Pierre Vinken droomde van een eigen media-imperium

De status van Time Warner, Disney en News Corp haalde Reed Elsevier niet onder Pierre Vinken, die vorige week overleed. Maar via de ‘Piramide van Vinken’ wist de uitgever wel uit te groeien tot een digitale reus. Een bedrijfsgeschiedenis.

Op 2 april 1987, een donderdag met een waterig voorjaarszonnetje, heeft Pierre Vinken een visioen. Of eigenlijk: hij doet een voorspelling.

Bij de presentatie van de jaarcijfers over 1986 schetst de vorige week overleden topman van Elsevier een toekomstbeeld voor zijn industrie. „In de volgende eeuw zullen er nog maar tien tot vijftien heel grote uitgeefconcerns voorzien in de informatiebehoefte in de wereld.”

En daar zit Elsevier bij, luidt Vinkens boodschap. Zijn definitie van uitgevers is breed: van financiële informatiediensten als Dun & Bradstreet tot grote Amerikaanse tv-maatschappijen als CBS en ABC.

Al twee decennia eerder had hij, toen nog als praktiserend neuroloog, voorspeld dat de computer een belangrijke rol zou gaan spelen in de verspreiding van wetenschappelijke en professionele informatie. Op den duur zouden artsen, advocaten, bankiers, laboranten en hoogleraren nooit meer naar de bibliotheek hoeven om dikke klappers open te slaan om kennis te nemen van de laatste stand van zaken op hun vakgebied.

Nu, 24 jaar later, navigeren neurologen virtueel door de hersenen. Zoeken verzekeraars razendsnel op of een nieuwe klant bonafide is. Is voor advocaten een tablet net zo belangrijk als een toga. Allemaal dankzij Reed Elsevier dat in een kwart eeuw is uitgegroeid tot een brede leverancier van informatie en software. Niet zo breed als de grote multimediabedrijven die Vinken voor ogen had, maar nog steeds te breed voor sommige beleggers.

Dat bleek afgelopen zomer. Grote investeerders morren: Reed Elsevier levert hen te weinig op. Het concern moet zich opsplitsen.

Terug naar 1972. Als Vinken aan zijn tweede carrière begint – eerst als lid en later als voorzitter van de raad van bestuur van Elsevier – brengt hij in de praktijk wat hij al jaren denkt. Behalve investeren in de digitalisering van hoogwaardige informatie bouwt Vinken het Amsterdamse uitgeefbedrijf – na VNU dan nog de tweede van het land – uit tot een internationaal concern, te beginnen in het „centrum van de informatiewereld”, de VS. Hij bereikt dit vooral door een voortvarend acquisitiebeleid van kleine tot middelgrote concurrenten. Met scherp oog voor winstgevendheid. Alle dochters die minder dan 20 procent aan winstmarge halen gaan in de verkoop.

Na zijn voorspelling in 1987 schakelt Vinken een paar tandjes bij. Om tot die mondiale mediabedrijven te gaan behoren, streeft hij naar een of meerdere fusies met gelijkwaardige partners uit het Engelse taalgebied. Alleen zo zal Elsevier overleven.

Met een omzet van 1,6 miljard gulden (ruim 710 miljoen euro) behoort Elsevier op dat moment nog niet eens tot de top-30 in de wereld. Nummer 1 is CBS (omzet: omgerekend 14 miljard gulden), nummer 10 het Amerikaans Times Mirror: 6 miljard).

Aanvankelijk blijkt Vinkens ambitie maar lastig te verwezenlijken. Zijn ongevraagde bod in juni 1987 van bijna 1 miljard gulden op concurrent Kluwer (600 miljoen gulden omzet) sneeft. Kluwer wil niet en vlucht in de armen van branchegenoot Samson.

Er volgen meer blauwtjes. Nog in hetzelfde jaar mislukken fusiegesprekken met de Britse mediatycoon Robert Maxwell. „Actieve contacten” van begin 1988 met onder meer het Times Mirror en de Britse concerns United Newspapers en Reed International leiden tot niets. Alleen met Pearson, waar Rupert Murdoch grootaandeelhouder is, wordt korte tijd samengewerkt.

Pas na 1991 weet Vinkens overnamemachine een eerste grote slag te maken. Voor het recordbedrag van 1,5 miljard gulden koopt hij de wetenschappelijke uitgever Pergamon Press van Maxwell. In de zomer van 1992 lukt het Vinken de eerder afgeblazen gesprekken met Reed International succesvol te heropenen. Met de in oktober aangekondigde fusie komt hij een flinke stap richting zijn droom tot de grootste uitgevers ter wereld te behoren. Zeker als het fusieconcern in 1993 voor ruim 1,7 miljard gulden Lexis Nexis koopt.

