Gehersenspoeld als turnster, gereset tot webcamgirl

Voormalig topturnster Verona van de Leur (25) heeft haar leven een wending gegeven als erotisch model. „Als turnster hoorde je voortdurend dat je te dik was. Nu wordt gezegd: wat zie je er lekker uit.”

zoetermeer verona van der leur foto rien zilvold/nrc handelsblad Rien Zilvold

Googel ‘Verona van de Leur’ en de woorden sexy, webcam, naakt en porno vliegen over het scherm. De connectie met turnen is naar de achtergrond verdreven. De voormalige topturnster – Sportvrouw van het Jaar 2002 – haalde onlangs het nieuws als de nieuwste webcamgirl van de erotische site IsLive.

Op uitgelekte beelden van haar eerste webcamsessie toont Van de Leur zich in lingerie en op hoge hakken. Ze speelt met haar borsten, laat zo nu en dan haar string iets zakken, maakt dansjes en poseert in standjes, waarbij de lenigheid aan haar hoogtijdagen als turnster doet denken.

Maar porno is het pertinent niet, zegt Van de Leur. „Is de Playboy dan ook porno? Veel mensen denken dat ik voor de webcam met een fruitschaal in de weer ben. Maar dat is allerminst het geval. Ik chat en doe een erotisch getinte performance. Bij porno denk ik aan fysiek contact. Daar is geen sprake van. Als ik de computer uitzet is iedereen weg.”

Van de Leur verricht evenmin handelingen op verzoek. „Via de chat hoor ik genoeg voorstellen. ‘Doe een spagaat, doe je hand in je broek of laat je tieten zien.’ Maar wat ze ook vragen, ik doe alleen wat ik wil.”

Waarom ben je een webcamgirl?

Verona van de Leur: „Waarom niet? Ik verkoop al enige tijd foto’s van mezelf in lingerie. Maar ik heb er wel na lang nadenken toe besloten. Ik wilde precies weten wat het inhoudt en wat er van me verwacht wordt. Ik ga niet naakt met een dildo zitten spelen. Het beeld van een webcamgirl is die van een uitgelubberde huisvrouw met grote tieten in erotische poses. Er zijn ook vrouwen die alleen chatten. Ik heb een middenweg gekozen. Ik ben geen standaard webcammodel; ik breng iets nieuws. Bovendien vul ik mijn zakken er goed mee.”

Vind je het niet vervelend dat mannen zich aan jou verlustigen?

„Ik vind het wel lekker. Als turnster hoorde je voortdurend dat je te dik was. Nu wordt gezegd: ‘wat zie je er lekker uit’. En een ‘dikke kont’ wordt niet verkeerd bedoeld. Als turnster werd ik ook al seksistisch bekeken. Je moest eens weten hoeveel verzoeken en opmerkingen ik via sms en e-mail kreeg. Tot escortverzoeken aan toe. Gewoon ongewenste intimiteiten.”

Werk je voor een betrouwbare organisatie?

„Alles gaat volgens de regels. Ik heb een contract voor drie maanden. Om te kijken of het me bevalt. Velen verwachten dat ik verder ga en de stap naar een pornofilm maak. Uitgesloten, dat vind ik over de grens.”

Hoe bevalt het tot nu toe?

„Ik vind het wel leuk. Meestal werk ik tussen acht en twaalf ’s avonds, als ik geen zin meer heb stop ik eerder. De belangstelling valt me mee, twintig à dertig bezoekers per chat. Pas had ik er 54 in de box. Ik weet niet wie er kijken. Sommigen geven hun naam op, ik hoef die niet te weten.”

Hoe kijk je terug op de periode dat je topturnster was?

