer Platt/Getty Images/AFP == FOR NEWSPAPERS, INTERNET, TELCOS & TELEVISION USE ONLY == AFP

Misschien voelen we het nog niet aan den lijve, maar we zijn een tijdperk van versobering en verarming binnengetreden. Vermogens verdampen door dalende huizenprijzen, pensioenfondsen moeten korten op hun uitkeringen en uit voorzichtigheid houden veel mensen de hand op de knip. Dat betekent dalende omzetten in de winkelcentra, minder geld voor onderhoud en fleurig straatmeubilair, en in het algemeen een grauwere, valere omgeving.

De neiging bestaat daar iemand de schuld van te geven. De politiek bijvoorbeeld voor de toestand op de huizenmarkt, of pensioenfondsbestuurders voor achterblijvende beleggingsrendementen. Dat is niet nodig. De oorzaak, de echte schuldige, is ongrijpbaar, en hij heet kredietcontractie.

Tot enkele maanden geleden was dat zo’n abstracte term uit het begrippenkoffertje van centrale bankiers en monetair economen. Het betekent dat banken minder geld uitlenen, maar hadden we daar in het dagelijks leven last van dan? In de loop van een paar wilde decennia had iedereen van alles kunnen kopen, niet omdat hij het geld ervoor had, maar omdat hij het gefinancierd kon krijgen.

Kredietcontractie wil zeggen dat die getijbeweging omkeert. Niet alleen moeten er minder leningen worden verstrekt; er moet zelfs worden afgelost op oude leningen.

Het is alsof een loopband waar we heel lang op hebben gelopen plotseling is gestopt en in zijn achteruit is gegaan. Ineens komen we erachter wat die vooruitbeweging heeft gedaan met onze perceptie van de werkelijkheid. We zagen de omgeving aan ons voorbijflitsen en we dachten dat vooruitgang een eigenschap van de dingen was, dat het zo hoorde. Nu gaan ze de andere kant uit, en dat levert vervelende verrassingen op. Dat we eerder zo hard vooruitgingen, vinden we natuurlijk onze eigen verdienste. Wij doen nog steeds zoals we de hele tijd deden, dus de achteruitgang moet iemand anders op zijn geweten hebben. We worden bestolen, is onze eerste gedachte. Dan moet er iemand de dief zijn, en dat is in de praktijk iedereen die we toch al niet sympathiek of betrouwbaar vonden. Bankiers, politici, Grieken, Italianen, het is de bekende reflex waaruit ook oorlogen en echtelijke ruzies ontstaan. Iets zit ons dwars, dat moet iemand anders gedaan hebben, en zo geven we de eerste de beste omstander een hijs.

In de jaren dat de kredietverlening de bankkluizen uit spoot, werd iedereen gratis rijk. Een klein schematisch voorbeeld illustreert dat. Stel dat ik een schilderijtje heb dat ik ooit voor bijna niets heb gekocht. Ik loop iemand tegen het lijf die het van mij wil kopen voor 100.000 euro en daar een banklening voor kan krijgen. De koper heeft dan een schuld van 100.000 euro, maar hij is niet armer want hij bezit een schilderij. De bank heeft geld uitbetaald, maar is niet armer want hij heeft een vordering. Maar ik ben 100.000 euro rijker dan ik was. Zo schept kredietverlening rijkdom. Ook in wijdere kring, want met mijn nieuw verworven rijkdom kan ik leuke dingetjes gaan kopen. Zo profiteren ook de winkels in mijn buurt van kredietexpansie, ook al hebben zij zelf niets met een bank te maken.

Maar nu komt de kredietkrimp: de bank eist zijn lening op en het schilderij moet worden verkocht. Er is een koper, maar die kan er maximaal 30.000 euro financiering voor krijgen. De verkoper lijdt een verlies van 70.000 euro, en hij blijft met een restantschuld zitten. Als hij die uit andere middelen kan aflossen, is het verlies helemaal voor hem. Als hij dat niet kan, gaat hij failliet en is de strop voor de bank. De winkels in de buurt kwijnen. Ook zij lijden, zelfs wanneer zij zelf niets met een bank te maken hebben. Kortom: kredietcontractie leidt tot verarming waar wij geen directe schuld aan hebben. Net zoals kredietexpansie in het verleden leidde tot rijkdom die we niet verdiend hadden. Die viel ons gewoon in de schoot.

Kredietverlening blijkt geen loopband te zijn in één richting, maar een getijbeweging. En onze welvaartstoename is maar voor een deel ons eigen werk. Soms gaan we snel vooruit, soms langzamer, en nu zelfs achteruit. Er is geen reden om boos te zijn, althans geen goede. Het enige verwijt dat we kunnen maken is aan onszelf, dat we niet met meer verwondering hebben genoten toen het ons mee zat.

Kredietkrimp, hoe onaangenaam ook, blijkt zo onvermijdelijk als eb na de vloed. De bijbehorende verarming zal dus ook optreden. De vraag is wie de verliezen voor de kiezen krijgt, en hoe. Hoe werkt de mechanica van financiële contractie?

