Een nieuwe rok voor de historicus, en verwarring over woorden (m/v)

Is overleven mannelijk? Over de wereld zwerven vrouwelijk?De Franse Christine Lagarde, toen in de race voor een topfunctie bij het IMF, werd in de kop van een artikel in de krant getypeerd als ‘Kosmopolitica, overlever en altijd buitenstaander’ (6 juni 2011). The New York Times hikte jaren aan tegen het gebruik van Ms Dus haar

Is overleven mannelijk? Over de wereld zwerven vrouwelijk?De Franse Christine Lagarde, toen in de race voor een topfunctie bij het IMF, werd in de kop van een artikel in de krant getypeerd als ‘Kosmopolitica, overlever en altijd buitenstaander’ (6 juni 2011).

The New York Times hikte jaren aan tegen het gebruik van Ms

Dus haar kosmopolitisme kreeg een vrouwelijke woordvorm, maar het overleven, waar ze ook goed in was, een mannelijke – of neutrale?

En is kennis van het verleden mannelijk, maar romans schrijven vrouwelijk? Je zou dat kunnen denken, nu de krant Annejet van der Zijl, die onder meer een biografie schreef van prins Bernhard, in één artikel „historicus” en „schrijfster” heeft genoemd (‘Bernhard maakte mythe van leven’, 8 maart 2010).

Zulke dingen liggen gevoelig.

Bij The New York Times, waar mannen standaard worden aangeduid als Mr, duurde het ruim tien jaar voordat de aanduidingen Mrs en Miss voor (getrouwde en ongetrouwde) vrouwen waren vervangen door Ms. De drie letters leidden tot gepeperde memo’s en felle – en vooral langdurige – discussies op de redactie. In 1986 was het eindelijk zover. De eerste dag dat er een Ms in de krant stond, bezorgde feministe Gloria Steinem de redactie een boeket bloemen. Mannelijk gebaar, eigenlijk.

Wat doet deze krant?

Vooral bij het gebruik van mannelijke en vrouwelijke woordvormen voor bepaalde beroepen of functies, ontstaat soms verwarring.

In het Duits is dat onderscheid bijna universeel (Lehrerin, Schriftstellerin, und so weiter); het Engels kent meer uniseks (mannen en vrouwen zijn teacher of writer). De krant is opgeschoven van het Duitse naar het Angelsaksische standpunt.

De regel van de krant is nu, volgens het Stijlboek: „Uit oogpunt van gelijkheid doen wij in principe niet aan het vervrouwelijken van beroepen. We schrijven dus niet: woordvoerster, agente, verslaggeefster. Als het gebruik van de mannelijke vorm tot misverstanden kan leiden, gebruiken we wel de vrouwelijke vorm. Dus: de hockeysters van Oranje, de stewardessen van Air France, moslima’s. (Ter voorkoming van idiotie als ‘Nieuwe rokken voor stewards’, of ‘Moslims willen niet meer gesluierd over straat’).” Zo kwam de vrouwelijke ‘historicus’ in de krant.

Op dat lemma in het Stijlboek is wel wat aan te merken. Het is beknopt gemotiveerd („uit oogpunt van gelijkheid”), maakt geen systematisch onderscheid tussen beroepen (agente, stewardess) en functies (verslaggeefster, woordvoerster) en de duidelijkheid over de uitzonderingen is nogal schijnbaar: waarom zouden stewards van Air Scotland (als dat nog zou bestaan) geen nieuwe rokken mogen dragen?

Elders in het Stijlboek staat bovendien, in een taalrubriek: „stagiair (mannelijk enkelvoud), stagiaire (vrouwelijk enkelvoud)”, en: „rector is mannelijk, rectrix is vrouwelijk”. Het laatste dan weer met de curieuze appendix: „Rector kan ook worden gebruikt bij een vrouw, tenzij de vrouw in kwestie zelf prijs stelt op rectrix.” Het hangt dus ook (soms) af van degene om wie het gaat. M/v, zegt u het zelf maar.

Geen wonder dat de praktijk in de krant nogal, hoe zal ik het zeggen, praktisch is. Soms is er rechtlijnig sprake van een „historicus” als het om een vrouw gaat. Eigenlijk vreemd, want dat lijkt bij uitstek taalgebruik dat tot misverstanden kan leiden („Oh, u bent de historicus? Ik verwachtte een eh… historicus…”). Lezers ergeren zich aan het „modieus verbasteren” van woorden, zoals „verzetsstrijder”, dat een keer werd gebruikt voor een vrouw die bekende tijdens de oorlog een moord te hebben gepleegd.

Hier wordt „het oogpunt van gelijkheid” krampachtig opgelegd, vind ik. Moet de journalistiek vooroplopen in emancipatoire of ideologische taalhervorming?

Ik zou eerder zeggen: houd je gewoon aan de ingeburgerde Nederlandse taalpraktijk. Sommige linkse bladen schreven in de jaren zeventig uit opgelegde klassensolidariteit over „aksie” en „kritiese” mensen. Tja, waar zijn ze gebleven?

Het argument van gelijkheid is trouwens aanvechtbaar. Volgens de publiciste (sic) Heleen Crul is de ‘ont-haaring’ van het Nederlands geen teken van emancipatie van de vrouw, maar juist van het oprukken van de man (‘De ‘ont-haaring’ van het Nederlands’, 1 oktober). Aanvankelijk bracht het feminisme vanaf de jaren zeventig verbale vervrouwelijking met zich mee. Sinds mannen hun intrede deden in vrouwenberoepen zijn gaandeweg steeds meer neutrale woorden als ‘verpleegkundige’ gangbaar geworden.

Crul zelf is „voorstand(st)er” van het onderscheid, schrijft ze, „omdat daarmee uiting kan worden gegeven aan de successen van het emancipatieproces. Sekseneutrale aanduidingen kunnen leiden tot versluiering van de maatschappelijke feiten, zoals wanneer „ouders” wordt gebruikt, terwijl het in feite om moeders of vaders gaat.

Ik ben geen taalkundige, dus in die discussie houd ik me graag afzijdig. Ik heb een wat platter, journalistiek argument om bestaande vrouwelijke en mannelijke woordvormen gewoon te blijven gebruiken. Het onderscheid voegt informatie toe – en laat de lezer maar bepalen of die relevant is of niet.

Verslaggevers zijn er niet om te verhullen, ook niet in hun taalgebruik. Verslaggeefsters trouwens ook niet.