Met deze Amerikaanse leverancier van elektronische informatiediensten verdubbelt het in één klap de omzet uit elektronische uitgaven naar 20 procent. Nu, in 2011, is dat ruim 60 procent. Lexis Nexis wordt hét merk van Reed Elsevier voor internetdiensten voor juristen, fiscalisten en verzekeraars.

Als Vinken bij de aandeelhoudersvergadering van 1995 wordt uitgezwaaid, laat hij zijn opvolgers een bedrijf na met een omzet van ruim 9,2 miljard gulden (4,2 miljard euro), bijna het achtvoudige van het niveau in 1979. Sinds dat eerste jaar als bestuursvoorzitter is Reed Elsevier op de beurs dertig maal meer waard geworden. Daarmee is Vinken in elk geval tijdelijk de top 10 van mondiale mediaconcerns binnen gestoomd.

Maar hoeveel (soorten) media zitten er in Reed Elsevier? Ook Reed is toch vooral een uitgever van bladen, boeken en financiële data. Heeft Vinken bij zijn ranglijst uit de jaren tachtig zich niet ook gespiegeld aan grote Amerikaanse televisienetwerken? Dat pad zijn ook Elsevier en Reed ingeslagen, met belangen in RTL 4 en BSkyB. Maar bij gebrek aan meer – Vinken wil minstens de helft van de aandelen – wordt die strategie na een paar jaar verlaten. Bij verkoop leveren deze tv-belangen nog wel 100 miljoen gulden boekwinst op.

Na Vinkens pensionering ontbrandt een machtsstrijd in de top. De Nederlanders van Elsevier en de Britten van Reed keren zich tegen elkaar. Niet Peter Davis, topman van Reed, wordt Vinkens opvolger, maar een collegiaal bestuur van twee Nederlanders en twee Britten wordt de baas. Het kwartet onder leiding van Herman Bruggink en Nigel Stapleton bestuurt Reed Elsevier tot 1999 wanneer een andere Davis (geen familie) bestuursvoorzitter wordt.

In de dertien jaar na Vinkens vertrek tot de kredietcrisis in 2008, volgt Reed Elsevier met succes diens strategie. Het concern stoot laag renderende onderdelen af en koopt ‘hoogwaardige’ bedrijven op. De activiteiten zijn vooral gerelateerd aan internet, databases of software. Het vurig gewenste huwelijk met Wolters Kluwer komt er wéér niet. De in 1997 aangekondigde verloving wordt een jaar later bruut ontbonden.

Zo wordt Reed Elsevier niet het grote en brede multimediaconcern dat Vinken in 1987 voor ogen had. Het bedrijf mist de brede basis die concerns als Time Warner, Disney en News Corp wel hebben. Reed Elsevier is niet langer actief in publieksbladen (behalve het vlaggenschip Elsevier), niet in tv, niet in film. Het bedrijf heeft zich omhoog gewerkt in wat de ‘Piramide van Vinken’ is gaan heten. Publieksmedia met lage marges bevinden zich onderin, daarboven staan de zakelijke publicaties met winstmarges van pakweg 20 procent en aan de top de (internationale) wetenschappelijke uitgaven met marges van 40 procent of meer.

Door de gehele piramide speelt de digitalisering van de media. Als muziekliefhebbers die hun lp’s inruilen voor cd’s, schakelen professionele klanten over van papier op pc. Voor Reed Elsevier betekent dat hogere marges want het concern hoeft minder papier te bedrukken en te distribueren. De tweede golf van digitalisering is de overgang naar intelligente informatiesystemen voor medici, juristen en accountants.

Vlak voor de kredietcrisis van 2008 stoot Reed Elsevier voorlopig voor de laatste keer een groot onderdeel af. In twee tranches verkoopt topman Crispin Davis zijn educatieve tak Harcourt, voor in totaal bijna 3,6 miljard euro. De schoolboekenmarkt is nog niet digitaal genoeg.

Na Harcourt wil Davis af van de vakbladen. Reed Business International (RBI) levert te weinig op, de bladenmarkt is gefragmenteerd en er zijn weinig raakvlakken met de sneller digitaliserende bedrijfsonderdelen. Bovendien leunt RBI zwaar op conjunctuurgevoelige advertenties.

Davis heeft al een bestemming voor de opbrengst: Choicepoint, een Amerikaanse dataleverancier voor verzekeraars. De aandeelhouders van Choicepoint gaan in 2008 akkoord met het bod van 2,8 miljard euro. Een dure overname, zeggen analisten later, maar deze tak is nu wel goed voor 23 procent van het bedrijfsresultaat. Probleem: Reed Business raakt het bedrijf maar lastig kwijt. Het Nederlandse zakenblad FEM bijvoorbeeld wordt opgeheven – niet verkocht.

