Kleurloos of rood, in elke situatie blijft de inktvis onopvallend

Inktvisjes uit de diepzee beschikken over de perfecte onzichtbaarheidsmantel voor alle omstandigheden. Naar believen zijn ze transparant of roodbruin, afhankelijk van de lichtomstandigheden van het moment. Dat ontdekten Amerikaanse biologen van Duke University tijdens experimenten aan boord van het onderzoeksschip Sonne in de Peru-Chilitrog en tijdens een tweede expeditie aan boord van The Horizon in de Golf van Californië (Current Biology, 10 november).

Zeedieren die in de diepzee leven op dieptes waar nog een beetje zonlicht kan doordringen zijn meestal doorzichtig. De transparantie maakt hen onzichtbaar voor jagers als diepzeebijlvissen die van onderaf hun prooi als een zwarte vlek detecteren tegen het vage blauwe schijnsel van het daglicht aan de oppervlakte. Dieren die dieper leven, waar het altijd pikkedonker is, zijn daarentegen meestal donkerrood of zwart van kleur. Dat geeft de grootste kans om niet door roofdieren als de lantaarnvis ontdekt te worden, want zwart reflecteert het licht niet, en rood licht kunnen veel diepzeevissen niet waarnemen.

Het acht centimeter grote inktvisje Japetella heathi, dat als jong dier op een diepte van 400 tot 700 meter leeft, wordt als volwassen dier vaak aangetroffen op dieptes groter dan 800 meter. Het dier blijkt zijn camouflage te kunnen aanpassen aan de omstandigheden.

Wanneer de onderzoekers in een normaal verlichte laboratoriumruimte aan boord van het schip vers gevangen kleurloze inktvisjes van deze soort beschenen met een bundel rood licht gebeurde er niets. Maar wanneer zij datzelfde deden met blauw licht reageerde het dier binnen enkele seconden door roodbruin van kleur te verschieten en zijn kop en tentakels in de mantel terug te trekken. Bij iedere volgende blauwe lichtpuls kleurde het dier nog donkerder, tot een bepaalde grens, waarna het dier weer langzaam ontkleurde.

De biologen deden dezelfde experimenten met de veertien centimeter grote diepzeeinktvis Onychoteuthis banksii. Ook deze reageerde niet op rood, maar wel op blauw licht, met donkere pigmentvlekken. Bij herhaalde blauwe pulsen bleef deze soort donker. Bij beide soorten trad de verkleuring ook op als ze werden aangeraakt met een stompe naald.

Tijdens de tweede expeditie in de Golf van Californië ontdekten de onderzoekers dat transparante dieren twee keer zoveel licht reflecteerden dan wanneer ze hun donkere vorm hadden aangenomen. In het zwakke blauwachtige schijnsel van de lantaarnvis kan dat voor de inktvisjes net het verschil uitmaken tussen wel en niet worden opgegeten.

Sander Voormolen