Eerst 'stevig', dan 'ijzig', dan 'despoot'

Despoot en manipulator – zo noemden anonieme medewerkers COA-directeur Nurten Albayrak. Snel daarna werd ze op non-actief gesteld. Maar wat gebeurde er precies?

Den Haag : 12 oktober 2011 Nurten Albayrak (rechts) tijdens het kort geding. Albayrak, de op non-actief gestelde bestuursvoorzitter van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), wordt mogelijk spoedig ontslagen door haar werkgever. foto © Roel Rozenburg

Op dinsdagochtend 27 september gaat bij Nurten Albayrak de telefoon. Het is Loek Hermans, voorzitter van de Raad van Toezicht van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. „Nurten”, zegt hij, „er zit iets niet goed. Het is helemaal ontspoord op het ministerie. De minister gaat over een uur naar de media. Ik moet je op non-actief stellen. Ik kan niet anders.”

Albayrak, dan nog algemeen directeur van het COA, weet niet wat ze hoort. „Maar Loek”, zegt ze. „Je kunt me toch niet zomaar via een telefoontje op non-actief stellen? Zal ik naar je toe komen?” Dat gaat niet, zegt Hermans. Hij moet die ochtend de Senaatsfractie van de VVD voorzitten. „Maar, Nurten, ga gewoon lekker twee weekjes naar huis. We staan honderd procent achter je.”

Albayrak bekruipt het gevoel dat alles wat ze sinds 2004 heeft bereikt bij het COA op losse schroeven komt te staan. En dat door haar eigen baas die haar steeds heeft gesteund.

Vier dagen na Hermans’ telefoontje neemt Albayrak contact op met haar advocaat. Ze wil naar de rechter. Op 19 oktober oordeelt die dat Albayraks terugkeer niet in het belang van het onderzoek is dat minister Leers inmiddels heeft aangekondigd. Inhoudelijk wil de rechter zich niet over de zaak uitlaten. Een interim-bestuurder zit inmiddels op Albayraks plek.

In een paar dagen moest Nurten Albayrak-Temur (46), succesvol hoofd van een complexe organisatie met een politiek gevoelige opdracht, het veld ruimen. Waarom? Welke rol speelden toezichthouder Hermans, minister Leers en zijzelf daarbij?

Indammen

In 2004 treedt Nurten Albayrak aan als algemeen directeur van het COA. De organisatie is er slecht aan toe. Het ziekteverzuim ligt rond de tien procent, voor zover het überhaupt gemeten wordt. Het snel groeiend aantal asielzoekers legt een enorme druk op de organisatie. Het ene na het andere asielzoekerscentrum (AZC) moet worden gebouwd. Financiële en andere vormen van verantwoording zijn minder belangrijk tijdens deze gigantische inspanning.

Onder het kabinet-Balkenende II waait een andere wind. Verantwoordelijk minister Verdonk wil de asielstroom fors indammen. Nu gaan er zoveel mogelijk locaties dicht. Gemiddeld moeten er 15.000 bedden per jaar verdwijnen. De organisatie moet haar uitgaven beter verantwoorden. Het COA dient aan planning- en control-cycli te doen. Huismeesters van asielzoekerscentra die gewend waren bij de Gamma om de hoek spijkers en moeren te halen en te declareren, moeten hun uitgaven nu verantwoorden bij het hoofdkantoor in Rijswijk.

Tijdens deze enorme omslag piept en kraakt het vooral bij de afdeling Huisvesting en de afdelingen financiële beheer van het COA. Daar wordt de ommekeer in het beleid vooral gevoeld. De grote vrijheid die lokale managers voor 2004 hadden, wordt ingeperkt door het hoofdkantoor in Rijswijk.

Albayrak voert van meet af aan een strak beleid. Ze gelooft in de opdracht die de politiek haar meegeeft en wil bezuinigingen voor 101 procent uitvoeren. „Ik ben geen polderbestuurder die denkt dat je met 30 procent ook een heel eind komt”, zegt ze tegen collega’s. Bovendien staat Albayrak, lid van de VVD, ver van de mentaliteit van sommige COA-medewerkers die vluchtelingen uit Somalië of Soedan willen helpen. „We zijn er niet primair om asielzoekers te helpen”, zegt ze op bijeenkomsten. „We zijn er om als professionele organisatie de wet- en regelgeving goed uit te voeren”.

De Raad van Toezicht, dan nog onder leiding van CDA-politica Jeltien Kraaijeveld-Wouters, steunt Albayrak voluit. De toezichthouders zien haar als een krachtig bestuurder aan wie je dingen kunt overlaten. Daarbij gaat het vooral om de professionalisering van de organisatie en de reorganisaties als gevolg van de krimp. Het aantal medewerkers daalt van 6.000 in 2004 naar 1.900 nu.