„Heel dubbel. Ik heb een kast vol bekers en medailles, maar er is veel verkeerd gegaan. Mentaal en fysiek kon lang niet alles door de beugel. Als je één keer voor ‘dikke koe’ wordt uitgemaakt haal je je schouders op, maar niet als het dagelijks wordt gezegd. Dan ga je er op een goed moment aan kapot. In de tijd dat ik bij Pro Patria Zoetermeer onder Frank Louter trainde, dacht ik dat het erbij hoorde, achteraf besef je van niet. Ik ben streng opgevoed en deed wat me werd opgedragen. Ik durfde bijna geen ‘nee’ te zeggen. Deed je dat wel, werd je naar de kleedkamer gestuurd en mocht je terugkomen als je ‘ja’ had gezegd. Je moest Louter zijn zin geven, anders liep je het risico niet naar wedstrijden te worden uitgezonden. Later kreeg hij ook een deel van mijn prijzengeld. Tot 200 euro mocht ik zelf houden, van elk bedrag daarboven was 40 procent voor hem. Ja, dat vond ik vreemd. Maar mijn vader had dat met Louter afgesproken. Ik dacht nog: pap, wat doe je nou. Verdien ik eindelijk wat, moet ik een deel afstaan. Toen ik later onder Boris Orlov ging trainen, vroeg ik wat zijn deel was. Hij zei hoogst verbaasd: ‘Geld? Ik? Meisje, dat is allemaal voor jou.’”

Heb je van je carrière genoten?

„Nee, vrijwel alles ging op de automatische piloot. Bepaalde elementen waren zo eng, dat ik ze huilend heb moeten leren. Maar de prestaties kwamen er wel uit voort. Ik won veel, dat compenseerde het leed nog een beetje. Maar ik werd op de verkeerde manier de beste. Mijn echte leven is pas na 2008 begonnen. Ik ben nog steeds aan het resetten.”

Ooit vergeleek je het turnen met zowel een sekte als een gevangenis en sprak je van kindermishandeling. Vind je dat nog steeds?

„Zeker als het om topsport gaat. Het is de toon waarop je wordt aangesproken en de manier waarop je wordt aangepakt. Je werd niet geslagen, maar bij een fout aan de brug wel van de ligger afgetrokken en tegen de grond gesmeten. Tijdens een zware training werd ik eens gepusht met verzuurde handen een afsprong te doen. Ik kwam met de wreef tegen de ligger en stortte naar beneden. Gelukkig was er niks gebroken. Dan denk ik: waarom? Laat die afsprong een keer zitten. Nu zeg ik: het was kindermishandeling.”

En niemand kwam in opstand?

„Sportkoepel NOC*NSF heeft ooit een onderzoek ingesteld. Dan moest je op een formulier je geboortedatum en de plaats waar je turnde invullen. Hoezo anoniem? Natuurlijk maak je de trainer dan niet zwart, die heb je weer nodig. En tijdens wedstrijden kregen we een spreekverbod opgelegd. Op mijn laatste EK ben ik bijna naar huis gestuurd, omdat ik kritiek had geuit voor de radio.”

Wat verwijt je Louter?

„Zijn manier van trainen. Ik zou willen dat hij me menselijker had behandeld. Dan had ik misschien niet zoveel prijzen gewonnen, maar wel op een prettige manier kunnen turnen. Maar bij mijn volgende club, De Hazenkamp in Nijmegen, was het niet veel beter. Trainster Esther Heijnen was sluw. Die probeerde je te vriend te houden, alleen uit eigenbelang. Zij had problemen met turnster Fieke Willems en die moest ik op haar gezag negeren. Ik deed wat me werd opgedragen, terwijl ik met Fieke vriendinnen had kunnen worden. Orlov, de andere trainer, was menselijk. Hij liet ieder zijn eigen schema volgen. Van hem kreeg je tijd een element te leren. Later werd Heijnen op non-actief gesteld. Eerst begreep ik dat niet, omdat ze mijn trainster was. Nadat het bestuur mij de redenen had verteld, begreep ik het wel. Turnsters kregen anorexia of mentale problemen. Sommigen lopen nog bij een psychiater. Turnen brainwasht je. Dat zie je pas als je er uit bent.”

Is het wel verantwoord wat er allemaal in de turnzalen gebeurt?

