'ING deed bod van 5 miljard op ABN'

Bank en verzekeraar ING kreeg in 2008 toestemming van de Europese Commissie om zonder concessies ABN Amro over te nemen. ING had circa 5 miljard euro over voor de toenmalige Fortis-dochter.

Dit zei voormalig topambtenaar Bernard ter Haar gisteren voor de parlementaire enquête Financiële Stelsel door Commissie-De Wit. Hij stond drie jaar geleden aan het hoofd van de Nederlandse delegatie rond de Fortis-crisis die leidde tot de nationalisatie van de Nederlandse onderdelen van ABN Amro en Fortis. Het groene licht van Brussel is opmerkelijk omdat ABN Amro, nadat het voor 16,8 miljard euro in handen van de overheid viel, dochter HBU moest afstoten. Staatssecretaris Weekers (Financiën, VVD) noemde die beslissing donderdag nog „onbestaanbaar”.

Ter Haar verdedigde gisteren de beslissing om de Nederlandse onderdelen voor 16,8 miljard te nationaliseren. „We hebben naar eer en geweten gemeend dat het een aanvaardbare prijs was”, zei hij. Afgelopen week hadden sommige getuigen verklaard dat Nederland te veel had betaald. „Maar het doel van deze exercitie was stabiliteit van het financiële systeem. Dat beïnvloedde de prijs.” Uiteindelijk had de bank extra kapitaal nodig en liep de teller op tot 30 miljard.

Verhaar ging niet mee in de kritiek van Rabobank-topman Bert Bruggink die gisteren beweerde dat toezichthouder De Nederlandsche Bank veel te laat op het debacle van Fortis – dat zich verslikte in ABN Amro – had gereageerd. „Bruggink had geen goed beeld van wat de toezichthouder allemaal deed en niet deed.”

De topambtenaar reageerde op de kritiek van voormalig Fortis-topman Lex Kloosterman die vond dat zijn bank meer tijd had moeten krijgen, nadat de Benelux-landen in een eerste reddingspoging een belang hadden genomen. „Een lekke band is geen bank. Er stroomde op maandag en dinsdag [na het eerste reddingsweekeinde september 2008] telkens 10 miljard euro weg. Dat kan geen weken duren.”

Ter Haar vertelde hoe slecht de verhoudingen waren tussen de Nederlandse en Belgische delegaties. „Heel warm was die verhouding niet, voor zover die al bestond.” Zo lukte het Ter Haar, de een na hoogste ambtenaar van minister Bos, niet om in de aanloop naar de nationalisatie zijn evenknie bij het Belgische ministerie aan de lijn te krijgen. „Toen heb ik gezegd dat hij mij maar moest bellen als hij daar behoefte aan had.”