Albayrak vervult haar taken met verve en naar tevredenheid van haar toezichthouders. Het verslag van het laatste functioneringsgesprek, van 22 april 2010, begint met de woorden van VVD-coryfee Loek Hermans die in 2006 is aangetreden als voorzittervan de raad van Toezicht : „Terugkijkend op het afgelopen jaar spreken de voorzitter en vice-voorzitter hun tevredenheid uit over het functioneren van Nurten Albayrak Temur.”

De tevredenheid van de toezichthouders wordt niet overal in de organisatie gedeeld. Vooral bij Huisvesting gist het al langer. Het plotselinge vertrek van enkele directeuren bij Huisvesting eind 2007 roept vragen op. Oud-wethouder Hans Buijing (PvdA) wordt als interim-manager aangetrokken om een nieuwe directie te formeren. Bij het inrichten daarvan blijken er naar zijn waarneming al door Albayrak aan mensen toezeggingen te zijn gedaan. „Ze had daar beschermelingen van zichzelf neergezet”, zegt Buijing. Als hij daar iets van zegt reageert de algemeen directeur „ijzig”, volgens Buijing.

Harde botsingen

Het blijkt Albayraks ‘andere kant’. Tegenover mensen die ze vertrouwt, kan ze enthousiast en charmant zijn, zeggen oud-bestuurders die anoniem willen blijven. Mensen die tegengas geven of afwijkende opvattingen hebben, kunnen op harde botsingen rekenen. Ze leren bij haar uit de buurt te blijven. Of ze vertrekken.

Na gesprekken met betrokken directeuren, Albayrak, en de Raad van Toezicht trekt de Ondernemingsraad in 2008 stevige conclusies. „Medewerkers durven al een tijd niet meer openlijk kritisch te zijn, omdat kritiek binnen het COA niet wordt gewaardeerd. Met kritiek scoor je niet. Medewerkers hebben eerder het gevoel erop afgerekend te worden.”

De problemen die de OR signaleert, doen zich vooral voor bij Huisvesting. Albayrak voelt zich niet persoonlijk aangesproken, wel eindverantwoordelijk. Ook de Raad van Toezicht rekent het haar niet aan. Omgang met het personeel is niet het hoofdpunt in hun beoordelingen. Bovendien hebben de toezichthouders niet veel tijd voor hun werk bij het COA. Hermans heeft nog tien tot vijftien andere nevenfuncties.

Elke daadkrachtige bestuurder roept weerstand op, zegt Albayrak, zelf over mogelijke wrevel in haar omgeving, Zeker een relatief jonge vrouw als zij. „Misschien ga ik wat snel voor de omgeving, misschien soms kort door de bocht. Maar dat maakt me toch nog geen despoot?”

In januari 2008, tijdens de jaarlijkse ‘Dag voor de medewerker’ dreigt opstand uit onvrede over het plotse vertrek van twee directeuren. Bussen vol COA-medewerkers zijn onderweg naar Aalsmeer. Voor de bijeenkomst begint, spreken directeuren en leden van Raad van Toezicht af om bij beginnend boegeroep tegen Albayrak uit de zaal, meteen hard te klappen voor de bestuursvoorzitter. Dit blijkt overigens even later niet nodig. Doordat Albayrak in haar toespraak zelf uitgebreid stilstaat bij het vertrek van de directeuren, blijft het redelijk rustig.

Albayrak vindt dat ze na het kritisch OR-rapport er juist alles aan heeft gedaan om de sfeer te verbeteren. Ze haalt adviseurs van ICT- en consultancybedrijf Ordina binnen. Naast de al bestaande onafhankelijke klachtencommissies, rondetafelgesprekken en enquêtes waar medewerkers anoniem hun beklag kunnen doen, ontwikkelt Ordina een monitor die werksfeer en omgangsvormen registreert.

De benadering lijkt aan te slaan. Het hoge ziekteverzuim uit de beginjaren daalt gestaag tot ongeveer zes procent nu. Ook komen er blijken van persoonlijke waardering voor de algemeen directeur. Op 15 december 2009 schrijft Wahieda Rahimbaks, medewerkster van de financiële administratie, een e-mail. Het grote publiek leerde haar afgelopen zondag kennen in een NOS-reportage over COA-klokkenluiders die de werksfeer bij de organisatie bekritiseren. Maar eind 2009 schreef Rahimbaks aan Albayrak: „Afgelopen woensdag 09-12-2009 ben ik bij het rondetafelgesprek bij u geweest wat ik met ontzettend veel plezier heb ervaren. (...) U bent een vrouw die er alles aan doet om uw medewerkers een vertrouwde, veilige omgeving te bieden.”

