Ook een A-label voor uw huis? Dat klopt misschien niet

Energielabels voor woningen kloppen vaak totaal niet. De overheid faalt, vinden deskundigen. En dat terwijl in gebouwen nog zoveel energie te besparen valt. Waarom gebeurt het dan niet? „Het label is een regelrechte mislukking.”

Deze maand publiceert de Inspectie voor de Volkshuisvesting de resultaten van zijn derde onderzoek naar het energielabel voor woningen. De eerdere twee onderzoeken doen weinig goeds vermoeden.

Het label geeft aan hoeveel energie een woning verbruikt – een A is de beste score, een G de slechtste. De inspectie testte vorig jaar dertig huizen met zo’n label. Bij een kwart bleken fouten gemaakt in de berekening. Dat leidde bij vijf woningen tot een verkeerd label. In vier van de vijf gevallen bleek dat te hoog. De woning leek dus zuiniger dan ze in werkelijkheid was.

Een jaar eerder, in 2009, was het nog erger. Toen controleerde de inspectie 120 woningen, en bleek ruim de helft van de labels niet te kloppen. Ook in dit geval waren veruit de meeste labels te hoog ingedeeld.

En dan te weten dat er sinds de invoering van het energielabel in 2008 in totaal 1,7 miljoen labels zijn uitgedeeld. Veruit de meeste – 91 procent – gingen naar huurwoningen in het bezit van woningcoöperaties. Wat zijn al die labels nog waard als er zoveel fouten mee zijn gemaakt?

Er is veel kritiek op het energielabel. Sommigen vinden de methodiek achter het label te ingewikkeld. Het lokt alleen maar extra bureaucratie uit. Anderen klagen dat het label niet verplichtend genoeg wordt opgelegd. Sommigen beweren zelfs dat de overheid de invoering van het label bewust vertraagt en tegenwerkt. Het zou mensen maar aanzetten tot besparende maatregelen in huis – isoleren, nieuwe cv-ketel kopen. Daar zou de staat niet op zitten te wachten, want zuiniger huizen betekent minder verkoop van het eigen aardgas. Minister Verhagen (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, CDA) schreef deze week nog aan de Tweede Kamer dat hij volgend jaar een recordbedrag van 14 miljard euro verwacht aan gasbaten.

„De overheid verkeert in een lastige spagaat”, zegt Claudia Umlauf, medewerker van Vereniging Eigen Huis. „Ze wil van Nederland de gasrotonde van Noordwest-Europa maken. Maar aan de andere kant moeten we fors energie besparen.”

Bouwfysicus Tom Haartsen gelooft niet dat de overheid energiebesparing bewust tegenwerkt. Wat hij wel vindt, is dat de rekenmethode achter het label veel te complex is gemaakt. Haartsen is vennoot van het Nijmeegse adviesbureau Climatic Design Consult. Hij is al twintig jaar nauw betrokken bij het opstellen van landelijke normen voor energiezuinige gebouwen.

Haartsen pakt er een boek bij. ‘NEN 7120’ staat voorop. In ruim vierhonderd pagina’s beschrijft het de rekenmethode om het energieverbruik van woningen en gebouwen te bepalen. „We hebben een onbeschrijflijke neiging in Nederland om eenvoudige dingen heel ingewikkeld te maken, en dicht te willen timmeren.”

Het huidige label schiet zijn doel voorbij, zegt Haartsen. Het enige wat het eigenlijk hoeft te doen, is mensen bewust maken van hun energieverbruik. Dat kan ook met een minder bewerkelijk label, zegt Haartsen. Het belangrijkste komt na die bewustwording: mensen moeten zich geroepen voelen besparende maatregelen te nemen.

Nog iemand die kritiek heeft, is oud-minister van Economische Zaken Jan Terlouw. De afgelopen vier jaar adviseerde hij de overheid over energiebesparing in woningen en kantoren, als voorzitter van een speciaal daarvoor in het leven geroepen werkgroep. Terlouw vindt dat de overheid veel te weinig doet om het energieverbruik in woningen en kantoren terug te dringen. Terwijl er zoveel te halen valt.

Veel mensen zullen het zich niet realiseren, zegt Terlouw, maar gebouwen stoten 40 procent van alle CO2 in Nederland uit – daarbij is inbegrepen de CO2 die elektriciteitscentrales uitstoten om de stroom voor huishoudens op te wekken. Dat grote aandeel geeft reden genoeg om de uitstoot, dus het energieverbruik, naar beneden te brengen. Bovendien zijn er weinig maatregelen die zich zo snel terugverdienen als het beter isoleren van gebouwen. „Waarom gebeurt het dan zo weinig”, vraagt Terlouw zich af.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat tegenwoordig de woningsector onder zijn hoede heeft, pareert de kritiek. Een woordvoerder laat weten dat er de afgelopen jaren honderden miljoenen euro’s aan subsidie beschikbaar zijn gesteld voor zonnepanelen, voor isolatie, voor zuinige cv-ketels.