Schulden zitten overal. In de particuliere sector met betalingsachterstanden, volgelopen creditcardlimieten en woninghypotheken; in de publieke sector met staatsschulden die voor een toenemend aantal landen steeds moeilijker herfinancierbaar blijken. Degenen die voor de gevolgen van kredietkrimp opdraaien, zijn de schuldeisers – banken, pensioenfondsen, beleggers, kortom iedereen met vorderingen, beleggingen of andere bezittingen.

Als er verarming moet ontstaan, en dat is bij kredietkrimp onvermijdelijk, zijn het altijd beleggers en crediteuren die ervoor opdraaien. Logisch, zij zijn de enigen die iets bezitten waarvan de waarde kan dalen. Alle anderen waren al arm. Wanneer overheden vroeger diep in de schulden zaten, was inflatie de beproefde methode om er goedkoop van af te komen. Zij lieten de geldpers draaien, en betaalden met een effen gezicht net zoveel euro’s of dollars terug als zij geleend hadden. Dat de koopkracht daarvan ernstig was teruggelopen, was voor de beleggers jammer maar helaas.

Het uitzonderlijke van de huidige situatie is dat dat niet meer werkt. De inflatie wil maar niet aanslaan. Aan de geldpersen ligt het niet, er zijn duizenden miljarden euro’s en dollars bijgedrukt. Maar voor inflatie is het nodig dat er een loon- en prijsspiraal op gang komt, en dat lukt maar niet. De lonen willen niet stijgen door het grote aanbod van werkloze banenzoekers, en prijsstijging van goederen en diensten zit er niet in zolang veel bedrijven om werk verlegen zitten en dus scherpe offertes uitbrengen.

Verarming is een noodzakelijk gevolg van kredietcontractie. Als dat niet op de geleidelijke manier door inflatie kan gebeuren, dan moet het abrupt en bruusk. Als de waarde van het geld niet door inflatie kan verminderen, waardoor bezittingen ogenschijnlijk hun waarde kunnen behouden, moet de waarde van de bezittingen zelf omlaag. Dat is wat er nu gebeurt met de daling van huizenprijzen, antiekverzamelingen en Zuid-Europese obligaties. Vijftig procent waardedaling ineens heeft hetzelfde effect als een paar jaar serieuze inflatie, maar het is confronterender, rauwer, schokkender. Het brengt woedende mensen de straat op, zoals nu met de Occupy-beweging en de protesten in Athene. Dat heb je met inflatie niet.

Alles van waarde is weerloos, dichtte Lucebert. Hij had gelijk, ook al dacht hij waarschijnlijk niet aan beleggingen en vorderingen. De grootste bezitters van financiële activa ter wereld zijn de Chinezen, met officiële reserves van meer dan 2.000 miljard dollar. Dat geld hebben ze verdiend door spullen aan het Westen te leveren en zelf weinig terug te kopen. Het verschil is een enorme stapel schuldbekentenissen, waarvan zij als bezitters moeten afwachten, weerloos, hoeveel er van hun waarde wordt afgehakt. Het is dan ook een gotspe dat vertegenwoordigers van EU vorige week, na het bereiken van het jongste Eurotop-akkoord, naar China afreisden met het verzoek Zuid-Europese staatsleningen aan te houden of bij te kopen. De eurozone is too big to fail, bedoelden zij eigenlijk – een dreigement waar een paar jaar geleden iedereen geweldig verontwaardigd over was toen wankelende banken ermee aankwamen. En hoe zat het ook weer met moral hazard? Dat is mooi weer spelen als de voordelen jouw kant uit komen, maar niet thuis geven als er afgerekend moet worden. Dat is kennelijk niet het exclusieve domein van bankiers; ook overheden weten er raad mee. Intussen is China niet een afstandelijke toeschouwer, maar de potentieel grootste verliezer van de waardedalingen die al zijn gebeurd en die er nog aankomen.

Als kredietkrimp zo pijnlijk is, waarom gaan we dan niet gewoon door met de kredietexpansie die ons zo’n plezierige roes opleverde? Het antwoord is dat er plotseling weer oog is voor de risico’s van wanbetaling – door Amerikaanse en Nederlandse huiseigenaars, door Spaanse projectontwikkelaars, door Franse banken en Europese en Amerikaanse overheden. Kredietverstrekkers hebben er geen zin meer in. Centrale banken kunnen geld bijdrukken wat ze willen, dat komt niet verder dan het internationale bankwezen dat het gebruikt om er financiële markten mee uit balans te brengen. Het sijpelt niet door als kredietverlening aan consumenten en bedrijfsleven. Krediet is vertrouwen, en dat is weg.

Het wordt pas weer leuk als dat vertrouwen terugkomt. Vertrouwen dat banken geen stroppen op overgewaardeerde staatsleningen hebben weggemoffeld. Dat huiseigenaren hun huis kwijt kunnen voor de getaxeerde waarde. Dat werknemers volgend jaar nog een inkomen hebben om hun hypotheek te betalen.

Dat gaat heel lang duren. Bondskanselier Merkel heeft het over tien jaar. Fijn haar zo optimistisch te horen.

Johan Schaberg is is ondernemer, adviseur en medewerker van NRC Handelsblad.

    • Johan Schaberg