„Nee. En dat heb ik zowel de turnbond als NOC*NSF laten weten. De bond zegt misstanden te willen aanpakken, maar ik heb de indruk dat het huidige bestuur het vorige de schuld in de schoenen wil schuiven. Het gebeurt allemaal nog steeds, zonder dat de bond ingrijpt. Ik wil wel praten, maar dan moet de bond eerst zijn fouten erkennen. Maar dat gebeurt niet. Ze willen je aanhoren, de deur sluiten en het er nooit meer over hebben. Dat is hun strategie.”

Wat zou jij willen dat er gebeurt?

„Dat de mensen die fouten hebben gemaakt weg moeten. Maar Louter is nog steeds trainer en Heijnen is jurylid. Gelukkig heeft de bond wel afscheid genomen van bondsarts Liesbeth Lim – maar die heeft ook zó veel fouten gemaakt. Nadat ik in 2003 in Thessaloniki een zware enkelblessure had opgelopen, heeft zij mij verkeerd behandeld. In het ziekenhuis werd vastgesteld dat mijn binnenste band volledig was gescheurd en een operatie noodzakelijk was. Toen Lim het woord operatie hoorde, zei ze: ‘Dat kan helemaal niet, want over een half jaar zijn de WK en moet ze zich plaatsen voor de Spelen.’ Veel bewegen zou het herstel bevorderen. Wist ik veel, het was mijn eerste zware blessure. Als ik aangaf dat ik nog geen streksprong kon maken, zei ze: ‘Een beetje doorbijten, het wordt niet erger.’ Zeven maanden later, toen ik bij De Hazenkamp kwam, moest ik alsnog geopereerd worden. Later werd ik door Lim ontboden in een restaurantje op Utrecht Centraal, waar ze met fysiotherapeut Martin Nijkamp me opdroeg mijn mond te houden. Ze gaven hun fout toe, maar zeiden dat het nooit naar buiten mocht komen. Ja, ik ging akkoord, want je wilt verder.”

Overweeg je alsnog een aanklacht tegen die mensen in te dienen?

„Ik heb er wel eens met andere turnsters over gesproken, want ik doe het niet alleen. Maar ik ben er nog niet uit. Wat win je ermee? Dat veel misstanden naar buiten zijn gekomen vind ik al heel belangrijk.”

Je hebt geen contact meer met je ouders nadat zij waren veroordeeld tot het terugbetalen van door hen beheerd sponsor- en prijzengeld. Wat vind je daarvan?

„Ik moet ermee leven. Gelukkig heeft de rechter geoordeeld dat zij mij zo’n 80.000 euro moeten terugbetalen. Er is loonbeslag gelegd op het salaris van mijn vader. Maandelijks wordt een deel aan mij overgemaakt. Zo krijg ik lekker wat geld. Mijn vader probeert soms een voorstel te doen, daar ga ik niet op in. Ik heb weinig warme herinneringen. Mijn ouders zagen me vooral als een product. Bij familie en kennissen werd ik altijd als de turnster naar voren geschoven. Zo van: Verona heeft een medaille gewonnen. Laat die maar eens zien.”

Je hebt vorig jaar twee maanden in de gevangenis gezeten nadat je een overspelig stel had gechanteerd met foto’s. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

„Het is uitvergroot. De politie vond het interessant dat ik bekend ben. Ik ben een stap te ver gegaan door die man en vrouw te chanteren, maar volgens mijn advocaat ben ik daarvoor te zwaar gestraft. Een geldboete en een taakstraf hadden volstaan.”

Hoe zwaar waren die maanden?

„Het was hard, vergelijkbaar met het regiem in de turnzaal. Mijn ervaringen als turnster hebben me er doorheen gesleept. Maar de zwaarste straf kwam erna, toen de zaak in de media kwam. Ik werd op veel plekken geweerd. Ik zou trainster worden bij De Hazenkamp, maar dat ging niet door. Ook andere clubs wilden mij niet meer. Met een strafblad heb je weinig mogelijkheden om aan werk te komen. Ik kan zelfs geen vakkenvuller in een supermarkt worden.”

    • Henk Stouwdam