Het hebben van plichten is een recht

Politicus, schrijver en natuurkundige Jan Terlouw viert dit weekeinde zijn tachtigste verjaardag in de schouwburg van Deventer. Dan verschijnt ook het boek Hoed u voor mensen die iets zeker weten, een terugblik op zijn leven in opstellen, gedichten en verhalen.

Onheilsprofeet

„Ik ging voor mijn boek door dozen met oud materiaal. Een enkele keer kwam ik een artikel of verhaal tegen waarvan ik dacht: dat staat eigenlijk nog steeds overeind. Zo bleek ik een betoog over milieuvervuiling te zijn begonnen met de zin ‘Het schijnt dat het klimaat verandert’. En ja, ik ga nog altijd rond om de mensen te vertellen: het kan anders.

„Nederland is onmiskenbaar schoner dan in de jaren zestig, maar de problemen zijn nu mondiaal van aard. Ze zijn zo groot dat het gewoonweg onverantwoord is achterover te leunen. Voor mijn generatie was de belangrijkste vraag: hoe voorkom je oorlogen en bewaar je de vrede? De twintigers van nu hebben een andere taak: hoe maken we de wereld leefbaar voor 9 miljard mensen in 2040? Ik ben er niet gerust op dat ze slagen.”

Optimist

„Toch heb ik voor een onheilsprofeet gek genoeg een optimistische natuur. Als ik over het dak loop en ik kom een kapotte dakpan tegen ben ik altijd geneigd te denken: dat dak houdt mij. Het resultaat van deze spagaat is dat ik mijn pessimistische analyses op een vrij opgewekte manier vertel, met hoop voor de toekomst. Zonder hoop slaat het ook nergens op te moraliseren. En zoals u weet, moraliseren doe ik. Mijn kinderboeken kregen aanvankelijk ook die kritiek: te moralistisch. Maar ik denk dat het succes van die boeken juist daarin zit. Mijn thema’s waren nooit modieus, ze gingen over altijd geldende vragen. Daarom waarderen jongeren van nu nog altijd boeken als Oorlogswinter en Koning van Katoren. Die schreef ik veertig jaar geleden.”

Geloof

„Religie is voor mij bijna identiek aan hoop. Het leven is voor veel mensen zo hard, zo wreed, zo uitzichtloos; wat moet je dan als je ook nog eens geen hoop hebt? Mensen vertalen dat naar een God die nabij is, die luistert, die een leven na de dood belooft, enzovoorts. Ikzelf heb die hoop niet nodig, ook nooit nodig gehad. Ik bedacht al vrij jong dat over het bestaan van een God niets is te weten. Ik ben agnost. Maar ik wil anderen hun geloof niet ontzeggen.

„Sterker: ik vind het belangrijk dat religie er is, het is een soort darwinistische noodzaak. In theorie kunnen mensen in erbarmelijke omstandigheden wel op de rede vertrouwen, maar in de praktijk niet. Een moeder van een kind dat sterft aan een dodelijke, erfelijke ziekte gaat op zoek naar een God. Dat wil ik niet negeren. Ik ben natuurwetenschapper. Dat was ik al voordat ik schrijver werd en politicus. Toch voel ik me ongemakkelijk bij atheïstische beta’s als Richard Dawkins die het geloof bestrijden met een vuur alsof ze de wereld daarmee verbeteren. Zij gaan voorbij aan het gegeven dat mensen geloof nodig hebben.”

Dankbaar

„Van mijn vader heb ik zorg en dankbaarheid voor de schepping meegekregen. Hij was dominee in de strenge Gereformeerde Bond binnen de Nederlands Hervormde Kerk. Toch vond hij het niet erg dat ik mijn geloof verloor. Zo zeker was hij niet van zijn zaak.

„Hij was een verhalenverteller: als hij op de kansel stond, was alles even helder en duidelijk. Want daarmee kon hij hoop en troost bieden. Dat heeft hem vooral in de oorlog een belangrijke rol gegeven, ook in ziekenbarakken, waar mensen allang niet meer naar de kerk gingen. Maar als hij van de kansel af was, wist hij wel dat zekere kennis niet bestaat, net zo min als absoluut geloof. Ik kon met allerlei vragen bij hem terecht, wat best bijzonder was voor een dominee uit zo’n orthodoxe kerk. Hij zei dan vaak: maar jongen, dat weet ik toch ook niet?”

Dom

„Dat wil niet zeggen dat ik alles relativeer. Er zijn gegevens, er is kennis die de mens serieus dient te nemen. Meer dan 90 procent van de wetenschappers zegt dat het klimaat verandert door ons toedoen. Doe daar iets mee. Ik vind het zorgelijk dat de neiging groeit om wetenschappers af te doen als predikers van ‘ook maar een idee’. Het is idioot wat die VVD’er zei [Kamerlid René Leegte – red.] in zijn kritiek op het KNMI. Hij beweerde dat objectieve wetenschap alleen door de markt kan worden verricht. Dat is misschien wel de domste opmerking die ik in de politiek ooit ben tegengekomen. Politici gaan ver, maar dat sloeg alles. Als er één partij partijdig is, is het de markt. Immers: wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Dat is een serieus gevaar voor objectieve wetenschap, zeker nu onderzoekers een steeds groter deel van hun financiering uit de markt moeten halen.”

