Het verhaal van slachtoffer Eduard: naar bed op pakjesavond

Misdienaar Eduard werd jaren misbruikt door kapelaan Sjef S. Het bisdom Roermond maakte dit jaar excuus.

Misschien is het nog wel het minst erge wat hem als kind overkwam. Dat hij in het pleeggezin op pakjesavond naar bed moest terwijl de andere kinderen van het gezin begonnen met het uitpakken van hun cadeaus.

Eduard, inmiddels 62 jaar, had een miserabele jeugd. Zijn vader kende hij niet en zijn moeder nam hem, twee jaar oud, in 1951 vanuit Hilversum mee naar Valkenburg in Zuid-Limburg. Ze was serveerster en besteedde Eduard uit aan pleeggezinnen. Wat zich in die gezinnen afspeelde, daar denkt Eduard nog vaak aan terug. Maar die herinneringen worden overschaduwd door het trauma dat hij opliep als misdienaar.

In Valkenburg misbruikte kapelaan Sjef S. van de Sint Joseph-kerk hem vier jaar lang, van 1959 tot en met 1962. Hij moest regelmatig naar de kapelaanswoning aan de Bosstraat komen. De eerste keer was hij gelokt met het verhaal dat hij een houten kruisje zou krijgen. Aanvankelijk moest hij de kapelaan betasten, later bevredigen.

Nadat het misbruikschandaal in de katholieke kerk begin vorig jaar opdook in de media, sliep Eduard niet goed meer. De kapelaan spookte door zijn hoofd. Hij kreeg een burn-out, werd ontslagen en leeft sindsdien van een uitkering. Opnieuw was hij het kwetsbare jongetje. Hij zocht hulp van een therapeut en diende een klacht in bij de klachtencommissie die het seksueel misbruik in de Kerk onderzoekt.

Twee dagen geleden stond Eduard voor de klachtencommissie van de nieuwe, onafhankelijke stichting Beheer & Toezicht inzake Seksueel Misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk. Die vervangt sinds deze maand de klachtencommissie van de kerkelijke instelling Hulp en Recht. De onafhankelijke klachtenafhandeling volgde na advies van de commissie-Deetman.

Tijdens en ook al vóór de zitting van de klachtencommissie betoonde het bisdom Roermond grote spijt voor wat er gebeurd is. Niet eerder reageerde een bisdom in Nederland zo schuldbewust op een concrete zaak. In andere zaken zijn veel kerkelijke organisaties juist terughoudend en zelfs afwijzend.

Het bisdom Roermond lijkt in de zaak van Eduard een nieuwe koers uit te zetten. In april dit jaar kreeg Eduard een brief van vicaris-generaal Hub Schnackers van het bisdom Roermond. De brief: „Als wij het dossier en de klacht overzien en terugkijken op de gevolgde handelwijze dan kunnen wij slechts tot onze grote spijt concluderen dat van kerkelijke zijde alle aandacht uitging naar de dader en op geen enkele manier zorg uitging naar het slachtoffer. Hiervoor past excuus. Ook is niet goed te praten op welke wijze voortdurend het risico genomen werd dat (kwetsbare) mensen beschadigd konden worden. (...) Ook hiervoor, alsook uiteraard voor het gedrag van kapelaan S. zelf (...), is een zeer groot excuus op zijn plaats. Dat de gebeurtenissen ingrijpende gevolgen hebben gehad in en voor het leven van Eduard wordt ten zeerste betreurd.”

Daarna volgde een gesprek tussen Eduard en vicaris Schnackers in het bisschoppelijk paleis in Roermond. Dat deed Eduard goed. Hij heeft het gevoel gehoord te zijn, al begrijpt hij niet goed waarom bisschop Frans Wiertz zelf niet even de tijd voor hem nam.

Na alle ellende heeft Eduard de afgelopen tijd „een klein stukje hemel” mogen ervaren, zegt hij: de zorg die hij krijgt van zijn vrouw, schoonouders en twee zonen. Eduard zegt te willen blijven geloven in God.