Haricot

Reiziger van beroep Ivo Weyel mist zijn boontjes.

Arme haricots verts. Zagen ze vroeger de hele wereld, mogen ze ineens niet meer op reis. Geen haricot die nog een vliegtuig in mag, glaasje wijn erbij, gezellig onderweg keuvelen met buurman asperge op weg naar een ver en spannend oord. We hebben namelijk met z’n allen bepaald dat reizen niet goed voor ze is. Althans, niet goed voor ons, want met al dat heen en weer gevlieg vernachelen ze het milieu. Waar je ook ter wereld aan tafel gaat, slaan de restaurants zich op de borst dat hun groente uit eigen moestuin komt, hun scharrelvarkens van de plaatselijke boer en de stekelbaars uit een morsig vijvertje om de hoek.

De regionale keuken maakt furore. ‘Het lekkerste komt van dichtbij’, kopt restaurantgids SpecialBite, en ‘Kakelvers uit Rotterdam’. In de Lekker prijst men het ‘garden to table’-principe, de eetvariant van cradle to cradle. Wie om Argentijns beef durft te vragen in Parijs, of om Franse wijn in Argentinië krijgt boze blikken. Dat is namelijk niet duurzaam en niet ecologisch verantwoord en berokkent schade aan mens en milieu. Het beste restaurant ter wereld, het Kopenhaagse Noma, hekelt het feit dat Zuid-Europese pasta de plaatselijke aardappel had verdreven in de Deense restaurants en predikt het principe Eigen Voedsel Eerst. Bij ons geldt Koopt Hollandsche Waar. We zijn trots op onszelf dat we zo milieubewust een vorkje prikken. Dat we onze lucht schoon houden.

Maar die arme derdewereldboertjes dan, die sappelende haricots vertskwekertjes in Kenia, wier enige inkomsten het verbouwen en naar het rijke westen verschepen van hun groente is? Of die vissers in Somalië die louter overleven door onze honger naar hun vis? Die laten we eenvoudig brodeloos achter, want eigen volk eerst, en fuck die derde wereld.

En wat gebeurt er met al die lege plekken in het vliegtuig nu het voedsel niet meer mag reizen? Daar zit nu het duurzame dekbed uit India gemoedelijk naast het raffiadienblad dat door kansarme Senegalese moeders in elkaar is geknoopt. Fair Trade-spullen zijn dat, Return to Senders, Cambodjaanse tassen gemaakt van oude rijstzakken en kerstversiering, onderweg as we speak, vanuit de Braziliaanse favela’s. Dat is heel nobel van ons, dat wij die arme sloebers aan werk helpen, maar dat zij door al hun gevlieg evenzo als broccoli de lucht bevuilen en alle ecologische voetafdrukken met voeten treden, kan ons in hun geval ineens niks meer schelen. Aan alle werkloze vissers in Somalië: ga manden vlechten. Die kopen we wel. Sans gêne.

    • Ivo Weyel