Buikgevoel

„Wie zegt ‘ik geloof de wetenschap niet’, heeft geen idee van wat wetenschap is. Die gelooft zichzelf namelijk ook niet. De wetenschap zoekt en probeert zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen. Onderschat haar niet: ze heeft een beslissende invloed op de kwaliteit van ons bestaan; onze welvaart, gezondheid, communicatie en de ethiek van de mens. Maar ze is niet onfeilbaar. Dat is zichtbaarder geworden. Wetenschappers komen tegenwoordig op tv en krijgen een vraag voorgelegd als: weet u of ik over twintig jaar dood ga aan een infectieziekte die is veroorzaakt door een genetisch gemodificeerde tomaat? Ze zeggen dan, naar waarheid: nee, dat weet ik niet. En dan denkt de kijker: zie je, hij weet het ook niet, laat ik dan gewoon op mijn buikgevoel afgaan.”

PVV en CDA

„Mijn drijfveer als politicus was om mensen zo zelfstandig mogelijk te maken. Het hebben van plichten is een recht, want zonder hoor je er niet bij. Daarom ben ik ook geen socialist. Ik heb veel sympathie voor ze, ook altijd gehad, maar plichten zijn net zo belangrijk als rechten.

„Met de jaren word ik overigens wel linkser. Het bekende adagium luidt: ‘Wie jong is en rechts heeft geen hart, wie oud is en links geen verstand’. Kan zijn, maar wat ik vooral zie, is dat wie boven de zestig is en niet linkser wordt, nog te veel verantwoordelijkheden draagt. Ik merk het bij mezelf. Zonder verantwoordelijkheden is het makkelijker. Dat wil overigens niet zeggen dat ik ongelijk heb, ha!

„Zo begrijp ik niets van het CDA. Ze lopen aan de leiband van Wilders. Dat is toch geen verregaande analyse? Ongelofelijk dat niemand daar met gezag opstaat en zegt: we doen het niet meer. We gaan het weer hebben over de dingen die wij belangrijk vinden. Laat dat kabinet vallen en keer terug naar de beginselen van de partij. Als zo iemand opstaat, zul je zien dat de partij weer razendsnel omhoog schiet.”

Beginselen

„Voor de PvdA geldt hetzelfde. Middenpartijen moeten weer laten zien waar ze voor staan. Hun moraal. In de hele samenleving heeft zich de afgelopen decennia een enorme verschraling voorgedaan.

„Kunt u zich nog één demonstratie op het Malieveld afgelopen jaar herinneren die niet over centen ging? In de jaren zeventig werd veel en vaak gedemonstreerd. Maar toen ging het over bewapening, internationale en nationale gerechtigheid, of om ideeën van barmhartigheid. Nu staan daar belanghebbenden die opkomen voor hun eigen portemonnee. Dat is het. Dat vind ik verlies.”

Poëzie

„In dit nieuwe boek heb ik voor het eerst gedichten van mezelf opgenomen. Dichters vinden dat geen echte gedichten, maar ze werken wel, als onderdeel van een betoog. In lezingen doe ik dat al langer. Als ik iets in gecondenseerde vorm wil vertellen, ga ik over op rijm. Dan merk ik dat de stilte zich in een zaal verdiept. Dat er iets gebeurt. Ik ben nu bijna tachtig. Ik zou niet weten waarom ik schroom zou moeten voelen om ook gedichten te publiceren.”

Overwinning

„Ik zie de Oosterscheldedam als een grote overwinning. Maar ik moet eerlijk zijn: dat heb ik natuurlijk niet alleen gedaan.

„Dat D66 nog bestaat, is in zekere zin wel aan mij te danken. In 1972 waren we van elf naar zes zetels gegaan en toenmalig leider Hans van Mierlo wilde een progressieve volkspartij, samen met de Partij van de Arbeid en de PPR. Ik zag daar he-le-maal niets in. Dat is niet fuseren, maar fusilleren, zei ik. De PvdA was te groot en ook te populair, met Den Uyl als leider. Daar zou D66 in opgaan, men zou ons gewoon vergeten. Het conflict leidde tot een crisis. Ik werd fractievoorzitter, terwijl niemand me kende. In de peilingen zakten we tot een half procent.

„Daarna heb ik als partijleider de formaties in ’77 en in ’81 gedaan. Dat deed ik met volstrekt gebonden handen. D66 mocht van de leden alleen meedoen aan een coalitie met CDA en PvdA. In 1982 zei ik: als jullie me opnieuw met gebonden handen de formatie insturen, doe ik het niet. Dan ben ik geen lijsttrekker. Normaal kreeg ik zo’n 100 procent steun op partijcongressen. Toen was het 54 procent. Het betekende het einde van mijn politieke carrière. Maar! De leden hebben daarna nooit meer zoiets gedaan. Dat is misschien wel mijn grootste overwinning. De revolutie eet zijn kinderen op, maar de revolutie blijft.”

    • Ringel Goslinga
    • Pieter van Os