Afgelopen juli kondigde minister Donner (CDA) nog aan dat hij 2,5 miljoen euro subsidie beschikbaar stelt voor een proefproject dat notabene door de werkgroep van Terlouw is voorgesteld. Daarbij worden huizen per woonblok flink energiezuiniger gemaakt.

Maar Terlouw vindt de aanpak van subsidies te kleinschalig, en te grillig. „Het zijn tijdelijke maatregelen, en ze zijn snel uitgeput”, zegt hij. De doelstelling van het vorige kabinet om 500.000 woningen energiezuiniger te maken, is bij lange na niet gehaald.

Intussen warmt het klimaat op, en wordt Nederland voor olie en gas langzaam afhankelijker van Rusland en het Midden-Oosten. Juist deze opdoemende problemen waren voor Brussel in 2002 aanleiding om een richtlijn op te stellen voor energiebesparing in gebouwen.

Lidstaten zouden deze EPBD-richtlijn uiterlijk 4 januari 2006 moeten invoeren. Maar Nederland stelde het uit, zegt Luc Werring nog steeds geïrriteerd. Hij werkte jarenlang voor de Europese Commissie en was als hoofd van de afdeling energie-efficiëntie destijds verantwoordelijk voor het opstellen van deze richtlijn. Tegenwoordig is hij consultant, en deeltijds verbonden aan het Clingendael Instituut.

Nederland werd op de vingers getikt en voerde in 2008 de richtlijn alsnog in. Maar dat gebeurde „halfslachtig”, zegt Werring. Er kwam weliswaar een verplichting om bij woningverkoop een energielabel te laten opstellen, maar er werden geen sancties aan gekoppeld als het niet gebeurde.

Daardoor is de richtlijn in de praktijk uitgelopen op een regelrechte mislukking, zegt Werring. Dat blijkt ook uit de cijfers. In Nederland zijn er vijf miljoen particuliere woningen, waar enorm veel te besparen valt. Tot op heden hebben er pas 68.000 een label, zo blijkt uit een brief die minister Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) eind vorig jaar aan de Tweede Kamer stuurde. Huisverkopers houden zich niet aan de richtlijn, want er zit toch geen boete aan vast.

Brussel is inmiddels met een herziening van de richtlijn gekomen. Lidstaten worden verplicht per 2013 sancties te treffen, als er bij de verkoop van een huis geen energielabel wordt overhandigd. Minister Donner wil zo’n sanctie vanaf medio volgend jaar laten ingaan. Als bij de overdracht van de woning geen energielabel wordt overhandigd, mag de notaris de woning niet in het Kadaster opnemen. Donner stuurt de Tweede Kamer er nog dit jaar een wetsvoorstel over.

De Vereniging Eigen Huis is fel tegen het voorstel van Donner. Medewerker Claudia Umlauf noemt het „buitenproportioneel” voor een instrument dat alleen maar bedoeld is om mensen bewust te maken. De vereniging pleit voor de invoering van een versimpeld en goedkoop label, een zogeheten basislabel.

Ook bouwfysicus Haartsen vindt de maatregel van Donner zwaar. Hij legt zoveel nadruk op het al dan niet hebben van een label. Alsof daar alles om draait. Veel belangrijker is de vervolgstap, het stimuleren van besparende maatregelen. Maar daar hoort hij Donner niet over.

Eerder dit jaar schreef Donner dat hij subsidies voor energiebesparing afbouwt. „De uitdaging ligt nu bij marktpartijen om met creatieve oplossingen en nieuwe concepten de markt een stap verder te brengen.”

Terlouw heeft zo’n groots plan. Hij zou graag zien dat huiseigenaren bij de verkoop van hun woning niet alleen een energielabel moeten laten opstellen. Ze zouden ook verplicht moeten worden het huis zodanig op te knappen dat het, zeg, twee niveaus op het energielabel stijgt.

Mensen die daarvoor het geld niet hebben, moeten dat kunnen lenen, bepleit Terlouw. De overheid zou hiervoor, samen met bijvoorbeeld banken en pensioenfondsen, een speciaal fonds kunnen opzetten. Mensen betalen de lening, met een beperkte rente, terug in de daaropvolgende jaren. Bijvoorbeeld via een opslag op de energierekening – die door de besparende maatregelen een stuk lager is geworden.

Terlouw beseft dat zo’n plan politiek moeilijk ligt. De eigen woning is, net als de auto, heilig. Zeker bij de VVD. Die wil niet te veel verplichtingen voor de huisbezitter. Maar aan de andere kant, zegt Terlouw, zou zo’n groot renovatieprogramma wel voor veel werkgelegenheid zorgen in de bouw. „Er is geen sector waar de werkloosheid nu zo groot is.”

En hoe zit het nu met die 1,7 miljoen labels die sinds 2008 zijn afgegeven? Worden die vernietigd, nu uit onderzoek van de Inspectie voor de Volkshuisvesting blijkt dat veel labels niet kloppen?

Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken laat weten dat ze geldig blijven. Huiseigenaren kunnen hun label aanpassen via de website www.energielabelsupplement.nl. Dat is gratis. Een label blijft tien jaar geldig.