No worries in Drenthe

De provincie Drenthe wil de stadsbewoner verleiden. ‘Meppel is het nieuwe Assen.’

Nederland - Gasteren - Drenthe -09-09-2011 Door de vele regen is het Gasterense Diep ineens een natuurlijk watergebied geworden. Voor de ooievaars uit de omgeving ineens een nieuwe omgeving, voor de passanten een moois shouwspel. Foto: Sake Elzinga

Het is duidelijk dat alle uithoeken van ons land op aandacht uit zijn. De wervingsleus van Groningen luidt: ‘Er gaat niets boven Groningen’. Zuid-Limburg noemt zich de ‘Bright Side of Life’, Zeeland heeft een eigen glossy en Drenthe vindt dat de provincie iets ‘met je doet’.

Deze provincies willen niet zozeer meer toeristen, maar vooral meer inwoners. Waarom zitten we toch met z’n allen op een kluitje in de Randstad terwijl je in Drenthe – volgens hun slogan – „het geluid van een beekje kunt horen, in plaats van het toilet van je buren”? Door internet en andere moderne communicatiemiddelen is de mens minder gebonden aan een vaste stek, dus waarom niet verhuizen naar een lel van een boerderij met een flinke lap grond die minder kost dan een balkonloos appartementje in de binnenstad van een metropool?

Zoef zoef. Met ingedrukt gaspedaal scheurt de Drentse makelaar in zijn opgevoerde BMW door het landschap. „Je kunt hier tenminste nog vaart maken”, roept hij enthousiast terwijl hij links een huis aanwijst („vier slaapkamers, tweehonderd vierkante meter, halve hectare tuin, vier ton”), dan weer een rechts („drieëneenhalve ton inclusief garage voor twee auto’s met carport”) en zo verder en zo voort. Ietwat draaierig word ik her en der naar binnen geloodst en welkom geheten en tref ik schitterende interieurs aan, eigentijds verbouwd, met lampen van Marcel Wanders, kookeilanden, hete luchtovens en badkamers met regendouches. Inderdaad indrukwekkend. „Had je niet gedacht hè, stadsjongen?”

Ruim honderdduizend mensen maken in ons land jaarlijks de overstap van stad naar platteland. Maar een groter aantal legt het traject in omgekeerde richting af. En dat zijn nou net de jongeren die de provincies willen aantrekken om het er levendig en leefbaar te houden. „Ik werk hier veel rustiger en geconcentreerder dan in de stad”, vertelt Saskia Dingelstad, design consultant. Ze schuift aan in het restaurant van kasteelhotel De Havixhorst. „Als ik in de trein zit op weg naar huis voel ik de ratrace van me afglijden.” Ze is hier zo tot rust gekomen dat ze is gaan schilderen. En een geit in de tuin heeft staan.

Op de menukaart van De Havixhorst staan culinaire, ambachtelijk bereide streekproducten: Panhofvarken, plaatselijke eend, een op 62 graden gegaarde ossentong. De provincie Limburg mag veel sterrenrestaurants heben, dit Drentse hotel-restaurant doet nauwelijks voor dat niveau onder.

Smaakmaker

Een van de smaakmakers van Drenthe is architect Arnoud Olie. „Arnoud speelt een hoofdrol in de landelijke commercial van Drenthe”, vertelt een medewerker van de architect trots. De vergaderkamer van zijn architectenbureau B+O is ruim en licht en stil. Dat verandert als Olie binnenkomt. Een wervelwind van enthousiasme.

In 2007 kocht hij deze oude gasfabriek in het centrum van Meppel en verbouwde dit tot bureau, en tevens tot kennis- en cultuurfabriek met plaats voor jonge bedrijven uit de creatieve sector. Een theater en een grand café staan in de planning. Het blijkt een grote trekker te zijn voor talenten uit het hele land, „een talentenmagneet” zoals Arnoud het noemt.

Zijn nieuwste woonproject omvat 120 woningen in Vledder en valt op door een bijzondere verkaveling. De bouwkavels voor de vrijstaande huizen liggen op een betonnen plateau dat één trede hoger ligt dan het maaiveld, bedoeld als een soort psychologische privacygrens. Niet gehinderd door tuinhekken of andere erfscheidingen blijft de weidsheid van het natuurgebied zicht- en voelbaar. „De Drentse (turf)grond is onze kracht hier; die moet je niet verhokken”, zegt hij alvorens hij buiten aanwijst welke aanpalende gebouwen hij onlangs heeft aangekocht.„Meppel wordt het nieuwe Assen.”

Over dat Assen zijn de Drentenaren niet onverdeeld enthousiast. Beetje saai. Voor het echte stadse leven moet je toch naar Groningen, zegt menigeen.

Misschien dat de opening woensdag van het vernieuwde Drentse Museum daar verandering in brengt. Er is tweeduizend vierkante meter ondergrondse expositieruimte bijgekomen, de entree, winkel en het restaurant zijn nieuw en het oorspronkelijke oude Koetshuis oogt nu miraculeus zwevend nadat het een meter is opgetild en is neergezet op een glazen plint waar het licht doorheen schijnt. Architect Erick van Egeraat is hiermee de Hans Klok onder de architecten geworden.

De tendens is nu dat ’s lands verste gebieden meer aandacht krijgen dan die eeuwige randstad. Vandaar ook de steun van de Europese Unie voor het Drentse Proefleven project waarbij mensen een weekendje kunnen komen proefwonen in een modelwoning om te zien of het landelijke leven hier genoeg bevalt om erheen te verhuizen. Honderden gezinnen maken daar gebruik van en sommigen maken inderdaad de overstap. Zoals Sonja en Marcel in Dalen („No worries”), Marja en Rik in Roden („We zijn zo in Amsterdam”) en Hanneke en Martin in Gees („We ontspannen door de gemoedelijkheid hier”).

„En volgend jaar wordt Drenthe helemaal ontsloten voor de rest van de wereld”, vertelt Drenthefan Bianca Nagengast enthousiast. Dan breidt Airport Groningen Eelde (Bianca: „Dat ondanks de naam toch echt in de provincie Drenthe ligt!”) uit waardoor ook grotere vliegtuigen hier kunnen landen. Misschien dat de wereldberoemde dj Don Diablo (een Drentenaar) dan ook wat vaker langskomt. Wellicht zelfs een avondje komt optreden. Al zal het Edelweiss Trio („Het beste wat Tirol op muziekgebied heeft voortgebracht”, volgens een promotiefolder) niet blij zijn met die concurrentie, want zij zijn nu nog onbetwist de grote publiekstrekkers bij de Donders Gezellige Feesten op het Marktplein in Klazienaveen.

    • Ivo Weyel