Een redacteur van de Groene heeft nooit haast

Het gaat goed met de Groene. Lange tijd verkeerde het opinieblad in geldnood. Nu heeft de redactie een nieuw pand, zijn er meer abonnees en kunnen redacteuren zich langer richten op onderzoek.

Toen Teun Gautier twee jaar geleden directeur werd van De Groene Amsterdammer, moest hij in het statige maar krakkemikkige pand aan het Westeinde de snoeren van zijn computer aan de muur vastimmeren. Alles was in verval: het pand verzakte, het dak moest worden vernieuwd, de leidingen stamden nog uit de jaren 50. „Er was een miljoen nodig om het pand op te knappen”, zegt Gautier.

Dit jaar verhuisde de redactie naar een groot pand aan het Singel, met uitzicht op de Universiteitsbibliotheek. Wie daar binnenloopt, treft geen wanordelijke trossen kabels aan en hoeft geen krakende trap te bestijgen om bij de redactie aan te kloppen. Integendeel. In het pand is alles gloednieuw: van het tapijt en de wc’s tot aan de opmaakcomputers en de glimmende espressomachine in de vergaderruimte.

De enige plaats waar de sfeer van het voormalige pand nog hangt, is het hoekje bij de ingang waar redactiesecretaresse Trinette Koomen, sinds de jaren 60 werkzaam bij het weekblad, haar werkplek heeft ingericht. Haar bureau is bedolven onder stapels boeken, achter haar in de kast staan archiefdozen met daarop de namen van auteurs als Geert Mak en Henk Hofland. Ook is er een klein altaartje opgericht met twee jeneverflesjes en een tuinkabouter voor een foto van oud-hoofdredacteur Martin van Amerongen.

Koomen was de enige die niet wilde verhuizen. „We zaten sinds 1954 al in het gebouw aan het Westeinde”, zegt ze. „De geschiedenis van de Groene is zo verbonden met die plek. Ik vond zo’n verzakking geen argument om te vertrekken.” Nu het pand op het Westeinde uiteindelijk met winst is verkocht en het overgebleven geld is gestoken in het nieuwe pand, is Koomen inmiddels enthousiast over de nieuwe situatie, ook al mag er niet meer worden gerookt op haar werkplek. „Als Henk Hofland nu op maandagochtend een sigaretje bij mij komt roken, stap ik even met hem mee naar buiten.”

Niet alleen de nieuwe werkplek is een vooruitgang. Sinds de komst van Xandra Schutte als hoofdredacteur (2008) gaat het beter met de oplage van de Groene. In 2007 lag die op iets meer dan 13.000 exemplaren. Inmiddels is de oplage van het weekblad gestegen naar ruim 20.000, waarvan een deel bestaat uit proefabonnementen. Een opvallende groei voor een blad dat decennia lang vastzat aan de woorden ‘noodlijdend’ en ‘armlastig’.

Tot aan 2003 had de Groene vijftien jaar lang ruim zeven ton aan leningen nodig van het Bedrijfsfonds voor de Pers en de Stichting Democratie en Media. Ook al kon in dat jaar NRC-journalist Hubert Smeets, van 2003 tot 2007 hoofdredacteur van het weekblad, de redacteuren voor het eerst een bescheiden winstdeling uitkeren, toch ging het in 2008 bijna mis. De dreiging van een faillissement leek tot ontslagen te leiden. „Paul Disco, de vorige directeur, had een reorganisatie gepland, die is uiteindelijk afgewend”, zegt Gautier, voorheen adjunct-directeur bij Elsevier Business en directeur bij Telegraaf Expomedia. „In 2009 en 2010 hebben we delen van de leningen afbetaald. Inmiddels zijn we schuldenvrij.”

Toen Gautier begon als uitgever, heeft hij kort overwogen of hij de naam van het blad moest veranderen. „Het zet lezers op het verkeerde been. We zijn niet ‘groen’ of ‘links’ en ook niet gericht op Amsterdam. De Groene is eerder een vrijzinnig blad.” Toch besloot hij dat aan de naam niet te tornen valt. „Het blad bestaat sinds 1877, het heeft zijn wortels in een lange traditie, de naam is daaraan verbonden.”

Om nieuwe lezers voor het blad te interesseren, volgde Gautier een eenvoudige marketingstrategie. „Twee jaar geleden ontdekte ik dat er in Leiden slechts 332 mensen de Groene lazen. Ik dacht: dat kunnen er makkelijk 3.000 zijn.” Hij besloot zijn pijlen te richten op de grotere universiteitssteden. „Onze lezer is hoogopgeleid en breed geïnteresseerd. Binnen die kringen moest ik nieuwe lezers zien te werven.” Hij liet een bon maken die vaste lezers aan bekenden konden geven. „Wie de bon instuurt, krijgt het blad vier weken lang gratis thuisbezorgd. Daarna bellen we op met het voorstel een proefabonnement te proberen. Vervolgens bellen we opnieuw op met de vraag of deze lezer misschien naar een vast abonnement wil overstappen.”

