Tien jaar strijd voor gerechtigheid en meer pensioen

Een groep gepensioneerde werknemers van technologisch instituut ECN bond de strijd aan met hun oud-werkgever. Inzet: het achterstallige pensioengeld dat hun ooit door ECN was beloofd. Deze week kreeg de club oud-collega’s na jaren procederen gelijk van de rechter. „Het is een ein-de-lo-ze weg geweest.”

Nederland, Alkmaar, 10-11-2011 Gepensioneerde ECN medewerkers en hun advocaat mr. Martin Rensen, ze vechten in de rechtbank een conflict over het pensioenfonds uit. Op de voorgrond Bob van Laar daarachter vlnr: advocaat Martin Rensen, Siert Slagter, Han van den Heuvel, Karel van Otterdijk, Frans Lekkerkerk. foto: Bram Budel Bram Budel

Actievoerder Bob van Laar (78) is goed voorbereid. Neem je wel je USB-stick mee, vraagt hij als we een afspraak maken. De Amsterdammer – lange gestalte, rossig haar – is een vrolijke verschijning. Monter en kwiek voor zijn leeftijd. Een kunstminnende bèta, woonachtig in de Jordaan.

De gepensioneerde neutronenfysicus vertrok ruim 25 jaar geleden bij zijn werkgever Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), het technologische instituut uit Petten. ECN en nucleair onderzoeksinstituut NRG zijn vooral bekend van de kleine kerncentrale aan de Noord-Hollandse kust, maar in de pensioensector is het inmiddels berucht om heel andere redenen. Van Laar mag een kwart eeuw weg zijn bij zijn werkgever, de afgelopen tien jaar was hij nog dagelijks bezig met Petten.

Hij was niet de enige. Samen met een club oud-collega’s voert Van Laar een taaie strijd tegen de organisatie waar hij jarenlang met zoveel plezier gewerkt heeft. Reden: het pensioen. Vereniging OMEN – Oud Medewerkers van ECN en NRG – is kind aan huis bij de rechter. „ECN was een bedrijf van nette wetenschappers, conflicten moet je uitpraten op basis van argumenten”, zegt Van Laar. Maar overleg bleek vooral veel tijd te kosten. Met gemengde gevoelens zagen de gepensioneerden zich naar eigen zeggen telkens gedwongen hun voormalige werkgever te dagvaarden.

Tot woensdagochtend 2 november. Van Laar zat achter zijn computer toen de mail binnenkwam, een bericht van de advocaat. Was dit een flauwe grap? Hij las het nog eens en nog eens. „Het kan samengevat worden in het woord ‘onvoorstelbaar’. Ik heb ogenblikkelijk onze advocaat gebeld”, zegt Van Laar. Maar het klopte echt: negen jaar nadat gepensioneerden van ECN te horen kregen dat er geen geld meer was voor de beloofde correctie van pensioenen voor inflatie, lag daar een arrest van het gerechtshof Amsterdam. Strekking: oude pensioenreglementen kunnen niet zomaar gewijzigd worden voor gepensioneerden. Zij houden recht op eerder afgesproken toeslagen. „Het heeft een paar dagen geduurd voordat de inhoud echt tot mij doorgedrongen was”, zegt Van Laar.

Het verhaal van de club van OMEN is een verhaal over doorzettingsvermogen, lotsverbondenheid en victorie. Een bewijs dat de rechtsstaat functioneert – voor optimisten. Want gepensioneerden hebben één nadeel: ze zijn al ouder. Gedurende hun strijd overleden er actievoerders. Het geld dat zij alsnog via de rechter van ECN krijgen, is nu voor hun nabestaanden. En wat ook zuur is: de argumentatie van het hof komt anno 2011 in grote lijnen overeen met de grieven die gepensioneerden al in 2003 verwoordden. „Het is een ein-de-lo-ze weg geweest”, zegt Van Laar in zijn appartement in de Amsterdamse binnenstad.

Het begon allemaal in 1990. Toen stelde ECN voor om de pensioenregeling uit 1964 aan te passen. ECN heeft geen eigen pensioenfonds, maar het pensioen van werknemers is verzekerd via een verzekeraar. Een mooi contract waarbij gegarandeerd werd dat de pensioenaanspraken jaarlijks geïndexeerd werden met 3 procent. Zo blijven de pensioenen waardevast bij een inflatie van 3 procent. Maar inflatie is soms hoger dan 3 procent, zie de jaren zeventig. ECN stelde in 1990 voor om de gegarandeerde indexatie te verhogen als de inflatie hoger uitviel, met een maximum van 6 procent. Doen, dachten de direct betrokkenen. Technisch detail: de garantie werd voortaan niet meer gegeven door de verzekeraar, maar door werkgever ECN. De verzekeraar voerde alleen nog het nominale pensioen uit, de uitkering niet gecorrigeerd voor inflatie.

Doordat de verzekeraar niet meer gehouden was aan de garantie viel eenmalig een bedrag vrij: 48 miljoen gulden (22 miljoen euro). Dit stopte ECN in een apart depot dat voor tien jaar tegen 8,3 procent werd uitgeleend aan de verzekeraar van ECN, zodat alleen al de vruchten van dit vermogen voldoende waren om de gegarandeerde toeslag van 3 procent of meer te betalen. So far so good.

