Silvio's val is een triest einde van voetbalisme

SIMON: Wat een triest einde voor het voetbalisme.

DAVID: Voetbal-wat?

SIMON: Calcismo, de politieke filosofie van Silvio Berlusconi.

DAVID: Praten we over de man die zijn politieke partij eigenlijk Forza Gnocca – Hup Poesje – wilde noemen in plaats van Forza Italia?

SIMON: Dat zei hij omdat zijn focus is verschoven van voetbal naar seks. Maar Berlusconi dankte zijn macht niet aan gnocca, maar aan voetbal.

DAVID: Hij werd toch eerst bekend als tv-koning?

SIMON: Ja, maar hij werd eerst bewonderd als voorzitter van AC Milan.

DAVID: Die hij en zijn trouwe Hollanders indertijd tot beste voetbalclub ter wereld hadden gemaakt.

SIMON: Toen hij vervolgens de politiek inwilde, zeiden zijn adviseurs: ‘Silvio, we hebben een taal nodig die alle Italianen verenigt’. Oude woorden als ‘God’, ‘ideologie’ en zelfs ‘Italië’ verdeelden Italianen alleen maar.

DAVID: En dus noemde hij zijn partij naar een voetbalkreet?

SIMON: Voetbal was het enige dat bijna alle Italianen een warm gevoel gaf.

DAVID: Tsja, het Italiaanse voetbal was toen nog niet deprimerend.

SIMON: In 1993 geeft Berlusconi zijn beroemde speech waarin hij vertelt: ‘Italië zit in de soep, maar gelukkig ken ik de enige man die kan helpen’. Hij zegt: ‘Ik heb besloten het veld te betreden’. Later zegt hij ‘Italië als AC Milan te willen maken’. Hij wordt premier in mei 1994, de maand dat Milan de Champions-Leaguefinale met 4-0 wint tegen Barcelona van Cruijff.

DAVID: Waardoor hij over voetbal, media én land heerste.

SIMON: Hij maakte Italië tot een land waar Berlusconi-kiezers en Berlusconi-haters op de betaalzenders van Berlusconi keken naar overwinningen van het Berlusconi-team tegen teams die van subsidies van de regering-Berlusconi leefden. Na afloop konden ze de hoogtepunten zien op de door Berlusconi beïnvloede staatszender.

DAVID: Hoe bedoel je, de regering van Berlusconi subsidieerde de andere teams?

SIMON: Berlusconi schreef hun belastingsschulden af. Hij maakte het Italiaanse voetbal tot een soort genationaliseerde industrie. Nu zien we hoe het omkoopschandaal van het voetbal in 2006 als voorteken diende voor de bredere Italiaanse crisis: op het oog was alles mooi, maar het was allemaal fake.

DAVID: Je bent te hard voor Berlusconi. Als je enige doel is zo lang mogelijk premier te blijven hoe diep je land ook afzakt, dan is hij geslaagd. Vreemd dat politici elders zijn calcismo niet na-apen.

SIMON: Nou, een voetbalpartij zou in Engeland niet werken, omdat Engelsen niet van hun nationale elftal houden. Ze leven er alleen in een ongelukkige relatie mee. En in Duitsland kun je moeilijk een partij oprichten met politici die in nationale tricots ‘Duitsland, Duitsland’ scanderen. Maar ik ken één land waar het wel zou werken.

DAVID: Je hebt het toch niet over het thuishaven van het gezond verstand, Nederland?

SIMON: Waarom niet? Oranje is in Nederland nog groter dan de azzurri in Italië. Het inhakken op moslims gaat de kiezers inmiddels vervelen, maar een ‘Hup Holland’-partij zou goede zaken doen. Je kleedt je in Oranje, verzamelt wat heroïsche ex-spelers…

DAVID: Gelukkig dat Wilders, Fortuyn en Verdonk hier nooit op zijn gekomen.

SIMON: De koninklijke familie heeft wel het potentieel gezien. Stilletjes heeft het de twee Oranje-merken verstrengeld. In het contract van Maxima staat dat ze elke grote wedstrijd moet bijwonen. En weet je nog de receptie van Juliana voor het Oranje van 1974, waar Cruijff haar vertelde dat ze de belastingen moest verlagen?

DAVID: Als Oranje het EK wint, zou een Oranje-partij de verkiezingen kunnen winnen.

SIMON: Zeg dat niet! Een EK voor Nederland zou een ramp zijn. Kijk maar wat er gebeurd is met de winnaars van de laatste grote toernooien.

DAVID: Griekenland in 2004, Italië in 2006, dan Spanje. O god, ik zie het patroon!

SIMON: Daarom is iedereen hier in Parijs zo bang. Als de Fransen komende zomer winnen, zijn ze gedoemd.

Simon Kuper en David Winner