Er komen meer positieve geluiden. In het tumult dat uitbreekt naar aanleiding van de eerste NOS-uitzending over het COA op 18 september, schrijven de bestuurders Lizelotte Smits (CNV Publieke Zaak) en Debbie van Leiden (FNV AbvaKabo) in een nieuwsbrief: „Het blijkt dat medewerkers zich binnen de werkorganisatie van het COA niet veilig voelen. Dat heeft ons toch verrast. Wij hebben in een eerder traject (verruiming werktijden) gesproken met de werkgever over de wijze van omgaan van leidinggevenden naar medewerkers. Dit is op dat moment opgepakt en naar ons idee naar wens van de betrokken medewerkers.”

Balkenendenorm

Het aantreden van het kabinet-Rutte, oktober vorig jaar, brengt een belangrijke verandering in de verhouding tussen het ministerie en het COA van Albayrak. Het kabinet-Rutte hevelt het asielbeleid over van Justitie naar Binnenlandse Zaken. Zo komt de ministeriële verantwoordelijkheid te liggen bij minister Leers. De verantwoordelijke beleidsdirectie verhuist mee, en moet opnieuw worden opgetuigd. Bovendien wil Leers wekelijks het COA aan zijn tafel hebben, evenals de IND en de dienst die uitgeprocedeerde asielzoekers moet uitzetten. De touwtjes tussen ministerie en zelfstandig bestuursorgaan COA worden aangetrokken. Albayraks expertise en ervaring zijn daarbij van harte welkom. Vanaf najaar 2010 vergadert ze wekelijks mee.

Het is echter datzelfde ministerie dat een financieel offer van haar vraagt. Albayrak dient zich vanaf januari 2011 te conformeren aan de nieuwe regels die gelden voor salarissen van topbestuurders in de rijksdienst. Met salariskosten en vergoedingen die het COA aan Albayrak betaalt van – opgeteld – rond de 273.000 euro (volgens het zogeheten Wopt-overzicht van Binnenlandse Zaken), zit ze behoorlijk boven de balkenendenorm, vindt het ministerie. De nieuwe wet op het COA geeft de minister de kans haar contract op dat punt open te breken. De Raad van Toezicht moet dat op zich nemen.

Hermans en de zijnen krijgen echter geen vat op de directeur. De Raad van Toezicht heeft het gevoel dat Albayrak chicaneert, niet wil meewerken aan de salarisverlaging . Zij vindt juist dat Hermans cum suis treuzelen, en het ministerie jongleert met Wopt, TMG, en WNT-normen.

In het kader van de salarisonderhandelingen heeft het ministerie in mei de salarisgegevens van Albayrak opgevraagd bij het COA. Die worden verstrekt, nadat Albayrak er naar heeft gekeken. Ze blijken onjuist, want gebaseerd op een 36-uurs aanstelling. Albayrak wordt al enkele jaren op basis van 40 uur betaald.

De COA-salarisadministratie merkt de fout niet op. Albayrak ook niet (,,een stomme fout", zegt ze) en de Raad van Toezicht evenmin. Het ministerie wel. Op maandag 26 september wordt Albayrak gesommeerd naar het departement te komen en haar salarisstrook en andere gegevens over vergoedingen te overleggen. Het gesprek met secretaris-generaal Roos van Erp verloopt in een geagiteerde sfeer. De COA-voorzitter vindt dat ze daar niet hoort te zitten, en dat de Raad van Toezicht als haar werkgever deze zaak hoort af te handelen. „Ik ga toch niet over mijn eigen salaris?” Hermans vindt echter dat Albayrak en het ministerie de zaak onderling moeten uitzoeken.

Als minister Leers van de gebeurtenissen hoort, raakt hij geïrriteerd. Hij moet van Albayrak, die hij vaak ziet, op aan kunnen. Hij moet de Tweede Kamer deugdelijk kunnen informeren. De volgende dag, dinsdag 27 september, zoekt Leers de pers en beticht Albayrak van „onvolledige en inconsistente informatie”.

Albayrak is op haar beurt „ernstig teleurgesteld’’ in de Raad van Toezicht. „Die heeft me niet gesteund toen het erop aan kwam. Mogelijk is hier hetzelfde aan de hand als een paar jaar eerder bij zorginstelling Mea Vita. Daar gaf Loek Hermans als toezichthouder ook niet thuis.”

Minister Leers heeft een onafhankelijk onderzoek naar de gang van zaken gelast. Het moet de nog open liggende vragen beantwoorden. Intussen staat vast dat veel gebeurtenissen werden veroorzaakt doordat betrokken partijen hun werk niet deden, of grillig opereerden.

De Raad van Toezicht hield op belangrijke punten te weinig toezicht. De bestuursvoorzitter vond dat best, was trots op haar prestaties en organiseerde onvoldoende alternatieve "tegenmacht " voor zichzelf.

Het ministerie bleef eerst op afstand, liet daarna Albayrak aanzitten bij wekelijkse overleggen, om haar tenslotte te desavoueren.

    • Kees Versteegh