De aanpak lijkt bijna te simpel, maar het werkt. „Tien procent gaat op die manier over op een vast abonnement”, zegt Gautier. „We hebben bewust de telemarketing niet uitbesteed aan een anoniem callcenter maar laten betrokken medewerkers met lezers bellen. De werving moet beschaafd gaan, door mensen die snappen waar de Groene over gaat.”

Ook qua vorm en inhoud is de Groene sinds kort vernieuwd. Het heeft een glanzende omslag en andere vormgeving. Nieuws en columns staan voorin, gevolgd door meer beschouwende artikelen en reportages. Het katern Dichters en Denkers, onder leiding van Marja Pruis, laat korte boekbesprekingen geheel achterwege en richt zich vooral op lange literatuurrecensies. Ook worden geregeld specials gemaakt over onderwerpen als ‘De islam in Nederland’, ‘De elite’ en, in het huidige nummer, ‘Het volk’.

„In 2007 was het blad nog te veel een postbus”, zegt Schutte, voorheen hoofdredacteur van Vrij Nederland en in de jaren negentig redacteur voor de Groene. Bij haar aantreden besloot ze twee dingen te veranderen. „Als auteurs hun stukken elders niet kwijt konden, kwamen ze vaak bij ons terecht. Maar de Groene is een serieus podium. Dat we weinig betalen, wil nog niet zeggen dat we stukken van mindere kwaliteit moeten plaatsen. Ik vond dat we zelf moesten gaan bepalen wie we in het blad wilden laten schrijven.”

Ook besloot Schutte dat de redacteuren meer tijd moesten krijgen om zich in de grotere onderwerpen te verdiepen. „De Groene heeft altijd een sterk beschrijvende en essayistische traditie gehad. Maar ik wil dat het blad nu ook gaat uitblinken in de onderzoeksjournalistiek.”

In het huidige medialandschap valt juist die onderzoeksjournalistiek in een gat, aldus Schutte. „Oudere lezers sterven uit, nieuwe lezers zijn moeilijk te binden en er is een bombardement aan nieuws op internet. In dat krachtenveld kiezen bijna alle media voor een mix van serieuze journalistiek afgewisseld met lifestyle en korte rubrieken. Het voordeel van een blad als de Groene is dat wij bewust een andere richting kunnen opgaan.”

Dat het blad nog altijd een beperkt lezerspubliek trekt, beschouwt Schutte niet als een nadeel. „Wij hoeven niet, zoals de kranten, 200.000 lezers te bereiken. Bijna al onze lezers lezen al een dagkrant, wij moeten verdieping op het nieuws bieden door onderscheidende stukken te maken. Voor mij is daarbij het criterium: leer ik er wat van, niet alleen feitelijk, maar ook inzichtelijk.”

Als inspiratiebron voor die koers noemt Schutte The New Republic en The New Yorker, bladen waar auteurs soms maanden aan een stuk kunnen werken. „Ik probeer mijn redacteuren ook zoveel mogelijk tijd te gunnen. Als er soms een paar weken nodig is, kan dat.”

Casper Thomas (28), sinds kort redacteur bij de Groene, is naast zijn reguliere werk geregeld bezig met langetermijnprojecten. „Vorig jaar hebben we een special gemaakt over de tien grootste sociale problemen van de toekomst. Daar hebben we 75 wetenschappers voor benaderd. Een soortgelijk project beginnen we nu met bètawetenschappers. Zoiets kost veel tijd, maar het levert wel interessante verhalen op.”

Om de onderzoeksjournalistiek te bevorderen, heeft de Groene sinds dit jaar Stichting 1877 in het leven geroepen. Deze stichting wordt gefinancierd met de opbrengsten van de ‘bedelbrief’, de jaarlijkse oproep aan de lezer in het kerstnummer om het blad financieel te steunen. „Vroeger was dat geld nodig om de redacteuren te kunnen uitbetalen”, zegt Gautier. „Dat hoeft nu niet meer.” Het geld, zo’n 25.000 euro, gaat dit jaar naar de masterclass onderzoeksjournalistiek, opgezet door journalist Marcel Metze. „Vijf studenten verdiepen zich onder zijn leiding een aantal maanden in een onderwerp”, zegt Gautier. „Het resultaat wordt gepubliceerd in de Groene. Op dit moment zijn ze bezig met een onderzoek naar consultancybureau McKinsey.” Schutte heeft vertrouwen in de koers van het blad. „We maken een blad voor de lezer die we zelf zijn.” Het liefst wil ze terug naar het lezersniveau van eind jaren 40. „Toen hadden we 48.000 lezers.”

Trinette Koomen, redactiesecretaresse, heeft ook goede hoop voor de toekomst. „We gaan met flinke stappen vooruit. Maar eigenlijk heb ik nooit getwijfeld aan het voortbestaan van de Groene.”

Ze pakt er een oude foto bij waarop Martin van Amerongen de Groene van 26 augustus 1987 bekijkt. Die dag stond er op de voorpagina: „Het gaat goed met de Groene, verder zijn we bijna failliet”.

    • Rosan Hollak