Syrië stuurt de PKK aan, denkt Turkije

In Ankara groeit de overtuiging dat militanten van de Koerdische PKK zich laten aansturen door Syrië. De PKK moet Assad helpen.

REFILE - ADDING NAME OF WIFE Fatma Betul Ozcan, the wife of Turkish army officer Bilal Ozcan salutes as her husband's flag-draped coffin is driven past during a funeral ceremony at a mosque in Istanbul October 21, 2011. The Turkish military said on Friday that air and ground operations against Kurdish militants, following an attack earlier this week that killed 24 soldiers, were concentrated on the Turkish side of the border with Iraq. REUTERS/Murad Sezer (TURKEY - Tags: POLITICS MILITARY RELIGION) REUTERS

Reddingswerkers in de Oost-Turkse provincie Van waren nog druk bezig met het zoeken naar (Koerdische) slachtoffers onder het puin van de zware aardbeving van 23 oktober, toen vlakbij Koerdische strijders een gepantserde wagen van het Turkse leger aanvielen. Vier gewonden. In dezelfde week blies een Koerdische vrouw zich op in een drukke winkelstraat in een stad niet ver van het rampgebied. Ze doodde een moeder van vier kinderen.

Bijna dertig jaar zegt de PKK te strijden voor zelfbestuur van de vijftien miljoen Koerden in Turkije, maar ook onder Koerden keert de publieke opinie zich nu fel tegen haar recente operaties. In Turkse regeringskringen groeit nu de overtuiging dat de militanten zich laten sturen door een speler die lak heeft aan de gevoelens in Turkije: Syrië.

In het openbaar blijven Turkse leiders voorlopig voorzichtig met directe beschuldigingen. In een vraaggesprek met de Financial Times gaf president Abdullah Gül deze week een subtiele waarschuwing aan zijn collega in Syrië: „Ik zou [Damascus] willen aanraden zich niet met zo’n gevaarlijk spel in te laten.”

Er zijn oude contacten. De gevangen leider van de PKK, Abdullah Öcalan, kon jarenlang ongestoord opereren vanuit Damascus, tot Turkije in 1998 dreigde met een militaire invasie en de vader van de huidige president Bashar al-Assad hem uitzette. Vanaf 2002 haalde de Turkse regering de banden aan met haar buren en schafte ze zelfs de visumplicht af. Maar nu Turkije zich steeds kritischer uitlaat over Assad en zijn bloedige onderdrukking van de opstand tegen zijn regime, heeft de PKK als instrument aan waarde gewonnen. „Turkije moet boeten voor zijn steun aan het Syrische verzet”, zegt buitenlandcommentator Kadri Gürsel.

Volgens veiligheidsanalist Hasan Özertem maken „Iraanse en Syrische Koerden nu 40 procent uit van het aantal strijders van de PKK”.

„Opvallend”, zegt hij, „is de opkomst van Fehman Huseyin binnen de rangen van de PKK. Hij is een alawitische Syriër, net als president Assad. Volgens onderschepte berichten geeft hij de opdracht om ook Turkse burgers te doden, wat ingaat tegen de officiële lijn van de PKK. Hij zegt: die verliezen doen er niet toe. Alleen ons doel telt.”

Sinds het begin van de opstand tegen zijn regime, in maart, speelt president Bashar Assad verdeel-en-heers met de Koerden in zijn land. Begin april liet hij de Koerdische leider Mohammed Saleh Mouslim terugkeren uit jarenlange ballingschap. Hij is de leider van de PYD, de Syrische versie van de PKK.

De Franse krant Le Figaro beschreef die terugkeer deze week als onderdeel van een groter spel, het spel om de overleving van Assad. De PYD heeft niets op met de Arabische Syrische oppositie, die niet erg geïnteresseerd lijkt in het lot van de Koerden in Syrië, en ziet achter die Syrische oppositie de hand van de sunnieten van de Moslimbroederschap.

President Assad voedt die tweespalt met zoethoudertjes voor de PYD. Recentelijk zijn er in het noorden van Syrië scholen geopend die onderwijzen in de Koerdische taal. Sinds enkele weken zijn Koerden ook begonnen met het organiseren van lokale verkiezingen voor burgercomités: een eerste stap richting hun droom van zelfbestuur.

Turkije en Syrië schuwen de directe confrontatie. Ankara is kritisch, maar heeft anders dan Europa en de VS nog niet opgeroepen tot het aftreden van Assad. Ook directe beschuldigingen van steun aan de PKK durft de Turkse regering niet te maken. „Op het moment dat je dat doet, moet je ook actie ondernemen”, zegt buitenlandcommentator Gürsel.

„Turkije is angstig. Syrië is angstig. Turkije is er niet zeker van dat de dagen van Assad geteld zijn, en heeft geen vrienden in de regio meer om op terug te vallen. Ooit hadden we een nul-problemen-beleid met de buurlanden. Nu hebben we veel problemen. En weinig oplossingen.”

    • Bram Vermeulen