‘Trombose eist nog onnodig levens’

Jaarlijks overlijden in Nederland nog altijd onnodig mensen aan de gevolgen van trombose. In 2006 werd al aan de bel getrokken, maar van maatregelen om de trombosezorg te verbeteren is weinig terechtgekomen. Dat concludeert radioprogramma Argos vanmiddag.

Sinds oktober vorig jaar zijn bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg 69 calamiteiten gemeld, waarbij zeker 25 mensen om het leven kwamen. Volgens de inspectie worden niet alle gevallen gemeld en ligt het werkelijke cijfer hoger. De calamiteiten komen onder meer door slechte communicatie tussen zorgverleners en door verkeerd medicijngebruik.

Het gaat op veel verschillende plaatsen mis, van ziekenhuizen, verpleeghuizen en psychiatrische instellingen tot gewoon bij de patiënt thuis. Zo nemen mensen te veel of te weinig bloedverdunners, in sommige gevallen doordat de hoeveelheid medicatie verkeerd is vastgesteld of doordat die niet op tijd bij de patiënt komt.

Verschillende doelen voor verbetering trombosezorg niet gehaald

In 2006 bleek al dat 35 procent van alle vermijdbare ziekenhuisopnames te maken had met problemen met bloedverdunners. Een verbeterplan dat vorig jaar is opgesteld, had als doel dat dit jaar binnen 24 uur van elke patiënt een actueel medicatieoverzicht te vinden moest zijn. Ook moest elke antistollingsmiddelen slikkende patiënt een casemanager hebben. Beide doelen zijn niet gehaald.

In Nederland bestaat een uniek netwerk van zestig trombosediensten. Vierhonderdduizend patiënten laten daar regelmatig bloed prikken om hun stollingswaarde vast te stellen. Op basis daarvan wordt de medicatie vastgesteld. Bloedverdunners helpen stolsels, de trombose, voorkomen.

    • Pim van den Dool