De crisis is op zijn hoogtepunt. De kapitaalstroom van durfinvesteerders is opgedroogd. Zo sluit sir Crispin Davis in maart 2009 zijn loopbaan bij Reed Elsevier af, in mineur.

Zijn opvolger, buitenstaander Ian Smith begint onder een slecht gesternte. De Brit moet vlak na zijn aantreden bekendmaken dat Reed Elsevier dan maar nieuwe aandelen gaat uitgeven om Choicepoint te kopen. De zittende aandeelhouders zijn not amused; hun belang verwatert. Smith vertrekt na acht maanden. Reed Elsevier probeert de crisis snel te bezweren en benoemt Elsevier-baas Erik Engstrom tot bestuursvoorzitter.

De Zweed haalt de bezem door het concern. Hij reorganiseert Reed Business, benoemt nieuwe managers, en splitst Lexis Nexis in ‘legal’ en ‘risk management‘ (Choicepoint). Van november 2009 tot nu stijgt de beurskoers met 12,7 procent, terwijl de AEX 6,8 procent daalt. Reed Elsevier doet het ook beter dan zijn concurrenten, en komt de crisis relatief goed door dankzij langjarige contracten met wetenschappelijke klanten. Toch zijn beleggers zijn ontevreden.

In de zomer van dit jaar komt die onvrede aan de oppervlakte. De Financial Times citeert anonieme aandeelhouders: „Reed Elsevier presteert onder de verwachtingen. Het bedrijf blijft doelen missen en teleurstellen. Reed Elsevier heeft een goed portfolio dat zeer ondergewaardeerd worden.” De critici eisen het vertrek van financieel-directeur Mark Armour. Reed Elsevier meldt in oktober dat hij zal opstappen, maar ontkent te zijn gezwicht voor externe druk.

Het concern moet zich opsplitsen, vinden sommige analisten. Er zou weinig ‘synergie’ zijn en de som der delen is minder dan de losse onderdelen, aldus beursanalist Alex DeGroote van Panmure Gordon in Londen. „Reed Elsevier moet het voorbeeld volgen van McGraw-Hill.” De Amerikaanse uitgever splitste zich op na kritiek van hedgefonds Jana Partners, om zo de aandeelhouderswaarde te verhogen.

DeGroote vindt dat het concern in ieder geval vakbeursorganisator Reed Exhibitions moet afstoten. „Het heeft weinig raakvlakken met de wetenschappelijke en juridische divisies, maar is wel winstgevend.”

Verkopen? Geen denken aan, benadrukt topman Engstrom deze zomer. Reed Exhibitions noch Reed Business Information. Sterker, RBI wordt versterkt. Engstrom doet in september zijn grootste overname tot nu toe. Voor bijna 400 miljoen euro koopt hij de Amerikaanse dataleverancier Accuity.

Analist Maurits Heldring van ABN Amro is lovend over de digitaliseringsslag die Reed Elsevier in de afgelopen jaren heeft gemaakt, maar vindt wel dat het bedrijf niet telkens naar overnames moet grijpen om te groeien. „Daar houden beleggers niet van. Ze weten dat een bedrijf de hoofdprijs betaalt.” Reed Elsevier moet autonoom groeien, vindt hij. „Dat is lastig in de sectoren waarin de groep actief is. Het zijn volwassen, niet heel spannende markten.”

Ook zijn collega Michel Veul van SNS Securities prijst de manier waarop Reed Elsevier met name de wetenschappelijke uitgaven heeft gedigitaliseerd. Kritisch is hij over de juridische activiteiten in de VS. „Daar heeft het bedrijf stappen gemist en te weinig geïnvesteerd.” Reed Elsevier lanceert er binnenkort nieuwe ‘information solutions’ voor advocaten.

Analist Veul ziet vooral groeikansen in de medische sector. „De automatisering van de zorg staat nog in de kinderschoenen. Voor ziekenhuizen wordt het steeds belangrijker om te letten op de kosten. Software van Reed Elsevier kan daarbij helpen.”

Het Nederlands-Britse concern moet continu blijven investeren in nieuwe technologie, zeggen analisten. Onder meer in mobiele toepassingen. Alleen daarmee zorg het bedrijf ervoor dat klanten de toegevoegde waarde van Reed Elsevier blijven zien en niet genoegen nemen met gratis informatie van internet. In dat ongewenste scenario zijn niet Time Warner, Thomson Reuters en News Corp de grote concurrenten, maar Google.