En toen kwam 28 november 2002 die brief binnen. Door „de sterk dalende aandelenkoersen” en „de structurele stijging van de levensverwachting” zou de jaarlijkse toeslag per 1 januari 2003 niet meer uitgekeerd worden. Dat moest een vergissing zijn, dachten Van Laar en de zijnen. Hoezo beurzen en vergrijzing, de indexatie is toch gewoon gegarandeerd vanuit het depot? Als er iemand moet piepen vanwege een beurskrach, dan is dat toch de verzekeraar, redeneerde de pensioencommissie van OMEN.

Maar die gedachte werd niet door ECN gedeeld. Sterker, het miljoenendepot van destijds bleek ook nog verdwenen. Er ontspon zich een strijd om informatie, met vertragingstactieken als onlosmakelijk onderdeel daarvan. Door de „processuele opstelling” van de gepensioneerden voelde ECN zich genoodzaakt „het verschaffen van gegevens te beperken”. Het contract tussen ECN en de verzekeraar over het depot? Dat wilde ECN niet geven. Wat zijn de adresgegevens van gepensioneerden? ECN weigerde die te verstrekken. OMEN had meermalen de rechter nodig om informatie boven tafel te krijgen.

Het onderzoeksinstituut schermde met een onafhankelijk „onderzoeksrapport” van huisaccountant Deloitte dat zou aantonen dat alles in de haak was met het opheffen van een garantiedepot. Maar verstrekking ervan achtte ECN niet in het belang van haar verdediging. Toen de rechter oordeelde dat dit onderzoeksrapport wel relevant was, moest advocaat Onno Blom melden dat dit „nimmer is opgesteld”. Aan de rechter werd medegedeeld dat het onderzoeksrapport „achteraf bezien niet bestaat”.

De pensioencommissie van OMEN groeide gaandeweg uit tot een geoliede machine. „De fysicus Wim Zijp was in het begin heel belangrijk in die commissie”, zegt Van Laar. Een aanjager, een vechter. De laatste jaren bestaat de commissie uit vijf vaste leden: twee academici, twee HBO-ingenieurs en een financieel specialist. Samen met advocaat Martin Rensen uit Alkmaar bereidden zij de zaken minutieus voor. Processtukken gaan frequent heen en weer waarbij ieder lid een eigen kleurtje heeft om op- en aanmerkingen toe te voegen. „Zonder internet was het ons nooit gelukt”, zegt Van Laar. „En advocaat Rensen nam onze inbreng heel serieus. Dat is altijd heel fijn geweest.”

Op 26 juli 2006 is het feest. De kantonrechter beslist dat ex-werknemers volgens de pensioenregeling onvoorwaardelijk recht hebben op hun indexatie over 2003 (en inmiddels 2004 en 2005). Het gaat om miljoenen. Over 2006 keert ECN vrijwillig op aanwijzing van de rechter de toeslag uit.

Maar het plezier is van korte duur. Al snel wordt de pensioenregeling opnieuw gewijzigd. Vanaf 2007 wordt de jaarlijkse toeslag voorwaardelijk in plaats van onvoorwaardelijk. Werknemers en gepensioneerden worden hier vooraf over geconsulteerd. „Maar dat was een boekenclubmethode”, zegt Van Laar. „Als je niet liet weten dat je dit niet wilde, werd dat gezien als dat je ermee instemde. Kan je dat verwachten van oudere gepensioneerden?”

Dus weer procederen tegen een organisatie die zegt dat het geld op is en waardoor de huidige ECN-medewerkers worden benadeeld. Advocaat Rogier Duk van De Brauw Blackstone voert de druk namens ECN nog eens verder op. Hij verwijt de gepensioneerden „grof geschut en groot geweld” omdat iedereen, volgens hem, toch weet dat de beurzen het slecht doen. Een argument dat volgens gepensioneerden irrelevant is.

Met de vakbond zijn er ook slechte ervaringen. Tussen 1990 en 2002 verdeelden de sociale partners achteraf bezien een potje dat voor garantie van de gepensioneerden was bedoeld. Ruim 2,2 miljoen was besteed aan premievrijstelling van de huidige werknemers, een kleine 12 miljoen euro aan premievrijstelling van de werkgever en 5 miljoen is toegevoegd aan de algemene middelen.

Volgens de rechter was dat niet in strijd met het reglement. Wel was het onrechtmatig dat de resterende 27 miljoen euro van het garantiedepot in een ander potje werd gestort. Van Laar: „Ik was meer dan veertig jaar lid van de AbvaKabo, wellicht een van de eerste academici die lid werden. Maar als gepensioneerde heb je niets aan je vakbond.” De invoering van het nieuwe reglement, waarbij onvoorwaardelijke garanties voorwaardelijk werden, geschiedde met volledige instemming van de vakbond.

Vorige week leek de strijd eindelijk te zijn beslecht in het voordeel van de gepensioneerden. Maar OMEN bereidt zich al voor op de volgende stap. Donderdag was er tactisch overleg met de advocaat. Wat als ECN in cassatie gaat bij de Hoge Raad? Hoe interpreteert ECN het arrest? Wat als ECN zich niet houdt aan de uitspraak van het hof, moeten zij dan een voorlopige voorziening aanhangig maken?

Soms kan ‘met pensioen gaan’ simpelweg hard werken betekenen voor je uitkering.