Historisch besef

De Audi A7 vult de lacune in het Audi-programma tussen de A6 en de A8 perfect op. Een beetje van de één, een beetje van de ander.

fotografie: Lars van den Brink onderwerp: Audi A7 gefotografeerd bij van den Udenhout, Den Bosch. Op de foto Dylan Hoogendoorn, accountmanager

Bij elke aflevering van deze rubriek zit een kadertje met ‘voor hetzelfde geld’. Dat is ook nu weer het geval, maar het viel niet mee om vier concurrenten te vinden voor de Audi A7. De grote vierdeurscoupé heeft eigenlijk maar één echte concurrent. Dat is de auto waarop hij het antwoord is: de Mercedes-Benz CLS.

Rond 2004 deed in de autowereld het fenomeen ‘nichemarketing’ zijn intrede. Er werden auto’s geïntroduceerd die hun eigen marktsegment creëerden. Mercedes bedacht de vierdeurscoupé: op het onderstel van een E-klasse (oneerbiedig gezegd ‘de taxi’) werd een vlot gelijnde carrosserie met zowel voor- als achterportieren en een schuin aflopende achterkant getekend, wat een wonderschone vierwieler opleverde. Mercedes had er vrij lang het rijk alleen mee. BMW kwam niet echt met een antwoord (zowel de X6 als de 5 GT heeft geen echte coupélijn) en Audi bedacht pas vorig jaar dat er wel een gaatje gaapte tussen de grotere sedans A6 en de A8.

En dus kwam de A7 Sportback op de markt, een grotere broer van de A5 met net wat meer status en stijl. En een pittiger prijskaartje, want sinds Audi officieel is toegetreden tot het premium segment zijn de prijzen flink toegenomen. De testauto kost in aanleg ruim 73 mille. Van de 43 pagina’s in het prijsboekwerk is echter de helft bestemd voor het hoofdstuk ‘meeruitvoeringen’ en dan weet je het wel. Een Pro Line plus-pakket, andere wielen, metallic lak en een sportonderstel doen de prijs moeiteloos stijgen naar 95 mille. En dan komt opeens een Porsche Panamera Diesel (102 mille) in beeld als mogelijke opponent.

Hoe het ook zij, de Audi A7 is een plaatje van een auto. Hij werd getekend door de Italiaan Walter de’Silva, die aanvankelijk Alfa Romeo’s ontwierp, toen naar Seat overstapte en inmiddels ook Audi’s en Lamborghini’s ontwerpt. Historisch besef mag De’Silva niet worden ontzegd, want de A7 doet onmiskenbaar denken aan de Coupé S op basis van de Audi 100 uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Die had weliswaar twee deuren, maar de vormgeving van de achterlichten en de overhang van de achterklep zijn goed getroffen. Die achterklep zwaait enorm hoog open, waardoor de 535 liter grote bagageruimte optimaal toegankelijk is. Aan de bumperzijde is de bagageruimte overigens minder hoog. Daar passen geen grote koffers of tassen.

Verslavend

De 3,0 liter turbodiesel is, zo meldt Audi, nieuw ontwikkeld voor de A7 en is eigenlijk de fijnste motor om te kiezen. Er is weliswaar een 3,0 liter TFSI (benzine)-motor van 300 pk, maar die heeft niet dat verslavende dieselkoppel van maar liefst 500 Nm. De maximale trekkracht is al bij 1.500 toeren beschikbaar en dat bezorgt de bijna 1.900 kilo zware Audi een bijzonder levendig karakter. Hij accelereert in 6,5 seconden naar de 100 km/uur en blijft ook in hogere snelheidsregionen doorgaan alsof het allemaal geen moeite kost. Bij dat soort escapades bewijst de zeventraps S-tronic automaat met dubbele koppeling zijn diensten; schakelen zonder dat je het merkt.

Jammer dat de start/stop-automaat zijn momenten om af te slaan soms wat ongelukkig kiest. Met name als je bijna tot stilstand bent gekomen en het (stads- of file)verkeer weer gaat rollen, kan dat zorgen voor een hapering in het verder zo prima samenspel van motor en transmissie.

De brandstofmeter is vormgegeven als een reeks lampjes die één voor één doven. Best mooi hoor, maar het sterft een beetje in schoonheid. Een wijzerplaat met een naald erop is toch duidelijker. Maar het zijn slechts details, die in de A7 tegenvallen. Er staat gewoon een bijzonder degelijke, mooi gelijnde auto die, hoewel technisch gebaseerd op de A6, qua uitstraling en uitrusting meer doet denken aan de grotere A8.

    • Guus Peters