'Ik ben fanatiek, maar niet meer verbeten'

Jaap van Zweden (50) werd deze week door belangrijke Amerikaanse critici verkozen tot Conductor of the Year. De prijs valt samen met zijn afscheid als chef van het Radio Filharmonisch Orkest.

Amsterdam, 06-03-07. Jaap van Zweden dirigeert de opera "Madama Butterfly" bij de Nederlandse Opera. Foto Leo van Velzen NrcHb.

Ze wonen er net. Na jaren in Blaricum is Jaap van Zweden deze maand met zijn gezin verhuisd naar Amsterdam-Zuid.

De stap markeert een mijlpaal in Van Zwedens loopbaan als dirigent. Zaterdag neemt hij afscheid als chef-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest. Voor het eerst heeft hij geen Nederlandse basis meer. „En dat voelt eigenlijk wel oké”, zegt hij. „Elke grote verandering gaat gepaard met de mogelijkheid van spijt. Maar ik maak me daar geen zorgen over. Ik blijf hier toch regelmatig dirigeren? En het is ook leuk dat Amsterdam nu staat voor vrij zijn. Lekker thuis. Studeren. Of uitgaan met mijn vrouw Aaltje. Naar het theater of – wie weet – het Concertgebouw.”

Oorspronkelijk zou Van Zweden tot 2015 verbonden blijven aan het Radio Filharmonisch Orkest. Dat zijn afscheid nu eerder komt, hangt vooral samen met zijn wens meer beschikbaar te zijn voor gastdirecties. Intern waren er bij het Muziekcentrum van de Omroep ook wel „dingetjes” die hem stoorden, maar doorslaggevender was die avond dat „de Berliners belden”. „Ik lag in bed in Chicago, was daar net succesvol ingesprongen en nu moest ik nee zeggen tegen de Berliner Philharmoniker omdat ik in Hilversum verplichtingen had.” Dat stak. En de Berliner Philharmoniker klopte nog een keer vergeefs aan. Een cyclus van Mozarts Da Ponte-opera’s in Houston – idem dito. „Ik wilde meer vrijheid om in zulke gevallen ja te kunnen zeggen. En die fase begint nu.”

Van Zwedens carrièrepad als dirigent was vanaf het begin steil. In 1995 verruilde hij de eerste lessenaar bij het Concertgebouworkest voor de bok, het jaar daarop al werd hij chef-dirigent van het Orkest van het Oosten en in 2000 van het Residentie Orkest. Met zijn benoeming tot chef-dirigent van het Dallas Symphony Orchestra verschoof in 2008 de focus naar de VS, waar hij inmiddels debuteerde bij alle toonaangevende orkesten; Chicago, Boston, New York, Philadelphia, Los Angeles. „Maar vlak Europa niet uit!”, zegt hij. „Ik heb net het London Philharmonic gedirigeerd. Geweldig orkest, toprelatie.”

Hij grinnikt. „Mijn band met het BBC Philharmonic heb ik al jaren geleden helaas verspeeld. De fluitist speelde keer op keer zijn solo vals. Na zes keer vroeg ik of het nu dan misschien een keertje zuiver mocht. Dat werd niet zo gewaardeerd.”

Hij zou het nu anders formuleren. „Ik ben niet minder fanatiek geworden, maar ik heb wel geleerd dat het beter is dingen te zeggen met een glimlach. Het verbetene is er af bij me. Als het niet goed gaat, vat ik dat niet langer persoonlijk op.”

Zijn orkest in Dallas koestert hem. Sowieso: Van Zweden is uitermate succesvol in de VS, waar een vakjury van critici hem deze week verkoos tot ‘Conductor of the Year’, in navolging van Haitink, Bernstein, Muti enRattle. „Vooral dat rijtje maakt de prijs eervol”, zegt hij. Gevraagd worden door orkesten is leuk, maar terugkomen is leuker. Hij somt ze op: drie weken Chicago dit jaar, twee weken Philadelphia, twee weken Boston, enzovoorts. „De non-verbale relatie met die orkesten wordt dan elke keer beter. Bij mijn eigen orkest in Dallas ben ik nu toe aan de fase van consolidatie en fijnslijperij. Dat is echt een groot plezier.”

Maar dat alles in Amerika beter is – nee, dat toch niet. „Steeds weer hoor ik hier: kijk naar Amerika. Daar kun je zien hoe orkesten zonder subsidie overleven. En dáár zeggen ze: ah….. hadden we het maar zo geregeld als in Europa. Allebei is onzin. Orkesten kunnen, ook hier, best meer geld uit de markt halen. Maar geef ze daar dan vijf jaar voor. Voer zo’n maatregel niet zo rigoureus door, om als regering snel te scoren. Uiteindelijk is een combinatie van subsidie en eigen geld het beste: een mix van de situatie hier en in de VS. Wat ik in Dallas waardeer is de verankering van het orkest in de stad. Mensen voelen zich betrokken, nemen verantwoordelijkheid. Het is echt ‘hun’ orkest.”

Van Zwedens vertrek uit Hilversum valt samen met ferme bezuinigingen aldaar (zie inzet), maar zijn beslissing daartoe dateert al van voor het kabinetsbesluit. „Heel ongelukkig”, vindt hij dat. „Er zijn vijf jaar geleden al 85 musici ontslagen toen het Radio Symfonie Orkest werd opgeheven. Als ik geweten had dat dit er nog achteraan kwam, was ik langer aangebleven om mee te vechten.”

Hij zucht: „En dan zul je zien dat een toonaangevende radioserie als de ZaterdagMatinee straks wordt ‘volgespeeld’ met andere orkesten, die – in de oude en nieuwe muziek bijvoorbeeld – minder zijn.”

Van Zweden blijft wel als honorair gastdirigent verbonden aan het RFO. „Met de musici ben ik nooit klaar, ik kom met liefde terug.” Dolgraag zou hij in Hilversum ook zijn succesvolle reeks concertante Wagner-opera’s afmaken. „De Ring, oh ja, maar daarvan snap ik ook wel dat het op dit moment een te duur en ambitieus project is. Maar Tristan und Isolde kan voorlopig ook niet. Dat is dan wel weer jammer.”

Op zijn afscheid vanmiddag leidt hij Janaceks Glagolitische Mis en het Vioolconcert van Higdon met Hilary Hahn als soliste. Heimwee naar de viool? „Nee, zoals Hahn zou ik het toch niet kunnen – zij is nu de allerbeste.” Hij lacht even. „Maar het valt nog mee! Vorige week heb ik wat voorgespeeld aan Alex Kerr, ooit mijn opvolger als concertmeester bij het Concertgebouworkest en nu onze nieuwe concertmeester in Dallas. Mijn techniek viel me nog alles mee, Alex was er ook verbaasd over. Blijkbaar is er ook veel dat je níét verleert. Maar ik blijf toch bij het dirigeren.”

ZaterdagMatinee, 14.15 uur Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 14.15 u (live).